LEVEN EN STERVEN

 

 

Ons leven, hét leven, is de brug tussen lichaam, ziel en geest. Alle leven is een verbinding tussen ether en materie, tussen geest en stof, tussen bewust en onbewust. Stof en geest, materie en Licht verbonden door een brug, vormen samen ons leven en die brug tussen enerzijds onze geest en aan de andere zijde ons lichaam is onze ziel, is ons leven. Die brug is het zilveren koord en zolang dit koord in stand blijft, blijven wij in deze vorm bestaan.­ Verder op de levensweg identificeren wij ons niet meer met enerzijds onze ziel, of anderzijds met ons lichaam, of ons verstand, maar we herkennen ons zelf in het leven dat we leiden.

Wij zijn het leven; zowel ons innerlijke als ons uiterlijke leven bepalen wie we zijn.

 

Tenzij u kunt bevatten hoe de elementaire krachten van Vuur, Lucht, Water en Aarde op elkaar inwerken en het leven scheppen, zult u niet echt kunnen begrijpen wat leven is. Hoe het ontstaat, hoe het zich voortplant, want leven is energie, het is kracht. Het is de kracht van deze vier elementen die stof en geest met elkaar verbinden. Door de Wijsheid en de Kracht van het Universum te benutten kan ware Schoonheid worden gerealiseerd.

 Eenmaal tot leven gekomen kunnen deze cohesiekrachten de componenten bijeenhouden totdat op enig moment de ontbindende kracht de samenbindende overheerst. Dan keert alles terug naar het oorspronkelijke trillingsniveau. Wanneer de strijd tussen deze krachten nagenoeg gelijk op gaat spreken we meestal van ziekte of zwakte.

 

Als het niet goed met onze gezondheid gaat, dan houden onze huisarts en de internist zich bezig met ons stoffelijke lichaam. En als ze echt niets kunnen vinden, schakelen ze een psycho­loog of een psychiater in. Pas als ze het hele arsenaal aan geneesmiddelen hebben geprobeerd, zeggen ze: "het is psychisch". Dan mogen we naar een psych. Die weten heel veel van ons geestelijke bestaan; ze weten hoe wij geestelijk functioneren. Zij weten veel van onze ziel. Althans dat wordt beweerd. Daarom worden ze zielknijpers genoemd.

 

Zodra ons energielichaam weer op orde is, werkt het lichaam weer goed en functioneren we weer als vanouds. De stoffelijke afspiegeling van dit energielichaam is ons bloed. Zoals water beweeglijker is dan aarde en minder vluchtig dan lucht, zo staat ook ons bloed tussen geest en materie, het is de vloeibare vorm van materie, maar ook de vloeibare vorm van de Geest en ik denk dan ook dat ons bloed de drager van het leven is en een stoffelijke afspiegeling, van het meer astrale zilveren koord, dat op geestelijk gebied haar samenbindende werk verricht. Het leven houdt lichaam en ziel op verschillende niveaus bijeen en materieel herkennen we dat in ons bloed, terwijl we zinnebeeldig spreken over een zilveren koord.

 

Voor ons functioneren, is een goede brug belangrijk. Doch als ten einde onze brug wordt opgehaald, sterven we, zolang echter het touw nog sterk genoeg is, zolang er nog voldoende wil om te leven aanwezig is, blijven we stoffelijk functioneren. Zolang geest en materie beide de intentie en de kracht bezitten de brug in stand te houden, wordt het zilveren koord niet verbroken en blijven we be­staan. Zolang Wijsheid en Kracht samen nog Schoonheid kunnen scheppen blijft het leven bestaan, want het leven is bedoeld Schoonheid te zijn.

 

Op de brug des levens mogen wij leven en werken en als we bijvoorbeeld een kunstenaar zijn en we leven dicht bij de materie, dan zullen we misschien beeldhouwer worden. We maken iets zichtbaars, iets tastbaars. Maar leven we aan de andere kant van de brug, dus meer aan de zielszijde dan maken we wellicht muziek; wonderschone klanken stromen dan rechtstreeks uit onze ziel. Tussen deze beeldhouwer en componist zijn vele mogelijkheden voor dichters, schrijvers en kunstschilders.

 

Ons (korte) leven is ook heel goed te vergelijken met een druppel water in de oceaan, vissen zwemmen er in, schepen varen er op, walvissen spuiten het in de lucht, de zon verdampt het, de wind voert het mee naar onbekende verten, het valt als sneeuw in de bergen, als regen in het laagland, als mist verduistert het ons uitzicht, ijzige kou doet het bevriezen, de voorjaarszon ontdooit het, het stort als smeltwater van de rotsen; watervallen worden beken, beken veranderen in rivieren, rivieren voeren het terug naar de zee, het wordt weer opgenomen in de oceaan, het keert terug in de Ziel der Zielen; misschien zinkt het naar de bodem, misschien blijft het aan de oppervlakte, misschien verdampt de zon het opnieuw en drijft de storm het voort.

Ons leven is als een druppel water en wij maken zelf niet uit of de wind ons naar de Himalaya of de Alpen voert, want we zijn ondergeschikt aan grotere karmische natuurwetten, maar toch leeft in iedere waterdruppel een grondbeginsel van het licht; zo blijft ook ieder van ons, onder al deze omstandigheden, toch een woonplaats van het Licht.

 

Water vormt de verbinding tussen alle levende cellen, het houdt al wat leeft bijeen. De levensenergie, het veranderende, wordt door water gestimuleerd. Op kosmisch niveau is water de Wereldziel, de anima mundi en ons water is daarvan een aardse manifestatie.

Het geheim van het water hebben scheikundigen ontdekt, maar het geheim achter het geheim kent alleen de alchimist. De chemicus ontdekte dat het volume van water groter wordt bij verhitting alsook bij afkoeling. Dat is een abnormaliteit van de natuurwetten, de alchimist weet van alle emoties welke liggen opgeslagen in het water. Onze gedachten leven in het Licht, gevoelens in het Water, ons lichaam komt uit de Aarde voort en onze geest uit het Vuur.

 

Citaat Carl G Jung:

 

"De mens zou vast geen zeventig of tachtig jaar oud worden als een dergelijke levensspanne niet paste bij de soort waartoe hij behoort. Dus moet ook zijn levensavond zin en doelmatigheid bezitten en kan niet alleen maar een aanhangsel van zijn levensmiddag zijn. Bij primitieve stammen zien we bijvoorbeeld dat oude mensen bijna altijd de behoeders der mysteriën en de wetten zijn. In hen drukt zich in eerste instantie de cultuur van de stam uit. Hoe is het daarmee bij ons gesteld? Waar is de wijsheid van de ouden van dagen? Waar zijn hun droomverhalen?" (einde citaat).

 

Carl G Jung vervolgt dit verhaal met een opmerking dat het in Amerika het grote ideaal is, dat vader een broer van zijn zonen wordt en moeder wordt bij voorkeur het jongere zusje van haar dochters.

 

Dat is inderdaad de ene zijde van de medaille (het krampachtig vasthouden aan het verleden) het niet willen inzien dat men ouder wordt. Hier speelt angst de boventoon. De angst voor het ouder worden en de naderende dood, wil men het liefst met gesloten ogen en facelifts bestrijden. Of we nu in een appartement achter de geraniums gaan zitten vegeteren, of altijd puur voor onszelf bezig zijn, ergens zijn we mee gestopt; we leven niet echt meer. We zijn totaal onnuttig voor de maatschappij geworden en we maken in stilte ons riante pensioen of de gouden handdruk op. Een egoïstischer leefwijze valt nauwelijks te bedenken. Daarom zou ik u op willen roepen wakker te worden, bij de tijd te blijven, niet geestelijk dood te gaan voor u lichamelijk sterft, niet achter de geraniums gaan zitten, maar iets te doen waar de gemeenschap mee gebaat is; blijf een nuttig onderdeel van de samenleving. Deze maatschappij heeft u zo hard nodig, zelf hebt u het ook zo nodig.

 

Iemand heeft eens gezegd: "Het doel van het leven is, met een lantaarn op zoek gaan naar het Licht". Het leven is een zoektocht naar het Licht, met behulp van het lichtje dat je zelf reeds bezit. Het leven is geen lijdensweg, maar het is evenmin een zorgeloos, zonnig en onbekommerd bestaan, neen, het leven is van alles wat. Alle gevoelens en verlangens van die miljarden mensen, aan deze én gene zijde, vormen samen het universele leven en wij, het kleine lichtje dat we zijn, behoren op zoek te gaan, positief op zoek gaan naar een groter Licht, naar het universele Licht.

 

Positief leven is enthousiast zijn, de Grieken noemden het enthousiasmos en dat betekent letterlijk, vol zijn van "Theos". Vol zijn van God. Bezield zijn. Vervuld zijn door het goddelijke Licht. Kwaliteit bezitten. Wie positief leeft is enthousiast en gaat aan de hand van de Schepper.

In onze huidige samenleving staat sport en in het bijzonder topsport, in het brandpunt van de belangstelling. Topsporters zijn de idolen van deze tijd. Ze kunnen in betrekkelijk korte tijd het hele leven ervaren. Een tijd van training, opbouw van de conditie en dan de weg naar de top. Eenmaal aan de top duiken meestal al snel de problemen op en wordt men vroeger of later geconfronteerd met de onvermijdelijke neergang. Het verwerken van deze neergang en de uiteindelijke afbouw vergt veel van het incasseringsvermogen. Heel veel atleten stoppen op hun sportieve hoogtepunt, zij willen de neergang niet meemaken. Dat is hetzelfde als de manager die op z'n dertigste het eerste miljoen bijeen heeft vergaard, op z'n veertigste honderd miljoen bezit en op z'n vijftigste sterft aan een hartinfarct. (The American dream!) Ook hij maakt de neergang niet mee.

 

Sommigen zeggen, dat je dan een mooi leven hebt gehad, maar ik denk dat een compleet leven bestaat uit opgaan, blinken en verzinken en daarna in een eventueel volgend bestaan opnieuw weer opgaan. Wie op het hoogtepunt van zijn sportieve carrière stopt heeft slechts de helft ervaren en doet zichzelf tekort. Het doel van het leven is de hele cyclus te ervaren, want ook in het verzinken ligt een wijze levensles besloten. Door het hele leven te ervaren, door zo lang als mogelijk een positief meelevend en meewerkend lid van de gemeenschap te blijven worden we zelf een Licht.

 

Leven is ook sterven. In zijn Song of Myself zegt Walt Whitman: Ik ben zelf ongetwijfeld al tienduizend keren gestorven. Dat is inderdaad een logische gedachte als we aannemen dat hij met (ik) zijn sterfelijke lichaam bedoeld. Een sterfelijk lichaam kan echter maar één keer sterven, waarmee direct het complexe van dit soort uitspraken duidelijk wordt.

Als je zoiets goed wilt verwoorden moet je echter zulke lange samengestelde zinnen gebruiken dat nog maar weinigen het kunnen begrijpen. Het is in elk geval ongeveer zo: dat onze ziel (ik?) ongetwijfeld tienduizenden keren heeft meegemaakt dat het lichaam waar zij in woonde (ik?) moest sterven.

 

De ziel heeft al vele malen moeten ervaren dat het huis waarin zij woonde onbewoonbaar werd verklaard, zij heeft het voertuig (de ezel van Franciscus van Assisi) achter moeten laten.

De Nederlandse Vrijmetselaren zeggen van een lid die overleden is, dat hij zijn gereedschap heeft neergelegd, of dat de Opper Bouwmeester des Heelals hem zijn gereedschap heeft afgenomen. Door middel van ons lichaam kunnen we werken aan onszelf, onszelf boetseren, modelleren, vormen en onszelf leren kennen. Het stoffelijke lichaam is het gereedschap, het voertuig of de woning van de ziel. De ziel leert de levenslessen, door middel van en met behulp van het stoffelijke lichaam en bij de dood scheiden beider wegen. Wat er bij het sterven telkens opnieuw gebeurt, heeft twee aspecten die we moeten proberen te onderscheiden. Sterven betekent enerzijds dat de ziel haar astrale vrijheid terugkrijgt, en anderzijds keert bij het sterven ons lichaam terug naar de aarde. De ziel herkrijgt haar volledige bewegingsvrijheid.

De eeuwig levende¹) ziel heeft ons lichaam als spiegelbeeld gebruikt voor een leven op aarde en zij schenkt via zaadcellen en eicellen het biologische leven ook het eeuwige leven. Zoals de ziel in geestelijke sferen verder leeft,²) zo leeft ook de stoffelijke mens(heid) op aarde van geslacht tot geslacht steeds voort door middel van het biologische proces van voortplanting.

 

¹) Naar onze huidige stoffelijke maatstaven gemeten eeuwig. In werkelijkheid leeft ook het fijnstoffelijke astrale lichaam niet eeuwig. Zoals bij ons sterven een scheiding ontstaat tussen ons stoffelijke, astrale en etherische lichaam, zo zal er ooit -bij het sterven van de astrale mens -een scheiding ontstaan tussen het astraal en etherisch lichaam, waarbij het astrale deel terugkeert in de (astrale) materie en het etherische deel keert dan terug in het Licht.

²) Ook op het voorhoofd van het gehele biologische menselijke geslacht staat "memento mori" gegrift, maar naar menselijke maatstaven is ook dit een oneindige tijd. Eens zal echter ook dit mentale geslacht voorbijgaan, Homo Sapiëns gaat over in Homo Christos. De bijbel zegt daarover, dat Jezus in die tijd zal terugkeren op aarde; met andere woorden, dat de dan levende Homo Christos volledig de ideeën en gedachten van de oorspronkelijke bijbelse Jezus zal uitdragen.

 

Wanneer we eens in staat zullen zijn ons bewustzijn over te brengen naar onze overlevende ziel, is de dood voor ons geen afscheid meer, maar een "tot ziens". De andere zijde van de medaille is echter dat er in de menselijke lichaamscellen nog steeds een animale angst voor de dood bestaat. Dat is begrijpelijk want lichaam en ziel hebben beide de levensopdracht ontvangen samen te leven, zij willen tot het einde toe leven en blijven -bij ziekte -steeds hopen op verbetering van de gezondheid.

De biologische wil tot leven en de angst voor de dood houdt de mens zo lang mogelijk in beweging. Pas als we leren ons lichaam te ervaren als een middel op de weg der evolutie, kunnen we, ofschoon het nooit eenvoudig zal zijn, gemakkelijker afscheid nemen van dit bestaan. Slechts als we ons aardse bestaan, ons lichaam, ons leven, kunnen ervaren als een middel op de weg der evolutie, kunnen we ook -zij het nog steeds met moeite - gemakkelijker afscheid nemen van dit aardse bestaan.

 

 

 

EGO

Dikwijls wordt er heel moeilijk gedaan over onze bewuste geest en ons ego, als zouden we deze moeten bestrijden. Echter niets is minder waar, we behoren onszelf, onze bewuste geest en ons ego te leren kennen. Veel beter dan nu het geval is; dan kunnen we ons eigen leven gaan leiden en er de verantwoordelijkheid voor dragen. We moeten ons bewust zijn, bewust ervaren welke ideeën onze bewuste geest aan ons onderbewuste voorlegt. Dit dienen zonder uitzondering positieve gedachten te zijn. Hebben we misschien een minderwaardigheidscomplex? Denken we regelmatig: dat kan ik toch niet. Wanneer we zo denken schept onze onbewuste geest de condities, zodat we het ook niet kunnen.

Zoals we denken, zo leven we. Wie regelmatig denkt dat hij voor een dubbeltje is geboren en dat goed tussen zijn oortjes heeft vastgezet, zal altijd op de armoedegrens leven. Een sterk positief geleid ego zal grote positieve daden kunnen verrichten. Staan we echter negatief in de wereld dan ware het te wensen dat ons ego niet groot en sterk zou zijn. Het Ego is de kracht, de motor, die zowel positieve als negatieve werken kan bewerkstelligen.¹)

 

Wij kunnen ons leven positief beïnvloeden door positief te gaan denken. Ook nu, op dit moment bepalen we ons leven zelf, ook al denken we misschien dat het allemaal van buiten tot ons komt. Wanneer uw leven niet naar wens verloopt, dient u uw bewuste geest beter onder controle te houden. Dan wordt het tijd dat u uw wensen, ideeën en gedachten eens duidelijk formuleert!

Wie anders wil leven, moet anders gaan denken. We moeten ons er bewust van worden dat we -op ons eigen niveau - ons leven kunnen sturen. Bijsturen en corrigeren door positief te denken. Wie positief denkt, leeft positief. Wie positief leeft, is in harmonie. Wie in harmonie is, kent de weg naar vrede. Vrede geeft bezinning.

Bezinning geeft macht over het denken, waardoor opnieuw weer evenwicht ontstaat, evenwicht geeft harmonie, enz ²)

¹) Denk hierbij -in het negatieve -bijvoorbeeld aan een leider als Adolf Hitler

²) Positieve cyclus van evolutie

 

                                                                                                                                                                 

Index