DE GROTE WERKEN VAN HERCULES
DEEL DRIE
Hercules en de vogels van Stymphales
Hercules en Prometheus
Hercules en de Augiasstal
Hercules en het rode vee
Evaluatie
HERCULES EN DE VOGELS VAN STYMPHALES
Inleiding bij de mythe
In de eerste en vijfde mythe werden ook aanzetten gegeven en deze Hercules mag dus de derde periode inleiden. In de eerste mythe kwamen drift en agressie enigszins onder controle en werd een samenleving opgebouwd.
In de vijfde mythe werd de mens verhoogd van een kuddedier naar een individu. Toen ontstond de Homo Sapiëns. Nu de emoties -in de achtste -"definitief?" onder controle van de rede zijn gebracht, kan Hercules zich straks, in deze negende mythe, wijden aan de spinnenwebben in zijn geest. Daarnaast kan hij gaan inzien dat hij een zelfstandig individu binnen een groter organisme is.
In het achtste verhaal kwam het onbewuste deel van zijn kennis aan de orde. Dit was grotendeels lagere animale info. Thans wordt aandacht geschonken aan het verstandelijke denken, de mentale info heeft ook een wasbeurt nodig.
Hersenemoties veroorzaken dikwijls vormen van 'krom' en negatief denken dat hier aangepakt dient te worden. Daardoor kan er een omzetting plaats vinden van verstandelijk reageren naar de wijsheid van hoofd en hart. Hier is sprake van een verdere verheffing van de geest.
Het nog deels verduisterde verstand wordt in deze mythe vergeleken met een horde wilde vogels. Wij zouden zeggen spinnenwebben. Deze vogels verdrijven is de opdracht van Hercules in dit negende teken. Dat gelukt hem ook wel, maar u zult zien dat hij wel erg veel hulp nodig heeft. De Schepper weet dat hij hulp nodig heeft en dat hij ook niet te trots is om bijstand in te roepen.
Hercules roert de trom, sta hem bij! Hij activeert het eigen bewustzijn, want dat ziet hij als het uiteindelijke doel van zijn leven, zo ontvangt hij een glanzend zelfbewustzijn en zien we hem straks op een paard zitten, -door de vroege mens in de eerste mythe gedresseerd - met pijl en boog, -ontvangen om de leeuw van Nemea te verslaan -als een overwinnaar terugkeren in Mykenai.
Voorbij deze arbeid wacht er voor hem vrede, aangename rust en milde zegen, want ook deze werken volgen hem bij zijn verdere tocht door het universum.
In de vorige mythe zagen we dat Hercules voorzichtig gebruik maakte van de diensten van zijn neef Iolaos, maar in deze mythe ziet deze dappere strijder in dat hij best wat meer assistentie kan gebruiken; daarom huurt hij een heel leger in.
Hercules in deze mannelijke mythe ontvangt ook hulp van Athene zijn symbolische vrouwelijke zijde. Zo geven lichaam en ziel zijn gezonde verstand de wasbeurt van zijn leven. Hij is nog gevoelig en introvert, maar wil graag alles verstandelijk extravert benaderen. Dan dient het verstand wel een betrouwbare partner te zijn en daarom moeten de gedachtekronkels uit het duistere verleden er uit verdreven worden.
De mythe
Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Waar is uw volgeling, waar is de mensenzoon Hercules die al acht opdrachten heeft uitgevoerd? Is hij thans zover dat hij ook de negende opdracht kan uitvoeren? Geef hem een taak waardoor hij doelgerichter wordt want er komen nog zwaardere opdrachten. Laat hij zich ook een grotere helderheid van geest verwerven".
"Zo zal het geschieden Mijn Heer", sprak de leraar.
Hercules had de stem gehoord en haastte zich naar de negende poort en zei tot de leraar: "Ik ben gereed voor de volgende opdracht".
De leraar sprak tot Hercules: "Je bent nu een vergevorderd mens geworden, steeds zwaarder worden de opdrachten, steeds moeilijker de taak. Nu is de tijd aangebroken om de roofvogels van Stymphales te verdrijven. Ga nu door de negende poort".
Het moeras van Stymphales, in de landstreek Arcadia, was een broedplaats van een kolonie roofvogels die huns gelijke niet kenden. Deze Stymphaliden deden dagelijks hun moordende werk in de omgeving, geen mens of dier was veilig voor hun metalen snavels en klauwen. Elke dag richtten ze grote schade aan onder de kudden die op de vlakte graasden. Deze moordlustige vogels doden of verdrijven was de negende opdracht die Hercules moest verwezenlijken.
Hercules haastte zich door de negende poort en ging op zoek naar het moeras. Lange tijd zocht hij vergeefs. Soms vergat hij zelfs even het doel van zijn tocht, maar kort daarna stond de opdracht weer haarscherp in zijn geest gegrift, totdat er weer iets gebeurde wat zijn aandacht opeiste. Speelsheid, gebrek aan concentratie zorgde ervoor dat hij vergat waar hij mee bezig was en zo duurde het toch nog vrij lang aleer hij Arcadia en het moeras bereikte. Daar aangekomen schrok hij van de grootte en het aantal van de vogels. De schrik sloeg hem om het hart en hij trok zich terug om te overdenken hoe dit karwei moest worden geklaard. Bousiris, waarmee hij zoveel plezier had beleefd op zijn zwerftocht, was daar ook bij hem en zei: "Dit is een onmogelijke opdracht en niemand is gehouden iets onmogelijks te doen. Laat dit plan toch varen".
"Verdwijn", sprak Hercules, want diplomatie was een nog niet beheerste levenskunst. Daarop rekruteerde hij 7 x 7 hoornblazers en eenzelfde aantal trommelslagers. Tegen de avondschemering stelde hij ze op in een halve cirkel rond het moeras. "Op mijn teken", sprak hij, "maak je zoveel mogelijk geluid en volg je mij wanneer ik voorwaarts ga". Hercules droeg in zijn linkerhand een schild en in zijn rechterhand een knots en stelde zich op voor de slagorde. Juist toen hij het commando wilde geven op te trekken tikte Athene hem op zijn schouder en zij gaf hem twee manshoge ijzeren cimbalen. Hij legde zijn schild en knots terzijde, bedekte zijn oren en sloeg met de cimbalen. De trommelslagers en hoornblazers volgden hem en voorwaarts trok de groep. Hercules sloeg de cimbalen en nogmaals klonk het dissonante geluid. Het was een onverdraaglijke herrie en dit nog vermengd met het gekrijs van duizenden opstijgende vogels werd zo'n disharmonieus geluid als voordien en ook nadien nimmer is gehoord.
De vogels vluchtten naar de zee en door hun zware gewicht stortten ze die nacht allen in het water en zijn nadien nooit meer gezien.
Een intense stilte vulde nu de schemering en de volgende ochtend stond de zon al vroeg boven het tot rust gekomen moeras. Het zonlicht kon nu weer elke plaats bereiken en Hercules keerde terug naar zijn leraar. Deze begroette hem met de woorden: "De roofvogels zijn verdreven. Het werk is voltooid".
Een uitleg bij de mythe
Door inktzwarte diepdonkere disharmonie naar het harmonieuze Licht, kan het thema van deze mythe zijn. Dit wordt dikwijls de mythe van de stilte genoemd. Natuurlijk maakt Hercules wel veel onwelluidend geraas, maar de stilte is het doel en hij bereikt dit zo nagestreefde einddoel dikwijls door dissonante geluiden te maken. In deze eerste mythe van de derde ronde is Hercules voorbij de hydra van Lerna en dan is alles natuurlijk heel anders geworden. Nog even denkt hij iets met brandende pijlen te kunnen bereiken tegen de vogels van Stymphales, hij valt terug op oude kennis, maar al snel ziet hij in dat het op een andere manier moet en de enige manier is ook nu weer geluid maken. Geluid maken dat desnoods nog disharmonieuzer klinkt dan het geluid van de vogels.
Laten we niet te lang stil staan bij het werk dat werd gedaan want het is en blijft een mythe. Hercules heeft in Lerna maar liefst negen negatieve elementen onder controle gebracht en nu moet hij zijn verstand, dat soms nog door hersenemotie is verward, zuiveren van allerlei verkeerd gerichte gedachten. In de eerste vier mythen, de leerlingen fase, waren het zuiver fysieke daden die verricht moesten worden en in de tweede cyclus, de gezellen fase, werden de verkeerde gewoonten aangepakt. In de tweede cyclus te Nemea begon hij zijn ongecontroleerde trotse ego te onderwerpen. Hij overwon zijn angsten op zijn tocht met de gordel van Hippolyte, waarna hij het Erymantische everzwijn drilde; zo trachtte hij zelfdiscipline te bereiken en uiteindelijk kwam hij naar Lerna om het goede zaad te zaaien.
Nu, in de derde cyclus, ¹) dient Hercules zijn denken op orde te brengen. De wanorde van een horde wilde vogels moet uit zijn geest worden verdreven. Hij moet schoon schip maken, hij moet zijn denken in orde brengen, zijn gedachten stroomlijnen. Zijn geest moet eenpuntig gericht worden. Woord en daad moeten gelijk gericht zijn, want straks wacht er opnieuw een zwaar werk, waarvoor een sterk karakter nodig zal blijken te zijn.
¹) Wellicht bespeurt u ook een symbolische analogie tussen de eerste cyclus van vier mythen en de leerlingengraad -de tweede cyclus en de gezellengraad -en de derde cyclus en de meestergraad. De eerste vier mythen beschrijven de beheersing van het lichaam, de tweede cyclus beschrijft de beheersing van de ziel en hier in deze mythe wordt een begin gemaakt het denken -de geest -te beheersen.
Bewust of onbewust streven we allen naar een heldere geest. Soms zoeken we wel wat lang aleer we aankomen bij Stymphales, soms genieten we vrolijk van het leven tijdens het zoeken, soms ook doen we niet zo erg ons best om de goede manier te vinden waarop we ons een heldere geest kunnen verwerven. En soms verdwalen we onderweg, raken we het spoor bijster, of laten ons verleiden door Bousiris en zijn we niet bij machte onze arbeid naar behoren te voltooien.
Hercules -in de mythe -maakt ieder karwei naar behoren af, dat kan in een mythe. Hij ziet de aarde wél als een leerschool, maar niét als een strafkolonie. Er is hier sprake van een cultuuromslag. Twee positieve vogels vergezellen deze Hercules, de eerste is Aquila de arend die rechtstreeks van Lerna komt aanvliegen de zon tegemoet. Dit is de vogel van het geestelijke, het universele. Deze vogel hoort bij het land dat nog voorbij de ziel van de mens is gelegen. Cygnus de zwaan is de tweede vogel en zij stelt de ziel voor. Hercules is in deze negende mythe de jonge meester en straks verder gevorderd op het pad zal hij de grote waarheid dichter benaderen dan ooit tevoren mogelijk was, want hij is in staat zijn gedachten op de juiste wijze gericht te gebruiken en zo realiseert hij zich dat alle verschillende meningen en uitleggingen een deel zijn van die ene allesomvattende waarheid.
De vogels verdwenen in de nacht en zijn niet weer gezien. Hemelse rust daalde over de dreven. Van ver glanst de avondster. De Opper Bouwmeester schreef zijn naam in de sterrenhemel. Iedereen keerde huiswaarts maar Hercules bleef alleen achter in de intense stilte van de nacht. Deze Hercules kan genieten van het leven, maar hij begrijpt dat het pad verder moet worden gelopen, de evolutie gaat voort, er is geen stilstand mogelijk. Des pelgrims reis kent geen einde. Bij zijn terugkeer in Mykenai begroette hem de leraar en sprak eenvoudig. "Er is licht in de geest, ook dit werk is voltooid".
Levenstaak
De jonge subjectieve, emotionele, gevoelige Hercules van deze mythe moet zijn verstand op orde brengen en daarna dit zuiver werkende verstand samenvoegen met zijn gevoelens. Staand in het licht van de zon geniet hij daarna van zijn overwinning. Wat zal er door hem heen gaan, nu hij de weg kent? Vrede? Acceptatie? Innerlijke stilte in deze stille nacht?
Hercules in deze mythe kent zijn eigen zwakheden en tekortkomingen als geen ander. De opdracht overziende komt hij tot de slotsom dat enige hulp en bijstand zinvol kan zijn. Voor het eerst in de evolutie ziet iemand in dat hij niet alleen op de wereld is, maar dat een leger vrienden hem wil bijstaan in de goede strijd. Voor het eerst in de evolutie ziet de Homo Sapiëns in dat een schare van vrienden aan deze en gene zijde bereid zijn hem bij te staan bij zijn cruciale levenstaak.
ZO GROOT - zo klein.
In het Hermetische denken wordt de mensheid in deze fase van zijn bestaan gedwongen te werken aan de ontwikkeling van zijn verstandelijke vermogens. Is in het vorige beeld de drakenwereld verslagen en een begin van oervertrouwen ontstaan, thans wordt de mens nog steeds gehinderd door zijn te gebrekkige geestelijke functioneren. De stap van Sint Joris naar Albert Einstein is in deze mythe gemaakt. De werking van het verstand wordt nog steeds gedeeltelijk belemmerd door oude emoties, hersenschimmen en hersenspinsels. Deze spinnenwebben van de geest verwijderen en helder denkend worden is de opdracht van de mensheid op dit niveau van ontwikkeling. Waar de emoties verdwijnen, het verstand onbelemmerd kan werken, neemt de geest van de mens het initiatief en leidt hem op de weg van de universele evolutie. Als tenslotte de geest schoon is en het gezonde verstand zijn werk kan uitvoeren, zullen deze twee contact zoeken met de zegenrijke gevoelens uit het hart. Lichaam, ziel en geest vormen nu een drievoudig verbond.
HERCULES EN PROMETHEUS
Inleiding bij de mythe
De Hercules van deze tiende mythe leeft graag in het hooggebergte; daar hoog in de bergen heerst geen modieuze luxe, maar daarnaar is deze Hercules ook niet op zoek. Hij heeft zo zijn eigen gedachten, ideeën en leefregels en meestal zijn deze sober van aard.
Het maakt niet uit op welk niveau hij leeft, nog volop in de materie, of al wat verder op het pad van de evolutie, zijn leven staat standvastig in een strak omlijnd kader. (Capricornus)
Deze Hercules leeft naar zijn eigen voorschriften en één daarvan is integriteit. Werk en leven zijn bij hem één. De hoofdpersoon uit deze mythe krijgt ook nu weer een karmische taak toebedeeld, natuurlijk is karma ons aller deel, maar in deze mythe spreekt het iets duidelijker tot ons. In deze mythe perst Hercules zichzelf in een strak keurslijf, hij geeft zich zelf weinig speelruimte. Ook in de achtste mythe was hij al zo plichtsgetrouw, maar in de negende nam hij nu en dan wel tijd voor ontspanning. Of daaruit de conclusie is te trekken dat hij in een voorgaand leven te losbandig is geweest lijkt niet zeker. Hercules in deze mythe bevrijdt een "god" uit de klauwen van een Adelaar. Langs diepe ravijnen en hemelhoge bergen voert de moeizame tocht naar de gekluisterde, maar pas aan het eind van een leven vol ups en downs bereikt hij deze geketende "god".
De introverte Hercules gaat de reis door deze mythe op een rustige betrouwbare manier. Geduldig voortgaan op het pad brengt hem tenslotte bij de berg waaraan Prometeus zit gekluisterd. Niet alleen het machteloos gebonden zijn aan de materie, maar ook het lijden aan de wonden, door de adelaar aangebracht, maakt zijn leven tot een hel.¹)
De verlossing komt, door te mogen sterven, want dikwijls kan het mogen sterven genade zijn. Hercules transformeert een lijdende onsterfelijke "god" in een sterfelijk mens. Via de boom der kennis wordt de boom des Levens ontdekt.
Door te sterven kan de mens verder leven.²)
¹ De adelaar, als symbool van de geest, is als een tweesnijdend scherp zwaard waardoor lichaam en ziel worden gekastijd.
²) Denk aan de graankorrel, die moet sterven om nieuw leven voort te brengen. (Hij leeft in de zoon)
De mythe
Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Waar is uw volgeling de mensenzoon Hercules? Is hij gereed om door de tiende poort te gaan? Is zijn karakter nu zover gevormd dat hij in staat is de medemens bij te staan? Geef hem een opdracht die hem in staat stelt het geleerde in de praktijk te brengen".
"Ja Mijn Heer, Hercules is gereed om door de tiende poort te gaan" sprak de leraar.
Ook Hercules had de stem gehoord en sprak tot de leraar: "Ik sta gereed voor de volgende taak". "Ik weet het mijn zoon", sprak de leraar, "want je hebt nu vele gevaren getrotseerd en bent inmiddels een redelijk mens geworden. Nu moet je de tot ontwikkeling gebrachte intelligentie, intuïtie en kracht inzetten voor de medemens". Hercules zag een man met ijzeren ketenen geklonken aan de rotsen. Zijn lijden was zeer groot. "Mag ik deze man redden uit de klauwen van de adelaar", vroeg hij de meester. "Ja mijn zoon, red deze gekwelde ziel uit zijn verschrikkelijk lijden en breng hem naar Mykenai" sprak de meester.
Prometeus had het licht uit de hemel gestolen en aan de mensen op aarde geschonken.¹) Daarover was Zeus zo boos geworden dat hij hem had laten verzegelen aan een kale rots. Een adelaar kwam elke dag en pikte hem in zijn nieren en lever en hij kon zich niet verdedigen. Des nachts groeide zijn gewonde lichaam weer dicht. Zo lag hij al duizenden jaren aan deze rots geklonken en daar hij onsterfelijk was scheen er nooit een eind aan dit onduldbare lijden te komen. Ook Zeus vond de straf nu wel voldoende en daarom stond hij Hercules toe Prometheus te bevrijden.
Hercules ging door de tiende poort en richtte zijn schreden naar het oosten. In een ver land, nog voorbij Klein Azië, lag het doel van zijn tocht. Gewetensvol trok hij voort, maar de tocht was zwaar. Elke dag waren er wel problemen, dan moest hij strijden met rovers en plunderaars, dan weer kampte hij met voedselgebrek. In de dalen stak hem de felle zon en was de hitte ondraaglijk, hoog op de bergen kwelden hem de ijzige kou en gebrek aan voedsel.
Behoedzaam trok hij voort, hij had de woorden van de leraar goed begrepen en ging steeds verder in oostelijke richting. Steeds somberder werd het landschap en op de steppe was nauwelijks schaduw of beschutting te vinden. Hij moest zich verweren tegen adelaars en gieren, maar ook de wolven jaagden hem op.
Tenslotte bereikte hij de bergen en kon hij in een dal even op krachten komen.
Bousiris was er ook en zei: "Blijf toch hier bij deze mensen, de bergen zijn hoog en levensgevaarlijk en de toendra is een moordende vlakte. Blijf toch hier".
Hercules hoorde de woorden van Bousiris niet eens, maar vertrok in de richting van de hoge bergen. Met één pijl doodde hij de adelaar die Prometheus belaagde en daarna begon hij Prometheus te bevrijden. Hij verzorgde zijn wonden en op een beschutte plaats verpleegde hij deze beschadigde "god" maandenlang.
De terugreis naar Mykenai verliep voorspoedig en in de tempel, die aan Zeus was gewijd, ontving Prometheus sterfelijkheid, en zo kon hij samen met Hercules door de tiende poort terugkeren bij de meester die sprak: "Het werk is voltooid. Ook in de buitenste duisternis schijnt nu het licht. Rust een weinig want nog twee opdrachten wachten u".
¹) Zeus werd zo boos op Prometheus, die wel de weldoener der mensen werd genoemd, dat hij Pandora met een doos vol kommer en kwel naar de aarde stuurde. Prometheus werd daarna op zijn bevel door Hèphaistos aan een rots van de Kaukasus geketend. Zijn astrale lichaam verstoffelijkte en zijn ziel (zijn leven) werd gevangen gezet in de materie en geplaagd door de kwalen van zijn, tot dan verouderende maar onsterfelijke, aardse lichaam.
Een uitleg bij de mythe
De Hercules van deze mythe is een redelijk denkend mens. Hij is nu in de tweede universele mythe aangekomen en is voorbij Lerna, maar ook Stymphales is een gepasseerd station. Er is schoon schip gemaakt in de emotionele ziel en de hersenkennis is van vreemde smetten vrij, daarnaast is er karaktervastheid opgebouwd. Daarom acht de leraar hem nu in staat zich in te zetten voor een universele taak.
De opdracht is universeel, maar er moet wel terdege daadwerkelijk aangepakt worden. Snel helpt hij Prometheus weer op de been. Hij verlost hem van zijn ketenen, verzorgt zijn wonden, neemt hem mee uit de duisternis en voert hem naar het licht.
De mens die door deze negen poorten is gegaan is een ontwikkeld mens en kan een ontwikkeld, universeel en bevrijd mens worden. Deze vergevorderde mens klimt in dit tiende teken hoog op de berg der verlossing. Hoog in de bergen, waar het trillende licht voelbaar is en de lucht ijl, kan hij, genietend van de prachtige vergezichten, tot het juiste inzicht komen. Deze Hercules wordt alles duidelijk uitgelegd wat er van hem wordt verlangd. Hij weet waarom Prometheus daar ligt vastgebonden. ¹)
Dus trekt hij naar het oosten; het oosten staat symbolisch voor licht en hij gaat op zoek naar dat licht, op zoek naar verlichting. Die verlichting ontvangt hij als hij Prometeus heeft bevrijd.
¹) Geketend aan een rots wil zeggen dat de essentie van Prometheus geleidelijk in een stoffelijk lichaam werd vastgezet. De astrale "god" Prometheus werd geleidelijk een onsterfelijk stoffelijk mens. Door deze mens mee te nemen naar de tiende poort (waar hij sterfelijkheid ontving) kwam er aan dit langdurige lijden een einde. Zijn troost was dat hij sterven mocht. De “schuld” van Prometheus (verstoffelijking) is afgedaan, waardoor zijn ziel opnieuw in vrijheid woont. Het sterven van het stoffelijke lichaam is de genade die Zeus hem -en met hem de mensheid -schenkt. In groter verband licht deze mythe nog een sluier op. Doordat de astrale "goden" verstoffelijken en daarna sterfelijk werden waren ze mensen geworden.
Ik denk dat ik geen al te groot beroep op uw fantasie hoef te doen wanneer ik zeg dat in het verlossingstijdperk het pad in omgekeerde volgorde wordt gegaan. Zoals eens de "goden" mensen werden zo zullen dan de mensen weer "goden" zijn. Zoals eens astrale "goden" verstoffelijken tot mensen, zo zullen stoffelijke mensen eens weer verijlen tot ze astrale "goden" zijn. Symbolisch bereikt Hercules deze fase in de twaalfde mythe, waar hij het animale, de Homo Erectus en de Homo Sapiëns achterlaat om als een (van de materie verloste) Homo Christos cq astrale "god" Mykenai in te gaan.
Levenstaak
In deze prachtige mythe, moeten we inzien dat wij, net als in de tweede en de zesde mythe, een medaille met twee kanten zijn. In tweede waren we enerzijds een verwoestende kracht en anderzijds een op de samenleving gerichte opbouwende energie. In de zesde mythe waren we zowel een vechtende angsthaas als een heldhaftig liefdevol mens en nu in deze mythe is er weer sprake van een dualisme en zijn we een gevangene en onze eigen bevrijder.
Hercules zit enerzijds zelf gekluisterd aan die rots en anderzijds is hij zijn eigen verlosser. Vastgeklonken aan de materie is Hercules met hart en ziel overgeleverd aan de lichamelijke pijn van een gruwelijke vogel. Maar ook hij mag het zelf allemaal doen. Hij mag zichzelf verlossen en zich vrijmaken van zijn liefde voor materiële welvaart en dat is geen eenvoudige opgave.¹)
Daar heb je geduld en doorzettingsvermogen voor nodig. In de tweede mythe was de beloning een veiliger woonplaats. In de zesde mythe mocht hij de liefde leren kennen, en nu in deze tiende mythe is de overwinning compleet. Hercules ziet het Licht. Zodra het licht binnen in hem schijnt, is Prometheus weer vrij. Wanneer de materie is overwonnen schijnt binnenin hem het Licht, is hij een Licht.
¹) Denk aan de legende van de rijke jongeling, Mattheus 19:16-26
ZO GROOT - zo klein.
In het Hermetische denken kunnen we analoog aan dit beeld een mensheid zien welke op weg is naar een geordende maatschappij. In het vergelijkende tijdperk van de achtste mythe (Lerna) werden de emoties grotendeels overwonnen, in Stymphales werd het verstand verlicht zodat het licht van de geest zich een weg kon banen door hart, ziel en verstand. Nu zullen er kaders ingericht worden, regeringen en wetten ingesteld, waaraan allen zich hebben te houden. Dit alles is het werk van de mens welke in het digitale tijdsgewricht leeft. Het scheppen van richtlijnen waarbinnen we veilig kunnen wonen en ons verder kunnen bekwamen op de universele weg der evolutie.
Straks, voorbij de twaalfde mythe zullen we de gehele ontwikkeling nog eens opnieuw belichten, maar nu reeds kan ik zeggen dat het u duidelijk zou mogen zijn, dat u deze levenslessen diverse keren, telkens op een ander niveau zult moeten ervaren. Ook op het betrekkelijke lage peil van de overlever, worden de mensen lessen geleerd en kaders bijgebracht waarbinnen zij kunnen functioneren. Daarnaast zal voor ieder persoonlijk, doch ook voor hele beschavingen, dit de periode kunnen zijn waar zij, tijdens hun tocht van Egypte naar Kanaän, de woestijn achter zich laten en de Jordaan overtrekken om straks het beloofde land in bezit te nemen.
HERCULES EN DE AUGIASSTAL
Inleiding bij de mythe
Hercules in deze elfde mythe zoekt vrijheid via de individualiteit die hij in de vijfde mythe in Nemea bereikte. Eigenlijk zijn we allemaal groepsmensen, we zijn stamgebonden en om die sterke band wat losser te maken moet hij de wijde wereld in, op zoek naar de waarheid. Geloven in wat ons het beste uitkomt, is niet meer voldoende, domweg -binnen een gezellige groep -onze vooroordelen volgen is onaanvaardbaar geworden, we moeten realistischer worden en gaan inzien wat wél de waarheid is. (In het komende Aquarius tijdperk zullen dan ook vele ogen worden geopend.)
De schoonmaak actie in deze mythe symboliseert het verwijderen van alle geloofsovertuigingen, meningen, gedachten, ideeën die we tijdens vorige incarnaties in onze onbewuste geest hebben opgeslagen. Ook alle biologische ziektekiemen die we in vele generaties door erfelijke overlevering hebben verzameld worden nu rigoureus verwijderd. De sluizen worden opengezet en het kwaad drijft naar de zee van eeuwige vergetelheid. Steeds gezonder wordt ons stoffelijke lichaam, daardoor kan in deze fase van de evolutie het begin van een fijnstoffelijk lichaam tot stand komen. Hercules verlost de mensheid van het oude kwaad, hij is de heelmeester van de twaalf en heelt alle smart. ¹)
Hercules in deze mythe etaleert de kennis die in de derde mythe -de zoektocht naar de gouden appels -is begonnen en in de zevende mythe -het Erymantische everzwijn -is getoetst en in orde bevonden. Hij doet er iets mee, hij doet er iets goeds mee. In al deze mythen, dat zal u opgevallen zijn, moeten we iets doen met het talent dat we ontvingen.
Als wij in dit tijdsbestek onze taak net zo goed uitvoeren als Hercules die verrichtte, staan we aan het eind van de reis, schoon en vrij, naar lichaam en ziel voor de meester, die zegt: "Ge zijt een dienaar van de wereld geworden, de diamant van de elfde poort is voor eeuwig in uw bezit". Hercules moet innerlijk schoon schip maken, hij moet de realiteit verkiezen boven de groepsethiek.
¹) Met het oude kwaad wordt hier bedoeld het te diep neerdalen van de astrale ziel in het grofstoffelijke lichaam, met als gevolg vele lichamelijke ziekten en kwalen.
De mythe
Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Het licht dat ik aanschouw op den berg van Capricornus, is dat uw volgeling, de mensenzoon Hercules"? De leraar antwoordde: "Ja Mijn Heer, zijn licht straalt nu uit over de aarde".
Vanuit de hemel klonk opnieuw de stem: "Laat hem zich nochtans gereed maken voor de volgende taak. Geef hem een opdracht waardoor hij een dienaar kan worden, een dienaar der mensen".
"Zo zal het geschieden Mijn Heer", sprak de leraar.
Hercules hoorde de stem en voor zijn innerlijk oog verscheen een vervuild land met een stervende bevolking en hij sprak tot de leraar: "Laat mij tot hen gaan, laat mij dit volk verlossen van het oude kwaad".
"Het zij zo", sprak de leraar.
In het westen van de Peloponnesus, nog voorbij het Arcadische bergland, ligt een lieflijke landstreek met glooiende heuvels en groene dalen. Augias was de naam van de koning die heerste over dit gebied. Hij was een rijk en gierig mens, op de heuvels in de wijde omtrek graasden drieduizend runderen die zijn grootste bezit vormden. In de wintermaanden werden al deze dieren bijeengebracht in een stal in de laagvlakte van Elis. De gierige koning had deze stal dertig jaar niet laten schoonmaken en nu was dit door het metershoge vuil niet meer mogelijk. Door dit vuil, wat een enorme stank verspreidde, was de bevolking ziek geworden. Het schoonmaken van deze stal was de elfde opdracht.
Hercules ging door de elfde poort en trok door de bergen van Arcadia naar de vlakte van Elis. Van verre rook hij al de ondraaglijke stank. Bij de koning aangekomen stelde hij deze voor de stallen te reinigen zonder daarvoor een beloning te ontvangen. De koning vertrouwde dit niet en zei: Als je de stallen in één dag kunt reinigen dan ontvang je tien procent van mijn bezit, zo niet dan is jouw leven in mijn hand.
Hercules ging hiermee akkoord en ronselde aan aantal mensen die hem hielpen gaten in de muren van de stallen te maken en daarna zwoegden ze nog urenlang om twee rivieren zodanig om te leiden dat het water door de stallen kon stromen en al het vuil meenemen op de tocht naar beneden. Binnen één dag was het rijk bevrijd van de stinkende overlast en Hercules begaf zich opgetogen naar de koning.
De koning sprak tot hem: "Ge hebt door een list gewonnen. De rivieren deden het werk en niet gij, maak dat je wegkomt, anders laat ik je opsluiten en terechtstellen".
Bousiris sprak tot Hercules: "De bevolking is jou dankbaar, ze willen jou als hun koning en dat heb je verdiend, dat moet je doen. Stoot die nare Augias van de troon, want jij zult een veel betere koning zijn". Hercules hoorde nauwelijks wat Bousiris tot hem sprak en daar zijn taak was volbracht keerde hij terug naar de poort en ontmoette zijn leraar, die sprak: "Een werelddienaar ben je nu geworden, je hebt je licht laten schijnen om anderen te helpen.
De taak is volbracht".
Een uitleg bij de mythe
Een vervuilde aarde is ook het probleem waar wij in ons tijdsbestek mee worstelen. Hercules kent de oplossing en U nu ook. U kunt nu ook weten hoe de huidige vervuiling van de aarde beëindigd zal worden. In deze elfde mythe wordt Hercules een werelddienaar. De evolutie gaat verder, want in de derde mythe, moest hij nog leren goed te worden op aards niveau, hij moest nog ontdekken dat hij alleen door dienst goed kon worden. In de zevende mythe was hij nog druk in de weer om een beetje evenwicht te bereiken tussen goed en kwaad. Maar de evolutie versnelt zich en is daarna eenparig versneld voortgegaan. Daarom zien we de zoeker uit het derde verhaal en de twijfelaar uit de zevende mythe, als een werelddienaar terugkeren in dit grote elfde werk.
Nu, in dit grote werk staat er een andere Hercules voor de poort. Kunt u het zich voorstellen? Na een glanzende overwinning in de achtste en na geestelijke rust en evenwicht te hebben bereikt, door de voltooiing van het negende werk, beklimt hij, nadat hij eerst was afgedaald tot in de diepste zwarte materie en daar zijn taak had volbracht, in de tiende mythe de berg der verlossing. En boven op die berg, in een eeuwige universele geestelijke sfeer, ontvangt hij de opdracht om af te dalen en de vuile stallen van koning Augias uit te mesten.
Wie een werelddienaar is geworden gaat niet redetwisten of het opgedragen werk misschien beneden zijn opleidingsniveau ligt, of we dit nu in alle redelijkheid nog wel passende arbeid kunnen noemen. Wie een werelddienaar is geworden pakt zonder te morren het opgedragen werk aan en voert de taak daarna geheel uit.
Hercules begreep dat er snel gehandeld moest worden en met man en macht, want organiseren heeft deze meester inmiddels wel geleerd, gaan ze nu aan het werk. Muren worden gesloopt en dijken doorgestoken, barrières worden opgeruimd zodat het bevrijdende water zijn heilzame werk kan doen.
En als de stallen geheel schoon en fris zijn en de landerijen doorgespoeld, dan is het ook snel afgelopen met de ongeneeslijke ziekten .¹)
Eigenlijk waren alle lessen al geleerd, maar er wordt nog een proefwerk gegeven in gehoorzaamheid en dienstbaarheid en straks in de volgende poort is er nog een laatste proef, dan wordt zelfopoffering gevraagd. Wie de tiende horde met succes heeft genomen, kan niet anders dan slagen in de laatste twee universele tekens.
Op ander niveau heb ik al eens geschreven dat Uranus en Neptunus, de planeten die bij de geestelijke gesteldheid van deze Hercules behoren, tegengesteld roteren aan de andere planeten en dat wil ons zeggen dat de vergevorderde mens Hercules is overgestapt op een ander wiel van evolutie en nu op een onomkeerbare plaats is gekomen. Hij is nog steeds een gewoon mentaal mens, maar vergevorderd op het pad der evolutie.
¹) De huidige problemen van vervuiling van de aarde zullen in het Aquarius tijdperk ook op een natuurlijke wijze snel opgelost worden.
Natuurlijk is in principe elke plaats in de evolutie onomkeerbaar, want er is slechts vooruitgang mogelijk, maar soms moeten we om iets te leren, om twee stappen voorwaarts te kunnen doen, wel eens een pas terug doen. Soms vallen we naar aardse begrippen terug, maar dit is slechts om lering op te doen en iedere terugval zal ons zeker verder brengen op het pad der evolutie.
De evolutie herkennen we het beste aan waar we zelf onze identiteit leggen en dat geeft ons, mits er voldoende zelfkennis aanwezig is, de mogelijkheid om zelf de plaats te bepalen waar we op de ladder der evolutie staan. Velen van ons zullen zich ongetwijfeld terug vinden in vijfde mythe, het grote werk was hier het doden van de leeuw van Nemea. In de mens die de groep verlaat en een zelfstandig individu wordt. Dit herkennen we in het algemeen in de leegloop van kerken en politieke partijen.
Sommigen van ons zijn misschien een stapje verder en hebben hun ego al grotendeels onder controle van hun geest gebracht, of denken dat ze het onder controle hebben, want het blijft ook nog mogelijk dat ze het nog niet eens hebben bezeten. Je moet natuurlijk wel een heel sterk individu zijn, om je persoonlijke individualiteit op te durven geven.
In de eerste mythen waren we een mens die werd beoordeeld op zijn lichaam, op zijn lichamelijke prestaties. (Denk hierbij ook aan de bijbelse mythe van Kaïn en Abel een strijd die door de zwakke Abel wordt verloren) Deze mens laat zich nog leiden door zijn van oorsprong dierlijke emoties, angst en drift.
In de volgende fase legt de mens langzamerhand zijn identiteit wat meer in zijn verstand. (Denk hierbij aan de bijbelse mythe van Jacob en Ezau waar de slimmerik Jacob wint) De verstandelijke typen nemen nu het heft in handen en de ruwe natuurmensen worden met wetten en gevangenissen gedwongen zich aan te passen.
In de derde fase wordt van de man verwacht dat hij niet alleen een No nonsens verstand bezit of een ambtelijke rechtlijnigheid, maar dat hij zijn verstand in dienst stelt van zijn hart en zo een zekere wijsheid opbouwt. Nu gaat hij ook meer begrip krijgen voor zijn naaste omgeving.
Nu is de fase aangebroken waarin de mens zijn aardse wijsheid toetst aan universele waarheden en dan komen er geheel andere realiteiten te voorschijn. Hij gebruikt nog steeds zijn wijsheid uit hoofd en hart, hij zal wel moeten, maar hij legt nu zijn identiteit buiten het sterfelijke lichaam in zijn universele geest.
Waar je zelf jouw eigen identiteit legt, die ben je. Als je jezelf identificeert met het eigen lichaam, dan ben je sterfelijk en blijft er van jou niets over bij je sterven, want je gehele identiteit verdwijnt dan.
Eenmaal wat verder gevorderd, beklim je de berg en voltooid het tiende werk. Vanuit dit geestelijke milieu wordt je daarna geroepen om de vervuilde koninklijke stallen van de gierige koning Augias schoon te maken. Je bedenkt een snelle universele oplossing en het resultaat is overweldigend. Hercules voert zijn opdracht moeiteloos uit en straks zullen we hem nog eenmaal, in de twaalfde poort, ontmoeten en daar zien we deze werelddienaar als een wereldverlosser aantreden.
In deze Hercules herkennen we in het andere verhaal de figuur van Johannes de Doper. Deze Hercules is de wegbereider voor de Hercules die nog moet komen om ook het grote twaalfde werk uit te voeren. Zoals Johannes door te dopen symbolisch het kwaad afspoelde van de individuele dopeling, zo spoelt Hercules door rivieren om te leggen de hele aarde weer schoon!
Koning Augias dacht dat Hercules het gemunt had op zijn troon en dat denken alle mensen die veel stoffelijk bezit hebben vergaard. Bijna alle rijke mensen denken dat alle andere mensen, die niet zo "gelukkig" zijn geweest, hen dat misgunnen en maar al te graag dat bezit zouden willen inpikken.
Hercules was blij dat het karwei snel was geklaard, maar de materialist koning Augias wilde zijn deel van de afspraak niet nakomen en bedreigde hem met de dood. ( Judas verkocht Jezus voor dertig zilverlingen) Hercules haalt zijn schouders op en gaat heen. Hij laat de kapitalist Augias achter temidden van zijn vele bezittingen.¹)
Hoe hoger Hercules stijgt op universeel gebied, hoe dieper Augias zichzelf vastzet in de materie. Dat is het dualisme dat we in dit verhaal moeiteloos kunnen ontdekken.
"Gij zijt een dienaar van de wereld geworden" sprak de leraar "en de diamant die bij de elfde poort hoort is voor eeuwig in uw bezit".
¹) Lees in dit verband eens de legende van de rijke jongeling; Mattheus 19:21-25.
Levenstaak
Emoties werden door het achtste werk, en ordeloze gedachten door het negende werk overwonnen, in het tiende werk werd het Licht ontvangen en nu moet het geloof nog groeien naar inzicht, vertrouwen en "weten". Alle ziektekiemen die in het innerlijk van de mens leven moeten er uit verwijderd worden. Dat kan niet altijd op een zachtzinnige manier en daarom treedt Hercules rigoureus op.
ZO GROOT - zo klein.
In het Hermetische denken is dit het tijdperk dat de mens zijn oude kwalen en ziekten achter zich kan laten. De mensheid moet weer schoon en gezond worden. De van oorsprong goddelijke ziel werd in het animale gebied vergiftigd met dierlijke emoties. Deze astrale ziektekiemen dienen nu rigoureus uitgeroeid en achtergelaten te worden. Telkens komen we een stapje verder, en nu is dan onze gehele gezondheid aan de orde. Daartoe zal de aarde schoon moeten worden en verlost van het oude kwaad. In Hermetische zin verwijst deze mythe naar een meer astraal cq fijnstoffelijk levensgebied. Het oude kwaad, de grofstoffelijke levenswijze, wordt achtergelaten. Het animale, astrale zielsgebied, evolueerde naar mentaal en daarna ontstaat een fijnstoffelijk lichaam. Dan is het grofstoffelijke voorgoed verleden tijd.
Op kleinschalig niveau kunnen we spreken van het gezond maken van de samenleving; socialer, rechtvaardiger, meer naar eenheid strevend, gezonder ook, doordat de erfelijke ziekten, die we via onze genen generaties meedroegen, nu worden uitgebannen.
HERCULES EN HET RODE VEE
Inleiding bij de mythe
De oceaan van het leven is een groots, wijd, soms stil, soms roerig, maar altijd een levend, beweeglijk en vloeibaar symbool. Het symbool van het mysterie, het mysterie van het leven. Is hier in dit onpeilbaar diepe water het leven ontstaan? Hoe kan dat dan? In de oceaan van het leven buitelen de vragen over elkaar, verdwijnen naar de diepte en komen soms verderop opnieuw in een andere gedaante weer aan de oppervlakte. (Pisces)
Veel van de mensen, in dit tijdsbestek geboren, verliezen geleidelijk hun zekerheden en dat is tegelijk ook het doel van hun leven. Het verlies van de stoffelijke zekerheden wel te verstaan; leren inzien dat er geen stoffelijke zekerheid bestaat. Inzien dat materie een product van de verbeelding is. Deze wereld, de harde materialistische wereld, loslaten en geestelijk een beetje, of -zo mogelijk -veel, ruimer gaan leven. Inzien dat materie bestaat uit stof en geest en wanneer we deze gaan scheiden de rest van de materie weer bestaat uit stof en geest enzovoort!
Hercules in deze laatste mythe brengt de kudde roodvee terug in de heilige tempel. Dat rode vee staat voor onze emoties, al onze begeerten, angsten en driften liggen besloten in deze kudde koeien en deze brengt hij nu terug naar de Schepper. Rood is de kleur van het bloed, van het leven, maar ook van de animale emoties angst en drift. Rood is ook de kleur van de mentale liefdevolle gevoelens. Tijdens het vierde werk overwon hij zijn angst voor buiten, in het achtste overwon hij zichzelf en nu in deze twaalfde mythe schenkt hij zichzelf. Zelfopoffering!
Het rode vee keert terug in de heilige tempel, het zilveren koord is losgemaakt, maar het gouden koord blijft in stand, geest en ziel sluiten een eeuwig verbond, harmonie tussen Licht en materie, tussen “god” en mens.
De mythe
Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Wie is dat licht dat over de aarde straalt? Is dat mijn volgeling, de mensenzoon Hercules die door de elf poorten is gegaan? Hercules mijn zoon, ben je gereed om ook de laatste opdracht uit te voeren"?
Hercules antwoordde: "Ja Mijn Heer, ik sta gereed om het rode vee van koning Geryon te verzamelen en bijeen te brengen in de heilige tempel van Mykenai".
Vanuit het uitspansel klonk een stem en Hercules heeft de stem gehoord en begon aan zijn laatste opdracht hier op aarde.
Heel ver naar het westen, nog voorbij de brede rivier die om de aarde stroomt, heerste een koning Geryon. ¹)
Deze monsterachtige koning; hij bezat drie bovenlichamen, drie hoofden en zes armen, was in het bezit van een kudde rood vee. De kudde werd bewaakt door een enorme herder met een tweekoppige hond. Deze zwaarbewaakte kudde over het Iberische schiereiland naar Mykenai brengen was de opdracht die Hercules zichzelf had gegeven.
Vol vertrouwen vertrok hij door de twaalfde poort en mediteerde zeven weken in de tempel die aan Zeus was gewijd. Daarna richtte hij zijn schreden naar het land van koning Geryon. Wederom werd het een zware tocht welke hem door vele landen voerde waar barbaarse volkeren woonden. Eindelijk kwam hij in het zuiden van Iberia aan en Bousiris trachtte hem te verleiden zich definitief in het mooie Andalusië te vestigen, maar Hercules trok voort.
Toen hij na jaren de kudde bereikte stormde de woeste tweekoppige hellehond Kerberos op hem af, maar met een geweldige slag van zijn knots sloeg hij het monster dood. Ook de reusachtige herder trof, in het nu volgende gevecht, hetzelfde lot.
Hercules bracht het vee bijeen en dreef ze in de richting van Gadir, maar nog slechts weinig gevorderd zag hij achter zich een stofwolk, want koning Geryon haalde hem in om zijn bezit te heroveren. Hercules schoot een pijl met zoveel kracht af dat hij dwars door de drie lichamen van deze monsterachtige koning ging en deze stierf ter plekke. De lange vermoeiende reis ging verder. Hij trok met zijn kudde door Gallië. De brandende zon overdag en de ijzig koude nachten sloopten zijn krachten en ook zijn helpers waren oververmoeid en ook het rode vee had het zwaar te verduren.
Telkens als hij de kudde weer bijeen had gedreven werd hij weer aangevallen door rovers. Honger en dorst verzwakten zijn lichaam en steeds weer dwaalden er dieren af van de groep. Vele verleidingen moest hij overwinnen. Eindelijk in een grote vallei aangekomen konden mens en dier zich herstellen, hoewel het nog steeds moeilijk was het vee bijeen te houden.
Tijdens een rustperiode kwam Bousiris op bezoek en zei: "Hier bij deze boom kun je een mooi huis bouwen. Je hebt een prachtige kudde vee die in het dal kan grazen. In dit prachtige dal kan je een goed en rijk leven hebben en dat heb je wel verdiend, want je hebt er hard genoeg voor gewerkt. Laat ook je vriend Abderis toch hier bij je komen wonen".
Hercules was echter doof voor de mooie woorden van Bousiris en toen mens en dier waren uitgerust trok de kudde weer voort. Vele jaren later en na ontelbare pijnlijke problemen en moeilijkheden dreef hij het rode vee door de poort van de heilige tempel van Mykenai.
Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte klonk een stem en Hercules heeft de stem gehoord. Door de hemelen klonk een stem die sprak: "Hercules mijn zoon, uw aardse taak is thans volbracht, maak u gereed voor uw universele opdracht". En de stem vervolgde: "Geef deze overwinnaar de diamant van onsterfelijkheid en noteer daarop zijn nieuwe naam. Teken zijn naam in de sterrenhemel en schrijf hem in het firmament, want een overwinnaar is tot ons weergekeerd".
¹) Het rijk van Koning Geryon bestreek het uiterste westen van het fabeleiland Erytheia dit lag tegenover het huidige Cadiz.
Een uitleg bij de mythe
Begeerte is steeds een van de belangrijkste menselijke eigenschappen geweest die de mens aanzette aan een opdracht te beginnen. Het is eveneens ook steeds de belangrijkste eigenschap geweest die overwonnen moest worden. In elke incarnatie hier op aarde, moet de mens de strijd aanbinden met zijn -verkeerd gerichte -begeerten. Deze begeerten kwamen voort uit de van oorsprong animale ziel. Toch dienen we ook ons oog te openen voor de grote stimulerende werking welke van onze begeerten uitgaat. Immers de mens die niets begeert, onderneemt ook niets. Dat is ook een van de gevolgen van het kerkelijke gebod Gij zult niet begeren. In de tien geboden wordt met name genoemd wat men in dat tijdsbestek niet mocht begeren. Door echter elke begeerte te verbieden ontstaat een inert levensgedrag. Dat kan helemaal niet de bedoeling van de schepper zijn. In elk groot werk is de arbeid gericht op het vechten tegen onze verkeerde begeerten en het trachten deze ondergeschikt te maken aan ons gezonde verstand. Verder gevorderd op het pad der evolutie trachten we onze begeerten te beheersen door onze, nu voldoende aanwezige, geestkracht.
Het rode vee dat Hercules naar de heilige stad wil brengen staat voor alle begeerten die kenmerkend zijn voor de animale -en verder in de evolutie –mentale -ziel gebonden in de stoffelijke materie van het menselijke lichaam.
Al deze nog steeds niet helemaal overwonnen materiële aardse begeerten en verlangens wil Hercules nu voor eens en voor altijd samenbrengen en afleveren in de heilige tempel. Daarna kan hij als een vrij levende astrale ziel, door de laatste poort terugkeren. ¹)
Ooit vertrok de Inheemse mens voor de lange reis door de evolutie, hij onderging de ene metamorfose na de andere: van Inheems, naar Homo Erectus en daarna ontwikkelde hij zich naar Homo Sapiëns en nu is dan voorlopig de laatste stap gezet naar Homo Christos -de vrije astrale -ziel.
Tijdens elf mythen heeft hij telkens op deelgebieden grote successen behaald, steeds werd de overwinning gevierd, vele veldslagen werden winnend afgesloten maar nu moet de oorlog definitief worden gewonnen. Koning Geryon hield het rode vee vast in zijn koninkrijk. Deze koning bezat drie bovenlichamen en zes handen en in de esoterische betekenis staan deze lichamen voor het mentale, het emotionele en het fysieke lichaam van de mens.
Door ook koning Geryon te verslaan is ook het mentaal menselijke onderdanig geworden en overwonnen. Nu dienen al deze begeerten, angsten, driften en emoties, wensen en verlangens gesymboliseerd door de rode runderen onder de rots (van het achtste werk) vandaan gehaald te worden. Wanneer al deze animale en mentale emoties zijn terug gegeven is de weg vrij voor een universeel astraal bestaan. Telkens in ieder werk opnieuw, of overgebracht naar ons huidige bestaan in elke incarnatie, behoren we een deel van het animale erfgoed, dat ligt opgeslagen in het onbewuste deel van onze ziel, op te offeren voor een groter goed.
Op dit twaalfde altaar offert de mens zijn animaal grofstoffelijke lichaam, met daarin alle nog aanwezige animale en mentale krachten, maar ook zijn mentale denken wordt geofferd op dit altaar der gerechtigheid.
Het was een lange we maar we kunnen niet spreken over falende godsdiensten of mislukte politieke systemen, want zij hebben allen op de hun aangewezen plaats in de evolutie hun eigen specifieke werk gedaan. En wanneer ze thans de vooruitgang meer stagneren dan inspireren zullen ze worden aangepast of ze gaan geheel ten onder in het komende Aquarius tijdperk. Hercules in dit grote werk is een verlosser, hij rekent af met het dierlijke in de mens en tenslotte stoot hij ook zijn mentaal menselijke eigenschappen af en brengt ze naar de heilige plaats. Hercules is een verlosser, Jezus is een verlosser, ze hebben veel gemeen, ze hebben alles gemeen, ze hebben beide –mythologisch - de reis volledig afgelegd, ze hebben beide de loop gelopen en zijn behouden thuisgekomen. Doch het zijn beide ook slechts mythologische figuren.
Toch hebben wij er goede voorbeelden aan, al zullen we wel dienen te beseffen dat we zelf deze weg ook moeten gaan. Hij ging, nadat hij zeven weken had gemediteerd, op pad om het rode vee af te leveren in de heilige stad. Zijn naam wordt bijgeschreven in de sterrenhemel, in het firmament wordt geschreven de naam van hem die overwint. Op een andere plaats, in een ander verhaal, wordt de overwinnaar een witte steen geschonken met daarop zijn nieuwe naam. Hier ontvangt de zegevierende mens een plaats tussen de gouden kandelabers in de astrale tempel van het universele Licht en hij hoeft daaruit niet meer te gaan, want de loop is gelopen, de taak volbracht.
¹) Paulus spreekt ook over een zelfstandig levende ziel.
²) Let op de volgorde! Eerst Kerberos de hond, dan de grote herder en vervolgens de koning. (Animaal -Homo Erectus -Homo Sapiëns)
Levenstaak
Alle moeite uit de vorige werken worden hier beloond, want bij zijn terugkeer ontvangt Hercules lof, niet alleen voor de arbeid hier verricht in dit grote werk, maar ook voor alle krachtproeven afgelegd in ontelbare incarnaties. Lof voor elke stap die is gezet, in ieder leven, in de richting van het universele bestaan. Het ken u zelven is in deze mythe bereikt. Nu kan de mens Hercules eindelijk als een verlost mens de stoffelijke aardse horizon overschrijden en daarmee verdwijnt hij uit ons gezichtsveld in de ruimte van het kosmische bewustzijn. Hij laat de aardse waarheid achter zich en aan de volgende horizon ontdekt hij een nieuwe, een andere en wellicht grotere waarheid.
ZO GROOT - zo klein.
In het Hermetische denken is dit de fase van het offer. Hier brengt de mens zijn stoffelijke lichaam naar het universele altaar van de evolutie. Deze Hercules is gelijk Jezus -de godenzoon -die gekruisigd stierf en om het mentale rijk achter zich te laten.
Ooit in een volgend tijdperk, in de zesde levensgolf zullen deze mythische Hercules en Jezus terugkeren, maar eerst volgen wij hen op dit pad en daarna zullen wij hen ook weer volgen op ditzelfde pad in omgekeerde richting. Met hen zullen wij terugkeren voor een volgende reis door de materie. Het universum is een lied, het is een eentonig lied. Het herhaalt zich, in het kleine en in het grote, duizend malen.
Keer op keer moet de mens de hinde (uit de vierde mythe) afleveren in de heilige tempel, en keer op keer wordt hij er op uitgestuurd om de hinde opnieuw te vangen. Telkens dient de mens de kudde roodvee, zijn dierlijke aspecten, en zichzelf, zijn mentale aspecten, op te offeren tot een hoger doel. Alles wat Hercules in al die verschillende levens heeft meegemaakt, alles wat hij heeft ervaren, bracht hem zover dat hij nu afscheid kon nemen van deze aardse leerschool.
Zo keert de verloren zoon terug in de heilige tempel en zijn werken (zijn kennis) volgen hem.
EVALUATIE
HET MAGNUM OPUS VAN DE MENS
De werken van Hercules zijn nu ten einde en uit deze mythen blijkt dat de mens welhaast bovenmenselijke krachtsinspanningen moet verrichten om het gestelde doel te bereiken. De lange reis door de koude materie heeft zijn spoor getrokken in zijn ziel. De universele evolutie is het belangrijkste aspect van ons leven en als we willen bepalen waar we als mensheid én waar we ieder persoonlijk staan op onze evolutionaire weg dan kunnen we de grote werken in kort bestek nog eenmaal één voor één de revue laten passeren.
In de eerste mythe dienen we de mentale evolutie op gang te brengen. Hier is sprake van een pril begin. De opgerezen ziel uit het animale, levend in het archetypische mentale lichaam, staat nog enigszins onbekend en onbesuisd in het nieuwe leven. Er is slechts hoop op een goede afloop. De universele kennis en weten van de godsvonk ligt diep verborgen achter de animale kennis van stoffelijk overleven. Het stoffelijk genetische lagere biologische info heeft het hogere info nog geheel ingekapseld, waardoor dit nog vele generaties onbereikbaar blijft.
In de tweede mythe hechten we ons aan de stoffelijke aarde. Nu lopen we niet meer zo wereldvreemd rond en brengen een deel van onze emoties onder controle. Er wordt een pril begin gemaakt met het stichten van een samenleving. Hercules ontdekt de ander en accepteert hem in zijn omgeving. Niet meer alles en iedereen wordt bestreden. Toch leven er nog veel angsten en driften in deze mens, er is nog veel onbekendheid, en er wordt dan ook naarstig gezocht naar zekerheden. Doch ook dit gaat op een gebrekkige wijze en deze zekerheden zoekt men op dit niveau natuurlijk in het materiële.
In de derde mythe moesten we dienstbaarheid aanleren. Praktische naastenliefde leren was hier de hoofdopdracht, met andere woorden, we moesten leren ons te voegen binnen de samenleving. Niet alleen het accepteren van de ander, maar ook de wil om de medemens bij te staan dient in deze fase ontwikkeld te worden. Een deel, een positief meewerkend deel, worden van de beschaving waarvan we een onderdeel zijn, was hier de opdracht, doch ook hier wordt de zwarte band van de herinnering, rond de godsvonk, niet doorbroken. Daardoor blijft het zoeken naar zichzelf, naar de eigen identiteit beperkt tot het stoffelijke. Het blijft een horizontaal, materieel zoeken. Op de vraag; wie ben ik? wordt een materieel stoffelijk antwoord gezocht.
In de vierde mythe trachten we lichaam en ziel wat meer op één lijn te krijgen, zodat er meer begrip kan ontstaan, niet alleen voor het eigen functioneren, maar ook voor dat van de medemens. Nu krijgen we ook enig inzicht in het proces van de evolutie dat zich voltrekt van incarnatie naar incarnatie door de diverse levens van de mens. De gevoelens voor onze naaste dienen zich te versterken; in deze arbeid ontwikkelt de mens een begin van het vermogen de naaste lief te hebben als zichzelf. Voor de naaste te zorgen en ook te leren begrijpen dat deze een belangrijk onderdeel is van het eigen leven.
In de vijfde mythe hebben we voldoende trots en moed nodig om een individu te worden. Bezitten we ook voldoende wilskracht om deze trots weer te overwinnen en een dienaar te worden, dan zijn we ook in dit teken geslaagd. Door zelf sterk en zelfstandig te worden kunnen we de gemeenschap op een hoger niveau dienen. De mens uit dit beeld krijgt geleidelijk de beschikking over zijn hersenen, als opslagplaats van het begin van het bewustzijn. Hij wordt zich bewust van zichzelf, en maakt onderscheid tussen zichzelf en zijn omgeving.
In de zesde mythe moeten we leren dat we niet alleen en altijd een held behoeven te zijn, maar dat we ons met een gerust hart vol overgave op het pad der liefde kunnen begeven. Dit beeld schetst de ontwikkeling van het vermogen in te zien dat de mens geen zelfstandige eenheid is, dat hij ook materieel dient te zoeken naar zijn complement. Hij moet leren inzien dat de persoon die de hem ontbrekende factoren bezit belangrijker voor hem is dan ieder ander. Hier ontstaat op materieel niveau een gericht zoeken naar eenheid, met als achterliggend hoger doel een supplementaire geestelijke eenwording.
In de zevende mythe gedragen zich ons eerst nog heel onevenwichtig maar daarna brengen we geest, verstand en hart voorgoed in evenwicht. Hier wordt aangegeven dat de balans waarop natuur en cultuur een plaats hebben gevonden nu geleidelijk doorslaat in de richting van cultuur. Vanaf het tweede werk zoeken we bescherming tegen de gevaren van de natuur, doch in dit werk worden de leefregels voor de gehele samenleving geldend. Er wordt een begin gemaakt met regelgeving en strafmaatregelen bij overtreding hiervan. De samenleving wordt geordend door wetten en kennisoverdracht.
In de achtste mythe openen we ons onderbewuste en alle lagere informatie, opgeslagen in het mineralen -planten - en dierenrijk, wordt nu onder controle gebracht. Alle emoties, angsten en driften worden onder controle van de wil geplaatst. De demonen van de hel -de onderwereld -worden onder beheersing van de rede geplaatst. U ziet hier duidelijk dat dit exact aansluit bij de vorige mythe waar wetgeving en kennisoverdracht ontstond. De geleidelijk mentaal geworden mens, laat oude angsten en driften varen. Dat is mogelijk omdat de samenleving veiliger is geworden. Hij wordt beschermd door de cultuur van de samenleving en kan daardoor zijn emotionele vechtlust en strijdbaarheid achter zich laten en meer ontspannend gaan leven.
In de negende mythe maakt deze mens zijn geest schoon. Hij bevrijdt zich geleidelijk van allerlei aardse materiële zaken. Er ontstaat rust. Hij is niet meer de hele tijd bezig met zijn arbeid op materieel gebied, maar kan nu ook een aanvang maken met de Koninklijke Kunst; het Ken U zelve. Hij gaat doelgericht verder op het pad der evolutie en wordt een sterk geestelijk geïnspireerd individu die leiding kan geven op de weg door de evolutie.
In de tiende mythe bestaat de arbeid uit het toegewijd voortgaan op het universele pad en hij bereikt tenslotte de top. In dit tijdsbestek ontwikkelt zich een groter inzicht en wordt de wetgeving opnieuw aangepast aan een meer geestelijk bestaan. Stoffelijke lasten en lusten spelen aan het eind van deze goed verrichte arbeid geen rol van betekenis meer. De wetgeving op het gebied van individueel stoffelijk bezit zal geleidelijk minder belangrijk worden. Dit is overigens nu nog toekomstmuziek.
In de elfde mythe worden tenslotte letterlijk alle kwalen van ons afgenomen, het stoffelijke lichaam evolueert vervolgens naar fijnstoffelijk. Het leven wordt lichter, de problemen die we nu nog dienen te overwinnen liggen niet meer zozeer op materieel, maar meer op astraal cq geestelijk gebied. Hier wordt -op een hoger niveau -ook het probleem van de derde mythe weer opgepakt en wordt een nieuwe identiteit vastgesteld. De golfstroom der getijden verdrijft het symbolische vuil van de Augiasstal, de materialistische kennis van de aarde. De aarde is weer schoon.
In de twaalfde mythe brengt Hercules de materiële neerslag, in de vorm van het rode vee, bijeen en hij drijft het binnen de poorten van Mykenai. Het Licht van de stoffelijke schepping is via plant en dier en mens teruggekeerd in het Transcendente Licht. Alle angsten en zorgen, pijn en ziekte, alle drift en agressie, moeite en loon, worden nu bedekt met de troffel der liefde.
De aarde is weer schoon, man en vrouw zijn weer één. Het universum is één lied, wat geweest is, zal er weer zijn: De Inheemse mens, de Homo Erectus, de Homo Sapiëns en ook de Homo Christos deinen allen -ieder op zijn eigen tijd en plaats -mee op hetzelfde eeuwige ritme van het heelal.
LITERATUURLIJST
De geheime leer mevr H P Blavatsky
Grondslagen der Esoterische
Wijsbegeerte Dr Gottfried de Purucker
De Kabbalah Charles Poncé
De expressiemogelijkheid van getallen Ir C Engels
Esoterische Astrologie Alice A Bailey
Het kosmisch vuur Alice A Bailey
De Aquarius samenzwering Marilyn Ferguson
De Dode zee rollen Michael Baigent/Richard Leigh
De profeet Jakob Lorber Kurt Eggenstein
Edgar Cayce Joseph Millard
Mens vonk der eeuwigheid James A Long
In den beginne was er waterstof Hoimar von Ditfurth
Totdat je sterft Baghwan Shree Rajneesh
Onze innerlijke rijkdom dr Joseph Murphy
Het Heelal Stephen Hawking
De profeet Kahlil Gibran
Aldus sprak Zarathoestra Friedrich Nietzsche
Index