LICHT

 

 

Bewust levende en werkende mensen kunnen op precies dezelfde manier scheppen als de in de bijbel beschreven God. Zoals de Scheppende Geest de zon, maan en planeten schiep, door ze zich voor te stellen en daarna te realiseren, zo kunnen ook wij de wereld om ons heen, en ook ons eigen leven, beïnvloeden en modelleren.

De Gedachte evolueert naar een gesproken Woord. Uit het Woord ontstaat de materie en wij kunnen het horen, zien en aanraken.

Zoals de bijbel Johannes de evangelist laat zeggen: Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, zo worden ook wij gecreëerd. Een Gedachte wordt uitgesproken en verschijnt in de materie, wij zijn dus eigenlijk wandelende gedachten of ideeën. Wanneer wij dus "goed" willen doen, zullen we eerst "goed" moeten denken, daarna deze gedachte uitspreken, want zoals het woord de gedachte volgt, zo volgt de daad het woord.

Scheppingsgedachten leven volgens de oude gnostici in het licht, of zo u wilt in het licht van de lucht. Ik herinner me dat vroeger in de winter de ramen bevroren. Dat verbaasde mij niet, maar wel de schitterende bloemen die in dit ijs getekend waren. Deze bloemen waren de archetypen die leven in lucht en water en ze zijn voor ons zichtbaar geworden door afkoeling. Dat is scheppen!

 

Als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het zal hun ten deel vallen schrijft het Nieuwe Testament in Mattheus 18:19

 

Twee van u, zijn uw bewuste en uw onbewuste geest. Dat betekent dat wanneer deze twee gelijkgericht staan, en u spreekt uw wens uit, u een schepper bent geworden. En God sprak: Daar zij Licht en er wás Licht!

 

Thomas Alva Edison ontdekte de elektriciteit en sindsdien kennen we allen het elektrische licht. Gautama de Boeddha en Jezus van Nazareth bereikten, volgens de overlevering, verlichting van geest, maar sindsdien moet ieder mens nog steeds zelf het licht in zichzelf zoeken en vinden. Daar slagen nog maar weinigen in.

In de materie zijn collectieve voorzieningen wel mogelijk. Voor ieder van ons is er gas, water en elektra. Bijstand en andere sociale voorzieningen zijn voor ons bekende begrippen, maar op geestelijk gebied moeten we allen onze eigen weg zoeken en vinden. Hoewel de kerk ons iets anders wil leren, kunnen we ons nog steeds niet verzekeren voor geluk, wijsheid, gezondheid, vrede of hemelse gelukzaligheid. Ook bestaat er nog geen verzekering voor harmonie en innerlijke rust.

 

Om uw huis te laten baden in het licht dient u overigens wel een elektrische installatie aan te laten leggen en u moet een tijdklok instellen of zelf de schakelaar bedienen. Zoals op materieel gebied een inspanning van ons wordt verwacht, zo is dat ook op geestelijk terrein het geval. Op geestelijk gebied moeten we ons ook openstellen voor de Gedachte die leeft in het Licht. Doordat we in de materie wennen aan licht waar we nog geen waterdichte verklaring voor hebben gevonden -niemand kent immers het principe van de elektriciteit -zal ook onze kennis op geestelijk gebied in het begin niet toereikend zijn. Zoals we het elektrische licht kunnen zien, zo kunnen we het geestelijke licht ervaren, doch voor geen van beide weten we een sluitende formule op te stellen.

Ik ben er echter van overtuigd dat wanneer we geestelijk verlicht zijn, deze beide geheimen ook "verlicht" zullen worden.

Ik ben opgegroeid op een boerderij, daar was uiteraard veel speelruimte en uit mijn jeugd herinner ik me nog heel goed de wagenschuur. Als het regende konden we tussen de wagens onze spelletjes voortzetten, het was er altijd een beetje donker, maar in de zomer, als de zon scheen, priemden er felle strepen licht tussen de planken door. Als je dan door zo'n spleet naar buiten keek, zag je soms het paard met het veulentje in de hof lopen, of je zag kippen, of kalveren. Iedere spleet gaf een nét iets ander uitzicht, maar licht was het overal.

Daar moest ik aan denken, toen ik nadacht over de verschillende godsdiensten. Eigenlijk kijken alle mensen door hun eigen spleetje naar het licht, de christen, de moslim, de boeddhist, de hindoe en de atheïst, kijken allen vanuit het schemerdonker naar het licht en de één zegt: aan gene zijde is het Licht en in de hemel zijn ook dieren. Zo turend naar dat streepje licht, komen ze allen tot hun eigen waarnemingen die ze dan meestal ook direct uitroepen tot dé grote waarheid. Zij hebben het immers zelf gezien!

 

Ten bate van de eigen identiteit wordt daarna heel dikwijls het accent ook nog op de verschillen, van zicht en inzicht, gelegd, niet wat hen bindt, maar wat hen scheidt, wordt dan steeds belangrijker. Hierdoor wordt een vreedzame wereld een utopie, want oorlogen ontstaan niet door wat mensen weten, maar door wat men wenst te geloven.

In de donkere wagenschuur zitten een christen, moslim, boeddhist, hindoe en atheïst ieder op zijn eigen plaatsje op zoek naar het reddende Licht. Allen verkondigen ze hun eigen waarheden.

Wat wij echter moeten doen, is bij de filosoof in de wagenschuur gaan zitten; hij zit op een strobaal, een beetje naar achteren. Hij telt op, deelt en vermenigvuldigt. Tenslotte zoekt hij het kleinste gemene veelvoud en berekent de grootste gemeenedeler en daarna trekt hij zijn conclusie. De godsdiensten zitten vast aan het eigen dogma, aan het eigen streepje licht, maar de filosoof kan gaan waar hij wil, want hij heeft zijn eigen religie.

Hij heeft voldoende afstand genomen om te zien dat het Licht door alle spleten de duisternis binnendringt. Daardoor wéét de filosoof dat ieder mens, op zijn eigen unieke manier, een klein deel van het grote Licht, dat in de duisternis schijnt, kan ervaren. De esoterische filosoof ontdekt het Licht ten slotte in zichzelf.

 

Ook privé is ieder mens een beperkte waarnemer. Ieder mens heeft zijn eigen handicap en kijkt, met het eigen beperkte gezichtsvermogen, naar het Licht. Als hij daarna strak en stijf volhoudt dat hetgeen hij zag, kent, weet, of gelooft de keiharde realiteit is dan is hij op hetzelfde pad als de wereldgodsdiensten. Misschien denkt deze waarnemer dat hij het pad van geloven heeft verlaten en een realist is geworden en dat anderen zweverig en niet van deze aarde zijn.

Als we denken dat we zelf, ondanks onze beperkingen, de grote waarheid in haar geheel kunnen overzien, lijden we aan grootheidswaan. Wanneer we  denken wij het zelf allemaal wel weten maken we daarmee het Goddelijke Universum net zo klein als ons eigen begrip.

Dát is wat de meeste kerkgenootschappen doen en daardoor zullen veel mensen, door deze zelfopgelegde beperkingen, geestelijk schromelijk tekortkomen. Dat is ook wat ons door de wetenschap keer op keer wordt voorgeschoteld; telkens komt men met weer een nieuwe "bewezen" theorie, die korte tijd daarna weer in de prullenbak verdwijnt.

De meest verlichte onder ons wéét echter dat ook hij nog maar heel beperkt kan schouwen in tijd en eeuwigheid.

 

SCHEPPING

 

De aarde en de zee, de bossen, de heuvels en de bergen, de zeven wereldwonderen, het zijn alle in de materie gestolde gedachten. Gedachten en ideeën van de Opper Bouwmeester des Heelals voor eeuwen vastgelegd in de stoffelijke materie. De gedachten van de Opperbouwmeester zijn ook vastgelegd in de groepsgeest van het menselijke geslacht. De daden van de mens komen voort uit deze gedachten.

Scheppen is eigenlijk transformeren. Gedachten omvormen tot astrale beelden en deze laten uitkristalliseren tot vaste stof. De materiële schepping is een van aggregatietoestand veranderde gedachte.

De schilder gebruikt materiële zaken als doek, verf en penseel om zijn idee uit te beelden. Ook hier is sprake van schepping. Altijd wanneer uit de bestanddelen geest en materie een nieuwe vorm ontstaat, is er sprake van schepping. Ieder nieuwgeboren mensenkind is een product van geest en materie en daarom geschapen naar een bepaald idee. Dit idee ligt grotendeels verankerd in de genen van de ouders.

 

God ¹) zag hoe zijn idee­ën en gedachten zich uitkristalliseerden en hij zag dat het goed was.²)

Wij die naar zijn (voor)beeld zijn geschapen hebben wel kleinere mogelijkheden, maar we werken op dezelfde wijze.³)

Onze werken zijn van een andere orde, het formaat is kleiner en soms sluipt er een foutje in, want we zijn nog niet helemaal volmaakt, maar scheppen doen we op dezelfde wijze, omdat we een onderdeel zijn van dezelfde universele kracht­.

¹) God als de Energie die Schept, Organiseert en Verlost of de Schepper, Onderhouder en Vernietiger. Deze kracht brengt stof en geest bijeen, schenkt dit een bepaalde vastgestelde levensduur en verbreekt daarna het verband.

²) De materiële schepping vond haar hoogtepunt tijdens het ontstaan van dinosaurussen, enorme waterslangen, zeemonsters en draken. De verlossing daarentegen vindt eens haar hoogtepunt in de ontwikkeling van de Homo Christos, de etherisch geestelijke mens. Bij de schepping worden de verschillende elementen met elkaar verbonden, de verbindingen worden steeds groter, de genenpatronen worden langer, de geest wordt vastgelegd in de materie, maar tijdens het verlossingsproces vindt een ontbinding in factoren plaats, dan wordt de geest weer onttrokken aan de materie, de stoffelijke lichamen worden kleiner en tenslotte zelfs fijnstoffelijk of astraal. Het lichaam van de dinosaurus had enorme afmetingen en ontelbare genetische verbindingen, het uiteindelijke geestelijke lichaam is daarentegen eenvoudig van structuur en opbouw.

³) Hermes Trismegistos: Zo groot - zo klein.

 

Wanneer we begrijpen dat de Opperbouwmeester door middel van de natuurwetten de werelden kan scheppen, en we weten ons een kind van deze schepping, dan kunnen we ook geloven, dat ook wij ons eigen leven, voor een groot deel, zelf kunnen inrichten. Daarvoor is wel zicht en inzicht nodig in de materie. Ieder mens richt zijn eigen leven, naar zijn eigen vermogen en inzicht, in en iedereen die dat begrijpt is een bewust mens.

Wanneer we een kleurloos leven leiden, waar we niet gelukkig mee zijn, maar dat we aanvaarden omdat we denken dat er toch niets aan te doen is, dienen we ons denken te veranderen.

We denken misschien dat het slikken of stikken is, dat het onheil ons van buiten wordt aangereikt. Dat anderen ons dit aandoen; dat de omstandigheden de schuld zijn van ons huidige bestaan.

Misschien menen wij, dat we zelf wel van goede wille zijn, maar het kwaad buiten ons, dát verpietert ons leven en maakt het tot een karikatuur van wat we zouden willen zijn.

 

Ons leven is op dood spoor terechtgekomen en we zouden het allemaal wel graag willen veranderen, maar ach­: als je voor een dubbeltje bent geboren, wordt je toch nooit een stuiver meer. Wanneer we bereid zijn onmacht te aanvaarden, is scheppen een utopie geworden.

 

In het eerste bijbelboek, Genesis, wordt de schepping van onze aarde besproken en veel korter kunnen we dit grote werk niet formuleren, maar desondanks zijn het toch nog twee verhalen. Het ene verhaal is universeel en bespreekt in enkele zinnen het grote werk van de Transcendente Geest die als Immanente Opperbouwmeester des Heelals de belangrijkste bouwsteen is van al het geschapene. Het andere beschrijft in korte trekken de ontwikkeling van onze aarde binnen het universele gebeuren.

Dit tweede verhaal vertelt ons over de ingreep, van een hoogontwikkeld buitenaards goddelijk persoon, in de genen van een mensachtig wezen waardoor langs een snelle weg een hoger ontwikkeld mens kon ontstaan. Dit soort acties zou tot stand kunnen komen binnen het gezag van het Universum en daardoor zijn het gewone evolutie verschijnselen, waarbij een grotere intelligentie inwerkt op een kleinere. Wanneer door een grotere medische kennis onze gezondheid de komende eeuwen sterk zou verbeteren en daardoor de levensduur drastisch zou verlengen is dit ook een normaal evolutie verschijnsel.

 

Voor mij staat vast dat er binnen het Universum een gedachte leeft, een stem wordt gehoord, een kracht wordt ervaren, die we de hemelse Architect, de Opperbouwmeester des Heelals, of God kunnen noemen. Deze Gedachtekracht schept de Schoonheid van de ons omringende natuur. Het blauw van de hemel met het goud van de zon vormen de vele tinten groen van onze aarde.

Daarnaast staat voor mij ook vast dat deze Natuurlijke Wijsheid bij zijn scheppingsdaden gebruik maakt van de beschikbare energie van androgyne "goden" als Lucifer en De Elohim, maar ook van dualistische mensen, zoals u en ik.

 

                                                                                                         

       Index