Reïncarnatie en Karma
Als u met deze onderwerpen nog onbekend bent, is dit voor u misschien wel een moeilijk verhaal want het neemt u heel ver mee op de moeilijke weg van oorzaak en gevolg. Reïncarnatie en karma geven de weg des levens aan.
De essentie van de mens, die ooit haar evolutionaire reis begon, was op dat moment een enkel atoom waarin nog nagenoeg geen kennis was opgeslagen. Door het natuurlijke proces verbonden met kennis gevulde atomen zich met elkaar tot moleculen en hoe groter deze moleculen werden, hoe meer informatie ze konden bevatten.
Zo'n megamolecuul, die we ook wel een geestelijk krachtveld noemen, is onze essentie. Hoe groter ons geestelijk megamolecuul, of onze essentie is, hoe meer kennis en info er in kan worden opgeslagen, of wellicht is het nog beter gezegd: Hoe meer kennis wij in al onze levens bijeen hebben gebracht, hoe groter ons essentiële deel is.
Deze essentie, ook wel ziel genoemd, of Het Licht, keert regelmatig van gene zijde terug en vestigt zich hier op aarde in het jonge stoffelijke leven. Elke keer dat de levensmolecuul gevuld met informatie uit hoge hemelen wederkeert naar de aarde en zich opnieuw vestigt in een jong mensenkind spreken we van reïncarnatie.
Reïncarnatie wil dus zeggen dat onze essentie zich telkens opnieuw voorziet van een stoffelijk aards lichaam om daarmee een levenstaak uit te voeren. Zoals in het verleden een ruiter die snel wilde voortgaan regelmatig van paard moest wisselen, zo gebruikt ons essentiële leven meerdere lichamen voor haar verdere ontwikkeling.
De levensopdracht die de reïncarnerende essentie meeneemt naar de aarde staat in verband met vorige levens, bijvoorbeeld hoe ver deze ziel zich reeds heeft ontwikkeld en welke ervaringen nu nuttig kunnen zijn voor haar verdere ontwikkeling. We kunnen stellen dat de in vorige levens verzamelde kennis de oorzaak is van de nieuwe levenstaak. De huidige levenstaak is dan dus het gevolg van vroegere levens en daarnaast natuurlijk altijd van de richting die het universum wil gaan.
De eeuwige universele natuurwetten stimuleerden het eerste atoom. Hoe meer dit molecuul zich ontwikkelde, hoe meer het lichaam zich aanpaste en de stoffelijke mogelijkheden werden hierdoor ook steeds groter. Onveranderlijk wordt bij elke incarnatie de bewegingsvrijheid groter, denk maar aan de stoffelijke aarde, de planten, de dieren in velerlei soort en aan de mens waar de vrijheid tussen verschillende individuen heel groot kan zijn.
Bij de essentie van de mens gaat de ontwikkeling steeds verder en het is te begrijpen dat iedere individuele ziel zijn eigen ontwikkeling heeft meegemaakt en daardoor ook een individueel mens formeert. Hierdoor worden de verschillen in de evolutie verklaard en zijn ze voor ons ook meer aanvaardbaar geworden. Ook de vraag waarom de ene mens allerlei 'nare' ervaringen moet meemaken en waarom een ander deze bespaard blijven, wordt nu duidelijker en meer aanvaardbaar
Bij ons sterven keert het Licht terug naar gene zijde en als tijd en omstandigheden gunstig zijn, keert zij daarna terug op aarde om weer nieuwe ervaringen op te doen. Met gene zijde wordt niet specifiek een gebied ergens in het Heelal bedoeld, geen hemel ergens ver in de ruimte, maar meer een gebied waar wij stoffelijke mensen geen zicht op hebben. Wij kunnen met onze zintuigen dit gebied niet waarnemen. Gene zijde kan dus op dezelfde plaats zijn als voorheen, zoals ook lichaam, ziel en geest op tegelijkertijd op dezelfde plaats leven.
Keer op keer opnieuw reïncarnerend leert elke essentie de spelregels van de menselijke samenleving en tegelijkertijd ontwikkelt dit megamolecuul van het leven zich verder, waardoor zij zich steeds zelfstandiger en verstandiger kan presenteren.
Bij de eenvoudige mens kunnen we nog niet van een reïncarnerend ego spreken, want deze mens heeft zijn ego, zijn identiteit, nog niet in zijn ziel gelegd. Dit molecuul gaat derhalve nog naamloos van deze naar gene zijde en terug. Verder op het pad, wanneer deze mens, of beter deze essentie, bewuster is geworden en tenslotte een zelfbewust mens wordt, legt hij zijn identiteit in het licht van zijn leven.
Dan legt hij zijn ego in de verzamelde kennis, of informatie die in dit grote megamolecuul ligt opgeslagen. De eenvoudige mens identificeert zich aan ons als een lichaam in het bezit van een deemsterend innerlijk licht. Bij de verder gevorderde mens spreken we meestal gelijkwaardig over lichaam, ziel en geest.
Zijn geest en lichaam aan elkaar verbonden dan spreken we van leven, zijn ze gescheiden dan spreken we over dood. Alleen door te leven kunnen we geest en materie bijeen brengen. Dit leven woont in een lichaam en ontvangt er haar energie van. Leven is dus een verbond tussen geest en materie.
Leven is een sterke universele kracht die zijn spirit ontvangt van het licht en zijn energie betrekt uit de materie. Alleen tijdens het leven is evolutie mogelijk. Voor de evolutie is de samenwerking tussen geest en materie onontbeerlijk.
Ons reïncarnerende deel is het blijvende element. Zij geeft ons de mogelijkheid de materie tot leven te brengen, zij is ons leven en vormt hier en aan gene zijde onze identiteit. Wij zijn dus deze, door onszelf bijeengebrachte kennis en onze geest draagt deze wetenschap uit. Over vele, zeer vele, incarnaties groeit het info van onze essentie.
Predestinatie
Wij komen gepredestineerd, dat wil zeggen, voorbestemd tot onze levenstaak, in dit leven. Hoewel vele religies de grootste moeite hebben met het begrip uitverkiezing, heeft de mens die het leven kent en de reïncarnatieleer begrijpt geen enkel probleem met het begrip predestinatie. We zijn immers allen uitverkoren.
Gepredestineerd (gevormd) door zijn vroegere ervaringen, komt de mens hier op aarde en zijn karma beslist wat hij deze keer zal moeten meemaken en ervaren. Predestinatie wil dus zeggen dat tevoren vol automatisch vaststaat welk doel dit leven dient te hebben en deze predestinatie komt voort uit ons eigen verzamelde info.
Natuurlijk kan de 'vrije' mens moeite hebben te ontdekken welke taak het leven voor hem in petto heeft. Zijn karma heeft hij zelf opgebouwd in vorige levens en misschien heeft hij aan gene zijde besloten een flinke pas voorwaarts te doen op de weg der evolutie, maar eenmaal hier op aarde blijkt deze opdracht te zwaar, het ontbreekt hem aan lichaamskracht of moed en doorzettingsvermogen en daardoor kan hij de opdracht niet tot een goed einde brengen.
Oorzaak en gevolg
Het vergt veel van onze wijsheid in te zien dat oorzaak en gevolg bij onze 'langzame' materiële wereld behoren, maar dat in de eeuwige stilte van de geestelijke wereld deze beweging niet bestaat. Zoals de eeuwigheid de maat van de stilte is, zo is de tijd de maat van beweging. Dit is een onderdeel van de wisselwerking tussen geest en lichaam waardoor het universum zichzelf in stand houdt. Het geestelijke kent geen beweging, maar ook de minerale materie zonder geest kent geen of nauwelijks enig leven.
Alleen door een verbond met de materie aan te gaan kan de geest evolueren, want het geestelijke gebied kent geen zelfstandige vooruitgang. We hebben reeds eerder gezegd dat leven beweging vereist en dat deze beweging ontstaat door tegengestelde krachten op elkaar in te laten werken.
Eenheid wordt bereikt als oorzaak en gevolg gelijktijdig en gelijk bestaan, of beter, niet meer bestaan, omdat beide in elkaar zijn opgegaan.
Het reïncarnerende licht bereikt als mens uiteindelijk eenheid en dat wil zeggen dat hij niet alleen tussen hemel en aarde, tussen geest en materie maar ook tussen oorzaak en gevolg staat.
Karma
Het is niet mogelijk dat uit het info van onze essentie kennis verloren gaat of wordt vernietigd. Wel kan door een geestelijk negatief leven negatief info worden toegevoegd en hieruit volgt dan meteen dat karma tegenmaatregelen treft. Karma werkt namelijk als een automatische universele natuurwet en wil altijd proberen het negatieve info te neutraliseren, door een tegengesteld positief info te bewerkstelligen.
Karma is een natuurwet, zoals de wet van de zwaartekracht bewerkstelligt dat u, wanneer u van een toren springt op harde wijze met de aarde in aanraking komt, zo ook bewerkt Karma, wanneer u tegen de levenswetten handelt, een passend gevolg. Karma zelf is noch positief noch negatief, maar een volkomen neutrale universele wet en zij uit zich dan ook niet in materiële omstandigheden.
Wel is het mogelijk dat iemand, die zich alleen maar inzet voor materieel gewin, geestelijk geheel verarmt en daardoor een karma opbouwt dat hem zal dwingen in een volgend bestaan een meer geestelijk pad te volgen daar karma altijd de weg van de eenheid zoekt.
Lichamelijke, aardse materiële daden zijn op zich niet onderworpen aan karma. Wie echter bewust iemand geestelijk of lichamelijk beschadigt ontwikkelt wel karma. Dit zal echter nooit een lichamelijk lijden, pijn of armoede tot gevolg behoeven te hebben. Wie door een ongezond en gevaarlijk leven te leiden voortijdig komt te sterven, roept geen wrekend oordeel over zich uit. Als hij echter tegelijkertijd zelf wéét dat hij tegen het eigen geweten ingaat, zal hij daarvan wel de karmische gevolgen ondervinden. Karma legt in een volgend leven de drempel zo hoog dat deze mens niet meer tegen het eigen geweten in durft te gaan.
In het algemeen kan worden gezegd, dat wie de weg kent en de stem van zijn geweten kan horen, maar deze weg niet wenst te gaan en naar deze stem niet wil luisteren, een vorm van karma over zichzelf uitroept. De bewuste mens die weet waarheen ons de weg der evolutie wil leiden, dient deze weg ook te volgen en als men in een vorig leven zich bijvoorbeeld roekeloos heeft gedragen bestaat de mogelijkheid dat men in dit leven daartoe niet de moed zal bezitten. Het ontbreekt ons dan gewoon aan de moed om tegen het eigen geweten in te gaan en ons opnieuw in een roekeloos leven te storten. Karma straft niet, want zij is een universele wetmatigheid die ons door middel van het eigen geweten in de richting van de universele evolutie tracht te leiden.
Karma wil zich geen verliezen permitteren, maar dwingt alles en iedereen met zachte hand mee te gaan op de universele weg. Veel van ons onderbewuste drijft ook moeiteloos mee in deze door het universum gekozen richting, maar de mens heeft daarnaast nog de vrijheid ontvangen om tegen de eigen wil in te gaan.
Wanneer wij ons dus afkeren van de uitgekozen weg, dan hebben we dit in persoonlijke vrijheid gedaan en daarom roepen we dan op termijn ook persoonlijk leed over ons uit. Het onbewuste dier, de plant, het mineraal kennen geen karma. Deze leefvormen bezitten nog geen vrijheid van denken en handelen en daarom bezitten ze ook niet de vrijheid tegen eigen wil, geweten en opdracht in te gaan, maar ook zij zijn onderworpen aan alle natuurwetten.
De mens als redelijk wezen wordt door zijn karma beschermd voor al te grote dwaasheden. Karma is altijd evoluerend en reddend bezig. Zoals het water naar de laagste delen van het dal stroomt, zoals het verdorde blad zich laat meevoeren in de richting waarin de wind waait, zo moeten ook wij ons mee laten voeren op het ritme van het heelal. We moeten ons laten leiden door het grote kosmische gebeuren. Doen we dit niet vrijwillig, dan leidt karma ons met zachte hand in de gewenste richting.
Karma is geen straf op een zonde, maar zij is een wegwijzer die ons 'soms dwingend' adviseert de goede weg te kiezen. Het wil ons leiden en begeleiden op het pad der evolutie en de gevorderde mens aanvaardt gaarne deze raadgevingen. De wind waait waarheen hij wil en neemt het argeloze blad mee op zijn speelse tocht over de aarde, het water wordt door de wet van de zwaartekracht gedwongen naar de laagste plaats te stromen en van ons wordt verwacht dat we uit vrije wil meewerken en de weg van het leven blijmoedig blijven volgen.
Zoals er geen negatieve of positieve natuurwetten bestaan, zo bestaat er ook geen negatief karma, want karma gedraagt zich altijd onzijdig. Geheel onpartijdig voert karma de universele wet uit. Hier op aarde, in ons gewone dagelijkse leven, botst de ene mens ook meer met de wet dan een ander, terwijl voor beide toch dezelfde wetten gelden. De aardse wet geeft aan waar de samenleving waarde aan hecht. Zij maakt duidelijk wat men waardevol vindt en in welke richting de samenleving verder denkt te gaan. Wanneer we het daar niet mee eens zijn, komen we in aanvaring met deze wet. De universele wet werkt niet anders, maar wel beter, want vallen de aardse cultuurwetten door slimmeriken te ontduiken, de universele wetten gelden voor iedereen.
Wie persé niet de weg der evolutie wil gaan, roept indirect leed over zichzelf uit en wie de geboden vrijheid misbruikt en daadwerkelijk tegen het eigen geweten ingaat, moet ervaren, dat een zodanig leven niet veel vreugde kan bieden.
Door te weinig vertrouwen en teveel angst voor het leven, durven we ons niet als een blad van een boom mee te laten zweven op het eeuwige ritme van het heelal. We moeten er immers goed met ons verstand bijblijven, zodat we, als het mis mocht gaan, tijdig in kunnen grijpen. In onze hoogmoed denken we de universele evolutie te moeten bijsturen, denken we de natuur te moeten verbeteren, denken we dat we het zelf allemaal veel beter kunnen regelen.
De behoefte om stevig met beide benen op de aarde te staan, ons vast te klampen aan de materie, geeft ons angst om te zweven en mee te deinen op het eeuwenoude ritme. Hierdoor versombert ons leven.
Door gebrek aan oervertrouwen komen we levensvreugde tekort. Dan maken we ons overal zorgen over, we gaan ons verzekeren tegen allerlei materiële tegenslagen. Van de wieg tot aan het graf zijn we nu verzekerd en we moeten tot onze schade ervaren dat geluk, verdriet en pijn niet te verzekeren zijn.
Karma is dus geen wrekende gerechtigheid, geen duivel en het is ook niet het grote kwaad dat ons leven vergalt. Het wil ons leven zodanig inrichten dat we ons oervertrouwen terug kunnen winnen, zodat we ons mee durven laten drijven op het universele ritme van het heelal. Karma wil dat we ons geloven opwaarderen naar vertrouwen. Wie met alle kracht die in hem is de stem van het eigen geweten het zwijgen oplegt, kan daarna niet meer echt gelukkig zijn.
Ook de cel in ons lichaam die zich afkeert van de grote gevestigde orde wordt gedwongen terug te keren in de rij.
Hoe zou een enkele cel zich met succes kunnen keren tegen de structuur van een geheel mensenlichaam. Hoe wil een enkel mens met succes de universele evolutie bestrijden, want er is geen enkele kans dat een mens dit leven na leven zou kunnen volhouden. Soms kan het leven echter zwaar zijn, de omstandigheden moeilijk, dan ontbreekt het perspectief, maar ongelukkig wordt alleen de mens die zijn contact met het universum is kwijtgeraakt.
"Zo het boven is, zo is het beneden, zo het grote leeft en beweegt, zo leeft en beweegt het kleine. Wat de aarde ervaart, moet ook de hemel ervaren. Het scheppings -en verlossingsplan gaat onomkeerbaar verder, want het gehele universum is vastgelegd op een eeuwig draaiend wiel." Als we de moed bezitten mee te deinen op het ritme van het Heelal en onze plaats aanvaarden in dit grootse plan, dan ontvangen we inzicht en geluk. Wie de richting kiest van het eigen geweten en de weg der evolutie gaat volgen, die herkent de cirkelgang der getijden, hij herkent in maanden en jaren een kosmisch plan, een plan van scheppen en verlossen van verdichten en verijlen. Tenslotte zul je een ruimer inzicht ontvangen. De vrede volgt in haar spoor.
Tot zover dit sermoen.
Inderdaad, de meeste mensen, van onze generatie, geloven, voorzover geestelijk meelevend en enigszins volwassen, in een leven na het sterven en ook in weer een aards leven daarna. Zij geloven in meerdere levens. Meerdere levens van de ziel welteverstaan. Zij geloven in het reïncarneren van de ziel in een nieuw lichaam. De kennis van de ziel gaat over op een volgende persoon, het essentiële van een mens keert terug in een volgend geslacht. ¹) Ook binnen het reguliere christendom wordt het denken in deze richting steeds sterker. De moed op te brengen daarop in te haken is de taak van de hedendaagse kerkleiders.
¹) In mijn boek "cirkels van de evolutie" noem ik de kennis van het Licht de "hogere info", en de biologische kennis wordt door mij het "lagere info" genoemd. Dit laatste, het verstand der cellen, erven we van onze ouders, het schenkt ons de zo noodzakelijke biologische overlevingsmogelijkheden, maar deze kennis sterft met ons lichaam, daar het alleen de taak bezit dit lichaam te laten (over)leven.
Het "hogere info" leeft bij het sterven voort, daar het de taak bezit het astrale lichaam (de ziel) te helpen overleven. Ook deze ziel, wat in feite een geestelijk cq astraal grootmolecuul is, heeft niet het eeuwige leven, maar evolueert verder tot een astraal zelfstandig levend mens. Deze astrale mens bezit geen vloeibare bestanddelen meer en is derhalve minder gevoelig voor emotie en tijd en is voor onze begrippen dan ook eeuwig levend.
Zoals de zon 's morgens in het oosten opkomt, op de middag haar hoogtepunt bereikt en des avonds in het westen weer ondergaat, om de volgende nieuwe dag weer opnieuw in het oosten te verschijnen, zo verloopt ook ons universele leven. We worden geboren, bereiken ons hoogtepunt en verzinken daarna weer totdat we sterven, dat is onze zonsondergang. Tenslotte worden we -de volgende dag - in een nieuw lichaam weer geboren. Zo groot zo klein.
De tijd die de zon aan de andere zijde van de aarde schijnt, kunnen we haar niet zien en dat is te vergelijken met ons bestaan aan de andere zijde. Zoals de zon de volgende dag weer opkomt in het oosten, zo keren ook wij weer terug op deze aarde. Dan zal er ook voor ons weer een nieuwe morgen aanbreken. Een nieuwe geboorte. Een wedergeboorte.
Er bestond eertijds een Egyptische heilwens; Moge de Heer van twee landen, Opper en Neder Egypte, rijk en lang leven, zoals ook de God Ré rijk en lang leefde. Als variant daarop zou ik u toe willen wensen; Moge de mens van twee werelden, van het astrale Akasha en het stoffelijke aardse Terra, (Licht en materie) rijk en lang leven zoals ook De Elohim rijk en lang leefden op onze prachtige planeet. Zoals de Farao's bepaalde jaargetijden in Opper -en andere jaargetijden in Neder Egypte verbleven, zo leeft ook het reïncarnerende Licht een periode in het astrale Opper Akasha en daarna weer een tijd in het materiële Neder Terra. Zoals de mens overdag waakt en min of meer bewust leeft en werkt en in de nacht slaapt, zich onbewust van goed noch kwaad, zo leeft de reïncarnerende ziel beurtelings aan deze en gene zijde van het universele bestaan.
Toch wordt reïncarnatie dikwijls veel te materieel uitgelegd, althans zo wordt het dikwijls begrepen. Er worden soms vreselijk domme dingen gezegd over reïncarnatie. ¹) Er zijn echter wel voorbeelden aan te dragen welke reïncarnatie kunnen verduidelijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de estafetteloop in de atletiek. Het bekende stokje wordt door de eerste loper cq loopster naar een bepaald punt gebracht, waar het wordt overgenomen door een tweede loper, die het vervolgens weer afgeeft aan de derde, welke op zijn beurt zijn deel van het uitgezette parcours aflegt om het stokje over te geven aan de laatste loper en deze bereikt hiermee de finish. Vier totaal verschillende personen brengen het stokje naar het eindpunt. In de atletiek gaat het er dan om wie deze opdracht het snelste kan uitvoeren. Er worden allerlei regels vastgesteld zodat de wedstrijd eerlijk verloopt, maar in het gewone leven kunt u gerust tien jaar of meer parlevinken om daarna uw taak met hernieuwde ijver aan te vangen alvorens u het symbool definitief overhandigt.
Reïncarnatie wil zeggen dat door verschillende personen, in totaal verschillende levens en onder steeds wisselende omstandigheden het levenslicht wordt teruggebracht naar de oerbron. Zo'n mensenleven kan zwaar zijn, vol onbegrip voor het eigen levenslot. Het doel van het leven wordt heel dikwijls niet gezien noch begrepen. Een inmiddels bewust levend mens die toch steeds opnieuw weer allerlei minder aangename levenservaringen opdoet met als enig uitzicht het levenseinde, is niet altijd in staat als een positieve optimist te leven. Ieder mens ervaart zichzelf bij tijd en wijle wel als een willoos slachtoffer van grotere machten.
¹) Behalve Reïncarnatie wordt ook het begrip Karma dikwijls zeer bijzonder uitgelegd. Karma heeft voor de natuur en de mens echter maar één gebod: Leef in harmonie! Karma is een natuurwet en wil dat in de materie dezelfde harmonie wordt bereikt als de geestelijke wereld kent. Karma beloont of straft niet, dat doet de mens zelf. Wie in harmonie met zichzelf leeft beloont zichzelf met de vruchten der harmonie, wie echter met zichzelf in onmin leeft straft zichzelf met de nare gevolgen daarvan. Een leven in disharmonie zal het gevolg zijn. Wie wél in harmonie met zichzelf leeft (wiens ruwe steen een glanzende kubiek is geworden) leeft tegelijkertijd in harmonie met zijn harmonieuze omgeving. Zijn zuivere kubiek past naadloos in de symbolische tempel van Salomo (de samenleving). Zo beloont hij zichzelf met de vruchten van een harmonieuze samenleving. Wie er dus over klaagt dat er zo weinig harmonie heerst, is meestal zelf niet in harmonie. Hij roept zelf de nare vruchten van disharmonie op.
Een ander, en nog mooier voorbeeld van reïncarnatie zijn de Olympische spelen. Deze spelen werden in de oudheid gehouden in Olympia een belangrijk Grieks heiligdom op de Peloponnesus. Ter ere van Zeus, de Oppergod, werden hier elke vier jaar spelen georganiseerd. Dit voorzover bekend vanaf ongeveer 775 jaar voor onze huidige jaartelling. In het begin was de belangrijkste sport hardlopen en daartoe vertrokken er vanuit vele delen van het land hardlopers met een fakkel welke ze telkens overdroegen aan de volgende loper. Zo ontstond een estafette, waardoor het Licht vanuit alle delen van het rijk terugkeerde naar het heiligdom Olympus. Ook hier brengen de verschillende lopers, onder verschillende omstandigheden, allen met hun eigen handicap, het ontvangen licht terug naar het heiligdom. Het uitgezonden licht gaat door de materie en keert uiteindelijk door middel van de mens terug in de oerbron. ¹)
Het innerlijke licht van de mens keert terug in het Eeuwige Licht.
¹) Ik vestig er graag nog eens de aandacht op dat slechts het "geleende" goed, -dat we Licht of Leven - noemen, reïncarneert. Zolang we ons niet met dit licht identificeren, maar met onze stoffelijke omstandigheden, is er geen sprake van reïncarnatie. Wij zijn dan immers ons lichaam en dat sterft op zeker moment. In dit geval leeft de ziel naamloos verder. Pas wanneer we bewust leven met het ontvangen Licht, zal dit -onze naam dragend - verder voortgaan op de universele levensweg.
Door Theodosius de Grote werden de spelen in 394 n C opgeheven. In 1894 werd echter, na veel inspirerend werk van Pierre baron de Coubertin, het nieuwe Internationale Olympische Comité opgericht. Nu waren de doelstellingen veel meer aangepast aan een samenleving waarin het Verlossingsaspect veel sterker was dan het Scheppings aspect. Verbroedering komt nu inplaats van confrontatie en sportiviteit inplaats van oorlog. Wat wél gebleven is de loop met het Olympische vuur. Dit is natuurlijk ook een prachtig zinnebeeld van het Verlossingstijdperk. Vertrekkend vanuit Olympus naar de plaats van handeling én daarna weer terugkeren. Werkelijk een zuiver zinnebeeldig voorbeeld van reïncarnatie, waarin duidelijk wordt dat de ziel door vele vegetatieve -animale en mentale levens gerijpt tenslotte terugkeert in de astrale wereld. Niet allen zullen het echter kunnen begrijpen.
Ondertussen -zo leert ons de historie -werd ook nog officieel afgesproken dat de rooms katholieke kerk reïncarnatie zou ontkennen. Deze leer werd gekenschetst als een vijandige leer die het dogma van het roomse christendom bestreed. Dat is duidelijk, want het kerkelijke christendom wil de mens hulpbehoevend houden, terwijl de reïncarnatie -theorie uitgaat van oorzaak en gevolg en daaraan gepaard een voortgang op de weg naar een grotere volmaaktheid. Hier heeft de kerk het doodlopende pad der duisternis gekozen, en het zal veel hoofdbrekens kosten dit zonder teveel gezichtsverlies weer te verlaten. Wie het causale -oorzaak en gevolg - verlaat om zich definitief te storten in het duale -goed en kwaad - is op een welhaast onomkeerbaar afdalend pad terechtgekomen.
Door telkens opnieuw te leven in de stof, eerst op het afdalende en daarna op het stijgende wiel, maakt het Licht een lange reis door de sferen, het leert verantwoordelijkheid te dragen en ontvangt tenslotte vrijheid als beloning. Deze mens, deze lichtdrager wordt -zoals Paulus het formuleert - een tweede Adam, een vrije ziel, een vrije geest.
Morfogenetische resonantie
Volledigheidshalve behoor ik in dit verband toch ook te vermelden dat een goed alternatief voor reïncarnatie de zogenaamde morfogenetische resonantie kan zijn. Geleidelijk ben ik in mijn denken steeds meer in deze richting geëvalueerd. Het zou kunnen verklaren waarom een bepaald persoon kennis bezit die anderen uit zijn leefomgeving niet kennen. Ook deze theorie breng ik graag in verband met astrologie, d.w.z dat ik hierdoor beter kan begrijpen waarom het ene kind kennis opneemt, of bezit die andere kinderen ontberen. Waarom staat de geest van de ene mens open voor studie en kennis verzamelen en de andere voor een eenvoudige wijze van overleven? Heeft de geboorte horoscoop hier invloed op? Hoe dit ook zij, het meest waarschijnlijke is voor mij dat beide theorieën naast elkaar bestaan en elkaar dus niet bestrijden maar juist aanvullen.
Morfogenetische resonantie (groepsgeest) bewerkstelligt dat het pasgeboren kind via deze weg in contact komt met de bewuste en onbewuste kennis van zijn leefomgeving.
Al naar zijn of haar mogelijkheden ¹) zal ieder kind daarvan een deel in zijn bewustzijn opnemen. Ook langs deze weg is het mogelijk dat kennis uit het verleden opnieuw ter beschikking komt.
Gaat bij reïncarnatie het denken in de richting van overdracht van de gebundelde kennis (de hogere info) van één persoon op een nieuwgeboren kind, bij morfogenetische resonantie kan door het jonge kind een deel van de kennis van de hele groep opgenomen worden. Een ware Akasha aan geestelijke kennis en wijsheid staat de boreling ter beschikking en het ligt aan zijn persoonlijke omstandigheden hoeveel of hoe weinig hij hiervan kan of zal benutten. Hier heerst de gedachtegang dat de geest van de mens bij het sterven terugkeert in de gehele mentale sfeer van de aarde waaruit het is voortgekomen. Het organisme mensheid krijgt in dit denken een grote rol toebedeeld. In de animale wereld noemen we dat de groepsgeest die heel dikwijls ook het dagelijkse leven van veel dieren beheerst. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een school vissen of een groep vogels op hun trektocht naar het zuiden, of wildebeesten die een jaarlijkse tocht over de savanne maken. Hoe de overdracht van deze kennis precies tot stand komt is nog niet bekend. Zeker is wel dat veel dieren volgens een redelijk strak regiem leven, terwijl mensen een veel grotere individuele vrijheid ontvangen en daardoor ook grotere verschillen in gedrag kunnen vertonen.
Nadere bestudering van de morfische genetische resonantie leert ons dat alles wat leeft volgens deze stelling, een geestelijk onderdeel is van morfogenetische velden. Binnen deze velden incarneren we opnieuw, tot we een volmaakt onderdeel van dit veld zijn.
¹) Deze mogelijkheden zouden door het geboorteproces kunnen worden bepaald of een relatie kunnen hebben met het genetische materiaal en/of astrologisch bepaald kunnen zijn.
Dr Rupert Sheldrake heeft op dit gebied baanbrekend onderzoek gedaan
Voorbeeld van morfogenetische resonantie:
Een dirigent heeft twee gelijkgestemde stemvorken. Hij slaat de eerste aan en door daarna de eerste stemvork te doven en merkt hij dat de tweede stemvork het geluid overgenomen heeft. De luchttrillingen hebben de resonantietrilling overgenomen. De stemvorken dienen wel exact gelijk afgesteld te zijn.
Wat betekent dit?
Het betekent dat twee mensen die stoffelijk en of geestelijk op bepaalde punten gelijkgestemd zijn via resonantietrillingen gedachten, ideeën, gevoelens op elkaar overbrengen. Voor een goed functionerend huwelijk dienen geestelijke en lichamelijke aspecten enigermate gelijkgestemd te zijn. Is er sprake van een eenzijdige lichamelijke gelijkgestemdheid dan zal een dergelijk huwelijk moeilijk stand kunnen houden wanneer er lichamelijke afwijkingen optreden.
Morfogenetische resonantie brengt partners bij elkaar en geeft het huwelijk duurzaamheid. Of morfogenetische resonantie ook wetenschappelijke kennis en wijsheid kan overbrengen is, meen ik, nog niet bewezen. Hoewel dat onder dezelfde condities (gelijkgestemdheid) wel mogelijk zou moeten zijn. Wanneer zou blijken dat wij al onze verborgen kennis via deze genetische resonantie opnemen is volgens sommigen de reïncarnatie gedachte een achterhaald denkbeeld. Persoonlijk denk ik dat een kind met een bepaald hoger info incarneert in een nieuw leven en dat de inhoud van de geïncarneerde ziel bepaalt op welk trillingsgetal morfogenetische kennis kan worden opgenomen. Dit zou betekenen dat het een het ander niet uitsluit, maar aanvult.
index