REKENEN
Het zal zo'n 140 jaar geleden zijn dat op een klein Grieks eilandje in de Egeïsche zee, de leraar van het dorpsschooltje plotseling stierf. De tijd die nu volgde was een feest voor de jeugd, want de vacature werd, tot hun grote tevredenheid, niet snel weer vervuld. Toch brak na jaren de dag aan dat er een nieuwe leraar het eiland betrad.
Volijverig begon hij de boerenkinderen les te geven en na een half jaar wilde hij de bevolking wel eens demonstreren wat 'zijn' kinderen allemaal al hadden geleerd. Een soort openbare les.
Tijdens die les gaf hij verschillende kinderen eenvoudige sommetjes op, die allen goed werden beantwoord. Het grote werk moest echter nog beginnen en daarvoor had hij Balki achter de hand. Balki was het zoontje van een arme schapenboer en hij was veruit de slimste van de school. Balki moest laten zien dat je wel degelijk iets aan rekenen had, want op het eiland was nog niet iedereen daarvan overtuigd.
"Balki" zei de meester, "vertel jij mij eens: als ik acht schapen in een weiland heb en er springt er eentje over het hek, hoeveel houd ik er dan over?"
"Geen een meneer" antwoordde Balki direct.
De meester was ontsteld!
"Maar Balki" zei hij vriendelijk, "je weet het toch wel, we hebben het zo vaak gespeeld met appels; jij hebt acht appels en ik neem er een van af, hoeveel hou jij dan over?” "Zeven meneer" antwoordde Balki.
"Goed zo Balki" sprak de leraar, "en nu weer terug naar de schapen; je weet, er lopen acht schapen in een weiland en dan springt er eentje over het hek, hoeveel blijven er dan in het weiland achter?"
"Geen een meneer!" antwoordde Balki opnieuw heel zelfverzekerd.
"Ach Balki" zuchtte de leraar teneinderaad, "hoe kom je toch op dit idee? Met de appels weet je het zo goed en met de schapen begrijp je het niet. Hoe komt dat toch, vertel me dat eens".
"Appels zijn anders dan schapen meneer!" zei Balki zelfbewust. "Als er één schaap over het hek springt, gaan ze er allemaal achteraan, mooi dat je ze allemaal kwijt bent”.
Mooi dat je ze allemaal kwijt bent!
Balki, de eenvoudige herdersjongen wist dat schapen kuddedieren zijn, hij had er immers elke dag mee te maken. De kuddegeest zegt het schaap de leider te volgen; dat is een emotie. Daar ondervinden veel mensen ook wel eens enige hinder van en dan rennen ze kritiekloos achter hun leider aan. Heel veel mensen zijn trouwe volgelingen van hun zelfgekozen leider. Nog veel meer mensen, die met enig medelijden neerkijken op het "kerkvolk" zijn zelf nog veel trouwere volgelingen van hun politieke leiders of van de heersende "cultuur".
Rekenen is echter een abstract vak. Daarbij is voor emoties geen plaats en zolang het over rekenen gaat is acht min één zeven. Doch zodra het over schapen of mensen gaat kan acht minus één, in de praktijk, wel eens nul zijn. Wanneer gevoel en emoties meespelen is er van abstract denken geen sprake meer.
De verstandsmens wil zuiver wetenschappelijk bezig zijn. Hij vertrouwt geheel op zijn schoolwijsheid, hij weet van rekenen, maar niet van wijsheid. Wie echter bij zichzelf ontdekt hoeveel emotie er meespeelt in zijn eigen –belangrijke -beslissingen vertrouwt steeds minder op de edele rekenkunst.
Een religieus mens gebruikt hoofd en hart, het verstand uit zijn hoofd werkt samen met de gevoelens uit zijn hart. Wie religieus is (en dat heeft niets met een geloof of godsdienst van doen) ziet elke dag wel ergens "schapen" over het hek springen. De leraar van Balki had daar nog geen aandacht voor; wat Balki dagelijks meemaakte, wat een deel van zijn denken en handelen was geworden, moest hij nog leren ervaren. Zo gaat ieder mens zijn eigen pad door het leven en allen kunnen we op onze eigen manier ervaren, dat kennis een zaak van het hoofd is, dat gevoel in ons hart woont, maar dat, als we er oog voor hebben, de wijsheid dikwijls op de hoek van straat op ons ligt te wachten.
Index