DE GROTE WERKEN VAN HERCULES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DEEL TWEE

 

 

 

 

Hercules en de leeuw van Nemea

 

Hercules en de gordel van Venus

 

Hercules en de beer 

 

Hercules en de hydra van Lerna

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5

 

  HERCULES EN DE LEEUW VAN NEMEA

 

 

Inleiding bij de mythe

 


 

Deze incarnatie van Hercules verbreekt de sluiers van de vorige. Van maya en diep geestelijk inzicht heeft deze man geen kaas gegeten, of het zit zo diep weggestopt in het onbewuste deel van zijn ziel dat het voorlopig niet zichtbaar wordt. Het innerlijke leven van de vorige introverte Hercules komt in deze mannetjesputter maar heel weinig naar buiten en zo kan er dan ook geen sprake zijn van een oplossing van de geheimen van het leven. Hier is hij een individu, een persoonlijkheid waar we in de buitenwereld rekening mee dienen te houden. Deze man is een zomerkind, een tijd van welvaart, over eten en drinken hoeft hij zich nauwelijks zorgen te maken. We brengen deze Hercules graag in verband met het sterrenbeeld Leeuw.

Voor deze Hercules is er niets dat belangrijker dan een rijk verzorgde dis. Hij krijgt in deze mythe een zware taak, maar hij neemt zijn verantwoordelijkheid serieus. Hij legt glimmer en glitter, waar hij inmiddels toch wel erg aan gehecht was geraakt, af en bestrijdt het mensenetende monster.

Overwinning is weggelegd voor de dapperen, voor de sterke naar lichaam en geest, de doorzetters. Na zijn overwinning draagt hij de huid van de leeuw als mantel. Velen menen in deze Hercules de aan deze mythe verwante arrogante branieschopper van het sterrenbeeld Leeuw te herkennen, doch dit teken kent ook zeer positieve karaktereigenschappen.

Hercules draagt in dit verhaal een koningskleed en wordt ook daadwerkelijk koning van Nemea. Wat betekent dat? Wat betekent het, een leeuw te doden en zijn huid als een mantel te dragen? Het betekent dat de menseneter in ons is gedood en dat we een vredelievende koning zijn geworden. Een leeuw doden en zijn huid als mantel dragen wil zeggen dat we wel de koninklijke waardigheid van deze leeuw aanvaarden, maar niet zijn destructieve moordlust. We scheiden zijn koninklijke waardigheid en zijn moordlustige zintuigen. De waardigheid wordt niet meer gedragen door brute kracht maar door geestkracht en innerlijk vertrouwen.

Hercules is een mens die zijn negatieve agressieve krachten uitschakelt, maar wel een koning blijft. Wel een heerser over het volk, maar geen wrede despoot. Een koning worden, de eretekenen dragen, het volk ten voorbeeld zijn. Dát wil hij.

 

                                                     De mythe

 

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Waar is de mensenzoon Hercules die door de vierde poort is gegaan? Waarmee is hij thans bezig? Is hij gereed om door de vijfde poort te gaan? Geef hem een op­dracht waardoor hij mentaal zelfstandiger zal worden".

 

"Zo zal het geschieden Mijn Heer" sprak de leraar.

Daarna riep hij Hercules bij zich en vroeg deze: "Ben je gereed voor je volgende opdracht? De vijfde taak is een hele zware opdracht want het volk van Nemea roept om hulp, omdat een leeuw hun land verwoest en zijn inwoners doodt. Hieraan moet een eind worden gemaakt. Breng de huid van deze leeuw naar de heilige tempel van Mykenai". Hercules sprak: "Ik sta gereed voor deze taak, ik zal dit roofdier bestrijden en zijn huid naar Mykenai brengen".

 

In het landschap Argolis, in het noordoosten van de bergen van de Peloponnesus, heerste een reusachtige leeuw. Het monster is onkwetsbaar voor menselijke wapens. Hij beheerste het gehele gebied tussen Kleonia en Nemea. Nergens waren de inwoners nog veilig. Sommigen dachten dat het een uit de hemel verstoten god was, maar anderen zeiden dat hij van de maan was gevallen. De leeuw was een grote plaag voor de bevolking. Dit monster moest Hercules bestrijden, onschadelijk maken en zijn huid naar Mykenai brengen.

 


 

Zwaar bewapend ging Hercules door de vijfde poort. Hij was vol vertrouwen en toen hij nog maar een eindje was gegaan legde hij zijn bewapening af. Hij behield alleen een boog en een bundel pijlen.

Uit de stam van een wilde vijgenboom hakte hij zich een knots. Zo bewapend trok hij verder de bergen in. Soms hoorde hij het beest brullen, maar dan was het weer hele tijden stil. Hij vroeg de bevolking of ze de leeuw hadden gezien, maar niemand kon hem zeggen waar het monster zich bevond. Daarom vervolgde hij zijn pad, zeer voorzichtig, doch zonder enige angst, trok hij voort. Tenslotte hoorde hij het gebrul van de leeuw steeds dichterbij.

Hercules stond op de top van een berg toen hij het machtige beest voor het eerst aan­schouwde. Het dier stond aan de rand van het bos en de bomen trilden door zijn gebrul. Vol ver­trouwen nam Hercules de boog met pijlen en schoot ze af op het brullende dier, maar hij kon de leeuw niet raken. Nu ook had de leeuw hem ontdekt en begon met woedend gegrom de berg te beklimmen. Hercules nam zijn knots en ging schreeuwend het roofdier tegemoet. Het dier aarzelde want hij had zoiets nog nooit eerder meegemaakt. Met een enorme slag van zijn knots spleet Hercules de kop van de leeuw en deze stort­te in het diepe ravijn. Zeven dagen lang zocht hij naar het lichaam van de dode leeuw en tenslotte vond hij het. Het karkas was midden in een wespennest gevallen en toen Hercules het dier weg wilde halen werden de wespen kwaad en vielen hem aan. Hercules moest vluchten. In de nacht keerde hij terug en stroopte de huid van de leeuw, nam van de honing en vertrok naar Nemea.

Hercules toonde de bevolking de huid van het beest en werd als een held vereerd. "Blijf toch bij ons" zeiden ze. Ook Bousiris zei tot hem: "Hercules je bent een held! De bevol­king is jou dankbaar, je moet hier blijven, hier heb je het goed, men wil je als hun leider en dat heb je ook verdiend". Een heel jaar lang bleef Hercules in Nemea. Het was een mooie tijd, maar toen nam hij toch de huid van de leeuw en bracht hem naar Mykenai, hij gaf de huid aan de tempeldienaren en begaf zich naar de meester.

"De opdracht is uitgevoerd", sprak hij, "de taak is volbracht, de huid van de leeuw is in de heilige tempel van Mykenai". De meester sprak: "Je hebt het goed gedaan, de bevolking is bevrijd van de angst. Rust nu maar uit en keer daarna terug voor de zesde opdracht".

 

Een uitleg bij de mythe

 

Het eerste dat opvalt is dat deze koninklijke Hercules een leeuw moet doden. Hercules heeft in het vorige verhaal een zeker evenwicht bereikt maar hier in deze vijfde mythe doet hij nogmaals een hele grote mentale stap vooruit want vijf is toch immers het getal van de mens, het getal van het individu.

Deze man is een sterk individueel mens, een zelfstandige trotse heerser die zich niet zo snel laat afschrikken. We weten nog dat de eerste mythe, ook een mannelijk beeld, te zien gaf dat Hercules toen een zware strijd met de oorlogspaarden moest voeren en deze opdracht maar nauwelijks kon uitvoeren, al moest hij wel zijn dierbare vriend Abderis er bij verliezen. De Hercules die de wilde paarden temde toonde gebrek aan angst en deze Hercules toont zelfvertrouwen, er is sprake van evolutie.

In de tweede mythe een vrouwelijk verhaal, moest hij de strijd aanbin­den met zijn eigen begeerten. Een fysiek niet zo zware opdracht. In de derde gaat hij van de ene blunder naar de andere, maar eindigt als dienaar van de mensheid en ziet dan totaal onverwacht zijn taak volbracht. Het vangen van de hinde in het vierde grote werk is fysiek verhoudingsgewijs een licht karwei­.


 

In sommige mythen is Hercules met zichzelf bezig en in andere ligt zijn arbeid hoofdzakelijk buiten hem zelf, maar altijd is er de innerlijke ontwikkeling. In de mythe van de leeuw zit ook een dubbele moraal. Eerst is het een grote strijd, een heroïsch gevecht. Een prachtig sterk mannelijk verhaal met een goede afloop. Maar er zit nog een facet aan dit verhaal en dat is: De mens moet niet alleen de leeuw, de vleesetende moordenaar doden. Hij moet ook zelf breken met het moorddadige verleden en zijn eigen oude roofdier aard overwinnen.

Zwaar bewapend, in vol ornaat, gaat Hercules op pad maar dichter bij het doel aangekomen laat hij de zware wapens, zijn harnas en schild, achter en daarin herkennen we ook direct de hedendaagse trotse mens. Met nog slechts een boog en een bundel pijlen trekt Hercules verder en als dan de confronta­tie daar is schiet hij deze pijlen zonder enig succes af op de leeuw. Het is deze Hercules nog niet gegeven met boog en pijlen zijn doel te bereiken. Die na hem komt (in de negende mythe) is sterker dan hij. Hij dient met eigen lichaam en ziel te strijden.

Een mens doodt een leeuw.

Hij overwint zijn oude ego en daardoor heeft hij een aantal animale gewoonten uit het verleden overwonnen en is een nieuw mens geworden.

Eerst ging hij nog krijgshaftig gekleed en ook daarin kunnen we de huidige mannetjesmannen herkennen. Al snel begrijpt hij echter dat het niet om de buitenkant gaat. Hij zelf, zijn eigen identiteit is het belangrijkste. Hij heeft een opdracht meegekregen, een taak te verrichten. Hij moet de klus klaren en het werk afmaken. Dus legt hij een hele hoop buitensporigheden terzijde want hij weet dat er iets van hem persoonlijk wordt verwacht.

Dapper trekt Hercules voort en eenmaal de leeuw gevonden, richt hij pijl en boog trefzeker op het brullende dier. Daar zal hij even snel een eind aan maken. Hij richt trefze­ker, maar als hij alle pijlen heeft afgescho­ten merkt hij dat het ook deze keer weer geen eenvou­dig werkje is dat je van afstand kunt klaren.

Bousiris speelt goed in op zijn onmiskenbare leiderskwaliteiten en zijn trots. Hercules valt dan ook voor de verleiding en geniet van de eer en de achting die hij ontvangt. Maar allengs wordt het hem duidelijk dat hij voort moet gaan. Hoe mooi en gerieflijk dit leven ook is, het brengt geen vooruitgang in de evolutie. Daarom keert hij tenslotte met de huid van de leeuw terug naar Mykenai.


 

 

Levenstaak

 

Ook deze tweede cyclus van vier begint met een mensenetend monster. Opnieuw bestreden door een trotse Hercules. De eerste cyclus is voorbij en een nieuwe generatie dient zich aan. Hercules (Homo Erectus) in het eerste verhaal dresseerde de mensenetende paarden, hij bracht ze onder controle. Ook nu in deze mythe kent Hercules (Homo Sapiëns) geen angst, ook niet voor een woedende leeuw. Hij wil het monster dat in hem huist nu voorgoed verdelgen. Daarom doodt hij in de buitenwereld de monsterachtige leeuw. Hij schept voor zichzelf en de medemens een veilige wereld.

 

ZO GROOT - zo klein.

In het Hermetische denken zien we dat de mensheid in het vergelijkbare tijdsbestek de roofdierenwereld overwon. Natuurlijk leven er ook thans nog roofdieren op aarde, maar ze zijn onder controle van het mentale geslacht gebracht. De evolutie kan niet toestaan dat het lagere zich met regelmaat vergrijpt aan het leven van het hogere.

In dit tijdsbestek, waarin velen van ons, innerlijk een grote verbondenheid voelen, wordt de aarde mensvriendelijker gemaakt.

Een deel van de mensheid, met deze Hercules voorop, doodt het moordende monster, buiten en in zichzelf en schept een mentale wereld. Er wordt in ons huidige tijdsbestek veel moed aangekweekt, vooral door het vrouwelijke deel van de mensheid. Dit is ook de opdracht; we behoren zelfstandiger te worden en op aarde een veilig woongebied te creëren. Waar we in de tweede mythe mee zijn begonnen, dienen we door te zetten en verder uit te bouwen.

 

Wie de leeuw in zichzelf overwint wordt van binnen een zachtaardig mens en van buiten een koninklijk individu. Zo toont hij zich aan ons. Wederom is het thema: Wat we innerlijk bereiken, wordt door onze werken duidelijk. Onze werken volgen ons. Dan openbaart zich een vredig panorama, voor ons innerlijke oog zien we een bijbels tafereel; de panter en het bokje slapen samen in het struikgewas, in de weide grazen een leeuw en een lam.

 

6

 

HERCULES EN DE GORDEL VAN HYPOLYTHE

 

 

 

Inleiding bij de mythe

 

In dit grote werk trekt Hercules er op uit om de gordel van Venus te bemachtigen. Als een soldaat jaagt hij achter de liefde aan en hij denkt dat hij die door strijd en volhouden kan verdienen.

Liefde kunnen we echter niet verdienen; niemand wil van ons houden in ruil voor een handvol geld. Nog minder onder dreiging van geweld. Liefde ontvangen we naar de mate waarin we zelf liefde kunnen schenken. Slechts een hart gevuld met liefde kan liefde ontvangen. Hercules verdient onder dit teken zeker niet de schoonheidsprijs, maar uiteindelijk komt het toch allemaal weer goed.

De mens die verder is gegaan op de weg des levens symboliseert de vlekkeloze mensenziel. Eerlijkheid staat hoog in het vaandel en er bestaat een rusteloos zoeken naar liefde en eenheid. De leeuw uit de vorige mythe is uitgebruld, het trotse imago van een leeuw wordt tenslotte ingeruild voor dat van de dienende mens. Velen brengen deze mythe dan ook in verband met het sterrenbeeld Virgo.

Met grote nauwkeurigheid ontwerpt hij een strijdplan en de daarvoor benodigde materialen worden te voren getest. Er zit nog veel angst in deze eenvoudige Hercules, hij is nog teveel een soldaat. Nemen is voor hem veel eenvoudiger dan geven en daarom begrijpt hij Hippolyte ook niet en doodt hij haar. Zijn angst is nog groter dan zijn liefde. Hercules heeft zich ingebeeld dat de man met het langste zwaard, (met het grootste leger) altijd aan het langste eind trekt. Op het terrein van het leven en de liefde gelden echter andere normen en waarden.

Deze levensles is bijzonder hard en hij doet dan ook alles om het toch tot een goed eind te brengen. Dat gelukt. Uiteindelijk ontdekt hij tijdens dit werk dat de macht van de liefde alles overwint.

Elke mythe eindigt met succes, zo ook deze en hierin schuilt een prachtige universele belofte. Onderweg kunnen we soms stevig brokken maken, maar aan het eind van de reis blijkt telkens opnieuw dat we toch kracht naar kruis ontvingen.

 

 

De mythe

 

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Waar is de mensenzoon Hercules die door de vijfde poort is gegaan? Is hij gereed om nu de zesde opdracht uit te voeren? Is hij zover dat hij door de zesde poort kan gaan? Geef hem een opdracht waardoor hij de liefde beter leert kennen". "Zo zal het geschieden Mijn Heer" sprak de leraar. De leraar riep Hercules bij zich en zei: "Ga nu door de zesde poort en haal de gordel van Hippolyte en breng deze naar Mykenai".

 


 

Bij de Zwarte Zee in Klein Azië woonde een volk van alleen maar vrouwen. Deze amazonen deden ook het mannenwerk en van hun kinderen werden alleen de meisjes grootgebracht en opgevoed. Het was een oorlogszuchtig volk en deze vrouwen trokken dan ook dikwijls ten strijde. Van hen was bekend dat ze sterk, mooi en listig waren. De koningin van deze amazonen, Hippolyte, droeg een gordel die ze van Venus, de god van de liefde, had ontvangen. Deze gordel moest Hercules bemachtigen en naar Mykenai brengen.

 

Hercules ging door de zesde poort, bemande een oorlogsschip en zeilde in de richting van Klein Azië. Onderweg werden er verschillende gevechten geleverd die alle werden gewonnen. Zijn roem snelt voor hem uit en toen ze de haven van de amazonen binnenvoeren maakten deze reeds hun opwachting op de kade. Hercules nodigde de koningin en haar gevolg aan boord en het werd een vrolijk en gezellig feest.

Maar de godin Hera ergerde zich aan het succes van Hercules en zij vermomde zich als amazone en verspreidde het gerucht dat de Griek Hercules hun geliefde koningin had vermoord. Daardoor ontstond aan de wal een enorme strijd die zich later ook verplaatste naar het schip.

Toen Hippolyte, die verliefd was geworden op Hercules, zich in zijn armen wilde werpen, vertrouwde Hercules haar niet en doorstak haar. Zij stierf in zijn armen. Snel nam hij haar gordel en daarna voeren ze weg, maar slechts enkele dagen nadien overviel hen een zware storm waardoor het schip met man en muis verging. Alleen Hercules, in het bezit van de gordel, kon zwemmend de kust bereiken.

 

Doelloos dwaalde hij nu langs de boorden van de zee en daar vond hij de jonge maagd Hesione, vastgeketend aan een rots als offer voor een zeeslang. Hercules verbrak de ketenen en maakte haar vrij. Samen trokken ze nu verder en in een mooie stad aangekomen voegde zich ook Bousiris bij hen en die zei: "Blijf toch hier wonen Hercules. Jullie zijn een heel mooi paar, vestig je toch in deze stad vol kunst en cultuur. Zelf heb je ook een mooie gordel, die komt jou toe hoor, rechtens komt hij je toe, want het is oorlogsbuit".

Hercules overwoog of hij zich met Hesione in deze mooie stad zou vestigen, maar besloot toch verder te gaan. Het was nog een lange en gevaarlijke tocht, maar uiteindelijk bereikten ze toch Mykenai en daar aangekomen gaf hij de gordel van Hippolyte af aan de dienaren van de tempel.

Hercules keerde samen met Hesione terug naar de zesde poort en de meester sprak: "De zesde opdracht is ook uitgevoerd. De taak is niet feilloos volbracht. Je hebt gedood die jou liefhad maar daarna heb je gered die jou nodig had en zo is er toch evenwicht ontstaan.

Rust een weinig en keer dan terug voor de zevende opdracht".

 

Een uitleg bij de mythe

 

Door de zesde poort ging de mensenzoon Hercules. Nog maar net is de opdracht gegeven of hij is al met de organisatie bezig. Een dergelijk oorlogsschip bemannen en optuigen vraagt kennis. Alles moet in orde zijn, ieder klein detail is belangrijk want alles moet in het heetst van de strijd goed functioneren. Oog voor detail heeft de Hercules, die deze zware arbeid moet verrichten wel en iedere zeeslag wordt dan ook winnend afgesloten. Het logboek van het leven van Hercules meldt alleen succes. Hij kent slechts voorspoed.

Het gaat hem voor de wind en bij het doel van de reis aangekomen wachten de amazonen hem reeds op. Hippolyte biedt niet alleen de gordel aan, maar werpt ook zichzelf met haar hele wezen in zijn armen. Hippolyte zoekt eenheid.


 

Dat wordt de stoere Hercules teveel en zoals ook thans nog steeds het meeste geweld door angst ontstaat, zo was het ook hier bij Hercules niet anders. Hij doodde haar uit angst, hoewel hij van haar was gaan houden.

 

Hercules is een eenvoudige man en hij begrijpt nog heel weinig van vrouwen. Hij is zo gehard in de strijd dat hij de emotie van Hippolyte niet begrijpt, hij is bang zwak te worden, hij is bang zijn juist verworven individualiteit te verliezen, hij is bang te vallen voor haar charme. Hercules heeft in het vorige werk een leeuw overwonnen en nu in deze mythe wil hij weer een held zijn. Daarom laait de eeuwige strijd tussen innerlijk en uiterlijk op, hier aangegeven als de strijd der verschillende seksen, met het bekende gevolg. Hier in dit grote werk doodt hij de amazone Hippolyte hoewel zij hem de gordel aanbood. De gordel van Venus, de godin van de liefde, dien je te ontvangen, Zij moet je geschonken worden, maar Hercules begrijpt het nog niet en wil er voor vechten, hij wil het veroveren. In de eerste mythe stierf Abderis door zijn trots en nu in de zesde moet Hippolyte het onderspit delven door zijn angstige dualistische reageren. Voor de tweede keer sterft een on­schuldige die een deel van zijn leven, een deel van zijn wezen is.

 

In dit beeld is Hercules nog te eenzijdig. Er zijn meerdere golflengten maar deze Hercules is nog niet toegerust om ze alle te ontvangen. In dit zesde teken is hij nog geen evenwich­tig mens. Maar de heden­daagse mens zal weten dat wij te vergelijken zijn met een radio. De ene radio heeft alleen een ontvangst op de lange en middengolf en de andere vangt op drie of vier golflengten op. Wij behoren in te zien dat in het leven niet iedereen dezelfde mogelijkheden ontvangt, niet ieder­een kan op elke golflengte ontvangen.

 


 

Het leven is als een lesboek. Op iedere pagina staat weer iets nieuws, maar verder lezend en lerend komen we steeds weer een trede verder op het pad van de evolutie. Tijdens het eerste grote werk beheerste Hercules de wilde paarden, toen was de mens nog een nomade, een jager, mis­schien een veehoeder. In de tweede mythe werd de mens een veehouder misschien een landbouwer. Nu vestigt hij zich daadwerkelijk op de aarde, hij zoekt een passend stuk grond, omheint het en maakt het bouwrijp. Hercules vangt de stier van de begeerten en zodra deze enigszins zijn overwonnen is er een geregeld leven mogelijk en zo ont­staat, na het veroveren in de eerste, nu in de tweede mythe een menswaardig be­staan.

Direct daarna in de derde mythe kijkt hij alweer over de zelfgebouwde schutting en gaat op reis, hij gaat op zoek naar de gouden appels.

Hij heeft een stukje van de aarde veroverd, zich een bestaan opgebouwd en nu heeft hij de behoefte om zijn geluk te beproeven. Daarna in de vierde mythe trekt hij zich weer helemaal terug op het eigen erf, terug in het kleine groepje en hij vraagt zich af: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Staat de hinde voor het instinkt? Voor het intellect? Of is er misschien nog meer?

In de vijfde mythe komt het bewustzijn van het eerste werk als zelfbewustzijn ver­sterkt naar buiten. Weer is hij completer geworden en doordat hij in de vierde mythe zo diep naar binnen ging, wordt hij in de vijfde een extraverte rasindividualist. Deze individualist moet in de zesde mythe leren zichzelf op te offeren aan de eenheid.

 

Levenstaak

 

De strijd die Hercules in dit grote werk moet voeren is die tussen zijn angst en zijn liefde. Dikwijls wordt gezegd dat de liefde zijn tegenstander in haat vindt, maar dat is niet juist. Haat is in het nauw gebrachte liefde, haat is liefde die zich, om welke reden dan ook, niet kan manifesteren. De angst die Hercules innerlijk wil overwinnen doet hem in de buitenwereld op zoek gaan naar liefde.

Het wordt een fiasco.

 

Pas als hij zijn innerlijke angst heeft overwonnen - door bijna te verdrinken - is hij in staat tot liefde en trouw. Als schipbreukeling komt hij aan wal met als enig bezit de gordel van Venus. Hij bezit nog slechts liefde. Hij staat met lege handen en een vol hart op het strand en beseft dat hij opnieuw moet beginnen. In het tweede werk trachtte Hercules het dier in zichzelf te temmen, maar ook nu in de zesde mythe moet hij toch leren accepteren dat er nog steeds een dier in hem schuilt.

 

ZO GROOT - zo klein.


 

In het Hermetische denken komt de mensheid in deze fase van ontwikkeling tot de ontdekking, dat hoewel in de vorige mythe het moordende monster werd overwonnen er nog steeds een animaal dier, met al zijn angsten, driften en emoties, in ons leeft. Deze angsten en driften definitief onder controle van het mentale verstand brengen, dus angst en drift omvormen in moed, in geestelijke moed, is de opdracht van de mensheid levend in het vergelijkbare tijdsgewricht. Tevens wordt een begin gemaakt met hulp aan de naaste. De medemens bijstaan in zijn nood is een mentale eigenschap.

Dit is het tweede werk in deze gezellen ronde. In deze ronde dient de mens zijn animale emoties zoveel mogelijk achter zich te laten, zich te bevrijden van het verleden, zich los te maken, om een sterk individueel mens te worden. In deze periode ontdekken we dat het oude bijbelwoord; "het is zaliger te geven dan te ontvangen" niet alleen materieel is bedoeld, maar ook slaat op liefde.

Juist slaat op liefde.

In de tweede verlenging krijgt hij een nieuwe kans en brengt hij Hesione thuis. Als het ons niet in één keer gelukt, krijgen we een tweede kans. Er bestaat een compenserende wetmatigheid in de natuur, wanneer we op een bepaald terrein mislukken, kan een totaal ander gebied ons succes brengen. Ook daar moeten we onze ogen voor willen openen.

 

7

 

 HERCULES EN HET ERYMANTISCHE EVERZWIJN

 

 

Inleiding bij de mythe

 

Het in balans brengen van het eigen leven is, voor velen van ons, een belangrijk onderdeel van de levenstaak. Positief en negatief, licht en donker in evenwicht brengen is hier de opdracht. Helaas gaan, ook in onze tijd, op het lagere wiel, veel mensen vreemd balancerend door het leven, doch Hercules werkt hier, na wat aanvangsmoeilijkheden, zijn levenstaak naar behoren af. Diep in ons innerlijk bezitten we allen een onaanraakbaar deel, een onveranderlijke kern, daar wil deze Hercules naar toe werken. Dit onbewuste onwankelbare deel wil hij binnen zijn ervaringssfeer brengen.

Balancerende mensen zoeken zekerheid, beheerstheid, ze zoeken oervertrouwen en wegend en wikkend komt Hercules al aarzelend tot de slotsom dat hij er een rotzooi van heeft gemaakt. Dan herinnert hij zich zijn levensopdracht weer en die werkt hij daarna naar behoren af. U zult in de Hercules van deze mythe het sterrenbeeld Libra kunnen herkennen.

 


 

De jonge Hercules van deze mythe geniet van zijn jeugd. Plezier en genot strijden om de eerste plaats. Van evenwicht is nog geen enkele sprake, maar dat deert het jonge feestvarken niet het minst. Met grof geweld opent hij zichzelf de ogen en ontdekt dan snel het drama wat hij heeft aangericht. Een leven van werken, van harde arbeid volgt. Hoe is het mogelijk dat na de glanzende overwinning die Hercules in Nemea behaalde, het zowel bij de amazones, als ook nu hier bij deze opdracht weer volledig uit de hand loopt. Hieruit kunnen we opmaken dat we hetzelfde pad, telkens op een ander niveau moeten afwerken.

 

 

De mythe

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Waar is de mensenzoon Hercules die door zes poorten is gegaan en de zes daarbij behorende opdrachten heeft uitgevoerd? Roep hem en geef hem een zevende taak. Geef hem een opdracht waardoor hij meer evenwicht verkrijgt zodat hij ook de zware wer­ken die nog volgen met succes kan uitvoeren".

"Zo zal het geschieden Mijn Heer" sprak de leraar.

Daarna riep hij Hercules bij zich en zei: "De zevende taak die je moet uitvoeren is het Erymantische everzwijn vangen en levend naar Mykenai brengen. Verlos een geteisterd volk van dit monsterachtige dier, maar neem de tijd, want behalve evenwicht dient ook geduld te worden aangeleerd".

 

Het Erymantische everzwijn was een kolossaal beest dat leefde in het dal van Erymantos. In de contreien van Arcadia joeg hij met zijn grote slagtanden iedereen angst aan. Hij woelde de tuinen en akkers van de bewoners om en vertrapte hun gewas en niemand durfde het dier te bestrijden. Dit gigantische zwijn vangen en levend naar Mykenai brengen was de zevende op­dracht.

 

Door de zevende poort ging Hercules rustig op weg, hij nam de tijd en kende geen haast. Eerst ontmoette hij Apollo die hem een boog en pijlen wilde geven, maar Hercules had geen belang­stelling voor wapens.

Bousiris was dikwijls bij hem en zei dan steeds: "De leraar heeft toch wel tegen je gezegd dat je het rustig aan kunt doen. Waarom zou je dan nu al beginnen met je werk? Waarom zou je, je haasten, geniet nu maar met ons van je jonge jaren, want je jeugd is snel genoeg voorbij. Dat varken kun je altijd nog wel even vangen. Laten we eerst plezier maken, lekker eten en drinken en feest vieren".

Het jonge leven beviel Hercules uitstekend, hij had veel plezier met zijn vrienden en geen enkele haast om het ever­zwijn te vangen, totdat een van de feesten ontaardde in een vechtpartij. Hercules zwaaide met zijn knots en ongelukki­gerwijze raakte hij zijn vriend Pholos die dood ter aarde stortte.

 


 

Hij vluchtte de bergen in en daar in de eenzaamheid herinnerde hij zich zijn opdracht weer. Hij bedacht dat het reeds volle middag was, ja meer. Nu ging hij volijve­rig op zoek naar het everzwijn. Eindelijk vond hij het dier en meteen viel het hem aan. Hercules sprong opzij en gaf het beest tegelijkertijd een klap met zijn knots waardoor beide slagtanden afbraken. Het beest sloeg op de vlucht en Hercu­les bleef het dier achtervolgen, steeds hoger de bergen in.

Tenslotte liep de beer¹) zich vast in de vers gevallen sneeuw en zo kon Hercules het dier vastbinden en daarna leerde hij het varken allerlei kunstjes. Een jaar lang bleef hij boven in de bergen maar daarna daalde hij af met de beer en toon­de het dier aan de bevolking. Deze was hem dankbaar en nog jaren lang trok hij van dorp naar dorp, waar de bevolking lachte om de door het varken vertoonde kunstjes.

Uiteindelijk kwam Hercules terug in Mykenai en gaf het dier af aan de dienaren van de heilige tempel die gewijd was aan de godin Hera.

Hercules keerde terug door de zevende poort en de leraar sprak: "Ook het zevende werk is voltooid. Wederom werden er fouten gemaakt maar de taak is toch volbracht. Neem een tijd rust want er volgen nog zwaardere beproevingen". Hercules trachtte zin en doel van deze opdrachten te begrijpen en maakte zich daarna gereed om door de achtste poort te gaan.

¹) mannelijk everzwijn

    

Een uitleg bij de mythe

 

Hercules weigert pijl en boog omdat hij niet weer wil gaan moorden, hij wil zijn leven beteren en zich be­schaafder gaan gedragen. Maar om nu te zeggen dat deze jongeman in deze mythe mooi evenwichtig aan zijn leven is begon­nen lijkt behoorlijk overdreven. Hercules in dit beeld is een herkenbaar eenvoudig verhaal, maar net als alle andere heeft het wel een dubbele moraal. Zoals eigenlijk na elke opdracht een periode wordt afgesloten, zo gebeurt dit ook hier en nu in deze mythe­. In dit teken moet Hercules evenwicht bereiken en het is ons wel duidelijk dat hij bij het begin van deze opdracht zich nog behoorlijk onevenwichtig gedraagt. Het te bereiken evenwicht in deze opdracht zal straks in het volgende grote werk hard nodig zijn, want dan doet hij eindexamen over deze tweede ronde. In de achtste mythe legt hij een tussentijds examen af en hij moet slagen om in aanmerking te komen voor de laatste ronde van vier grote werken.

In dit mannelijke verhaal houdt een geblinddoekte vrouw (het onbewuste innerlijk van de mens) de weegschaal in haar handen opdat hij recht en evenwicht niet in de buitenwereld maar in zichzelf zal zoeken. Intuïtief zal de mens moeten begrijpen, ja "weten" waaraan wordt gedacht als wordt gesproken over recht en evenwicht. In de eerste mythe wat de tegenpool van de zevende is, stormt Hercules er op af. Nu in de zevende mythe doet hij het heel wat rustiger aan.

In de derde mythe verloor hij veel tijd doordat hij zoveel aanwijzingen verkeerd of helemaal niet begreep, maar nu had de leraar tot hem gezegd dat hij de tijd ervoor kon nemen. Hij moest tijd nemen om te eten en zich niet overhaasten. Hij moest leren zijn leven gedoseerd en beheerst af te werken. Niet langer achter al die vreemde emotionele impulsen aanrennen, maar rustig voortgaan, tijd nemen voor eten, drinken en ontspanning en werken aan de levensopdracht. Er behoort meer mentale structuur in dit aardse bestaan te komen. Geen aaneenschakeling van willekeurige gebeurtenissen, maar een structureel proces van genieten, studeren, arbeid en loon.

Het nog ongeorganiseerde zenuwstelsel dient te worden geharmoniseerd.

En deze Hercules doet het eerst heel rustig aan. Deze aimabele kerel heeft in zijn jonge jaren een grote vriendenkring opgebouwd en Bousiris wordt niet moe hem te zeggen dat hij zich vooral niet hoeft te haasten, dat hij het rustig aan kan doen, dat hij maar één keer jong is en nu moet genieten van het leven. Hercules wil het allemaal maar wat graag horen, want hij heeft natuurlijk nog wel heel veel te leren.

Het volk lacht als hij met de beer als een soort levende kruiwagen door het dorp loopt. Hercules oogst applaus! Hij neemt het applaus dankbaar in ontvangst en trekt voort van stad tot stad. Zou hij er wel helemaal gerust op zijn?

De leraar zegt: "De overwinning is behaald. Je begrijpt zelf heel goed wat je verkeerd hebt gedaan. Jouw lichtje zal steeds helderder gaan schijnen, ga maar door de poort en maak je gereed voor je volgende opdracht".


 

 

Levenstaak

 

De jonge Hercules in deze mythe symboliseert de oppervlakkige vrolijk levende mens. We zijn er wel eens een beetje jaloers op, alles schijnt zo moeiteloos te gaan. Dat is echter slechts schijn. Zolang hij zijn levenstaak niet oppakt lijkt het wel allemaal glimmer en glitter, maar dan knalt hij met zijn hoofd tegen de muur en is het over en uit. De onevenwichtige, de dikwijls in een labiel evenwicht verkerende Hercules gaat innerlijk op zoek naar evenwicht.

 

ZO GROOT - zo klein.

 

In het Hermetische denken komt het mentale mensenras na het verwerven van de moed om liefde te geven en te ontvangen, in een fase waar gerechtigheid aan de orde komt. De Hercules uit dit beeld zoekt gerechtigheid, hij is een symbool van evenwicht bij de vele onderlinge twisten die natuurlijk ontstaan. Door de verschillende karakters en inzichten en meer nog door de verschillende fasen van ontwikkeling, waaruit een samenleving bestaat, ontstaan veel meningsverschillen. Hercules begrijpt dat je niet van iedereen hoeft te houden, maar recht en gerechtigheid is universeel erfgoed van ons allen.

Hercules wil een sociaal mens worden en daarvoor jaagt hij in de buitenwereld langdurig achter een varken aan. Binnen in hem leeft ook een wild varken dat getemd moet worden. Tenslotte drilt hij het dier, leert het gehoorzaamheid. Zijn innerlijke proces verloopt analoog aan hetgeen de mythe verhaalt, hij ontmoet zichzelf, drilt zichzelf, leert zichzelf gehoorzaamheid, brengt zichzelf kunstjes en gedragscodes bij en vindt tenslotte een zeker evenwicht. Nu heeft hij behoefte aan cultuur, beschaving en etiquette.

 


 

8

 

  HERCULES EN HYDRA VAN LERNA

 

 

 

Inleiding bij de mythe

 

Hercules in deze mythe etaleert op een voortreffelijke wijze de vastberaden levenshouding, die mensen -verder op de weg -zo veelvuldig demonstreren. Zonder omwegen zoekt hij zijn doel. Dat doel is de onderwereld van zijn ziel. Daar in zijn onderbewuste liggen nog steeds ontzettend veel negatieve ervaringen uit een ver, animaal, verleden opgeslagen (wel verdrongen maar niet verwerkt) en hij wil nu schoon schip maken door deze emoties uit het verleden te verwijderen.

Deze mythe symboliseert een keerpunt in de menselijke evolutie. Kiest deze mens het pad van een hoger bewustzijnsniveau dan kan de weg van de Adelaar hun leven op een hoger en beter niveau brengen. Kiest hij voor een gemakkelijk leventje dan kan hij afdalen naar het laagste mentale niveau, of opnieuw bij de leeuw van Nemea beginnen. Doch ook tussen deze twee uiterste varianten zijn nog allerlei mogelijkheden aanwezig.

Meestal verloopt het leven van de mens in deze levensfase ogenschijnlijk heel rustig. Kalm en op hun gemak (geboorte is vergeten en dood is nog ver weg) gaan ze door het leven. Ook al is het innerlijk soms in strijd, toch willen ze genieten van dit aardse bestaan. U kunt in deze mythe heel goed verbanden ontdekken met het sterrenbeeld Scorpio.

 

Gewoon, helemaal op het gevoel door het leven gaan, zonder ethiek, zonder regels, op eigen kracht, dat zouden we allemaal wel graag willen, maar mensen, op dit niveau levend, kunnen het en velen doen het ook, een leven lang. (Daarom wordt deze mythe dan ook in verband gebracht met de Scorpio fase uit de Zodiak). Hercules in deze opdracht dient definitief de oude levensvormen -de spoken achter ons, de draken uit onze geest -te verwijderen uit ons geheugen en daardoor wordt dit zo ongeveer de zwaarste opdracht. In deze mythe moet hij het pad effenen zodat in de volgende mythe het verlangde vertrouwen en stilte kan ontstaan.

Toch wordt in deze mythe het grootste deel van het werk innerlijk verricht. Hercules in deze mythe keert zegevierend terug, dat is ook de taak in dit leven; overwinnen en als een vrije Adelaar terugkeren naar het huis van de oorsprong.

De mythe

 


 

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Waar is de mensenzoon Hercules die reeds door zeven poorten is gegaan? Is hij thans zover gevorderd dat hij ook de achtste opdracht kan uitvoeren? Geef hem een zware opdracht waar moed en inzicht voor nodig is, zodat hij leert zijn emoties te beheer­sen".

"Zo zal het geschieden Mijn Heer", sprak de leraar.

Hercules stond bij de achtste poort en de leraar sprak tot hem: "De achtste opdracht is het verdelgen van de hydra van Lerna".

 

In de moerassen van Lerna, in het gebied van Argolis, leefde een hydra, een monsterachtige slang met negen koppen. Wan­neer hij het moeras verliet vluchtte de bevolking en hele kudden vee werden door het monster verslonden. Er werd gezegd dat dit monster een zoon was van Typhon en Echidna, maar anderen dachten dat hij rechtstreeks uit de hel was gevallen als straf op de zonden van de mensen.¹)

Deze hydra diende Hercules te bestrijden en onschadelijk te maken.

 

Doelbewust ging Hercules door de achtste poort. Hij nam zijn neef Iolaos mee als paardenmenner. Zelf stond hij op de wagen met in zijn linkerhand een boog, in zijn rechter­hand een knots en op zijn schouder een bundel pijlen. Iolaos mende de paarden met grote spoed en zo werd het oude land Argos snel bereikt en op aanwijzing van de bevolking werd ook het stinkende moeras snel gevonden.

Terwijl ze overlegden hoe ze het monster onschadelijk konden maken kwam ook Bousiris langs en zei: "Laat dat monster toch daar, het sterft vanzelf wel en dan zijn de mensen er vanaf. Waarom zou je aan iets onmogelijks beginnen?"

Hercules nochtans, doopte zijn pijlen in pek en hield ze in het vuur, daarna schoot de brandende pijlen af op het leger van de hydra. Sissend en grommend kwam het monster tevoorschijn en deed een aanval op de benen van Hercules. Deze sprong opzij en sloeg gelijktijdig met zijn knots een van de koppen van het ondier af. Direct groeiden op dezelfde plaats twee nieuwe kop­pen. Het gevecht werd steeds heviger en uiteindelijk had het monster zich rond de benen van Hercules gekronkeld. Telkens als Hercules een kop afsloeg kwamen er twee andere voor in de plaats. Iolaos maakte een brandende fakkel en als Hercu­les nu een kop afsloeg schroeide hij met de fakkel de wonde dicht zodat geen nieuwe kop kon aangroeien.²)

Het gevecht was nu snel beslist en nadat alle koppen van het monster waren afgeslagen nam Hercules het beest op, tilde het boven zijn hoofd en wierp het op de rotsen, waar het een prooi werd voor de gieren.

Toen merkten ze dat één kop nog leefde. Bousiris sprak: "Dat geeft toch niets, die sterft vanzelf wel, maak je daar maar geen zorgen om".

Maar Hercules beklom de berg en hij wierp stenen op de koppen van de draak zodat de nog levende kop onder de rotsen werd begraven. "Dat heb je heel goed gedaan", sprak Bousiris, "blijf nu maar hier wonen, de bevolking is je eeuwig dankbaar".

Maar Hercules en Iolaos beklommen de wagen en reden spoor­slags terug naar Mykenai waar hij het goede nieuws vertelde aan de tempeldienaren. Daarna keerde hij terug door de achtste poort en de leraar sprak: "Het werk is uitgevoerd. Zegevieren is uw devies. De overwinning is behaald".

¹) In de Griekse mythologie is Typhon een vuurspuwende draak en Echidna een monster, half vrouw -half slang, die samen allerlei wangedrochten voortbrachten, o.a. Kerberos de hellehond, Chimaera, een monsterachtige draak met een leeuwenkop en de Hydra van Lerna.

²) Merk op dat Hercules hulp ontvangt bij deze zware opdracht, er ontstaat een eerste vorm van samenwerking.


 

 

Een uitleg bij de mythe

 

Hercules is begonnen aan zijn achtste opdracht en op het lagere wiel is het beeld verwant met de stervende natuur. De grondtoon, het motief, de inslag welke deze Hercules inbrengt vormt echter een tapijt met overwinningskleuren. Het is strijd en overwinning, zowel innerlijk als uiterlijk en hij voert deze opdracht geheel uit. Het monster als animale nazaat van de beenderloze mens, wordt door deze mentale godenzoon vernietigd.

(Wanneer we deze mythe lezen zien we wellicht een verband met de bijbelwoorden uit Genesis 3:15 waar God in het paradijs tot de slang sprak: Ik zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw, tussen uw zaad en haar zaad, dit zal u de kop vermorzelen en gij zult haar hiel beschadigen)

 

Hercules stond bij zijn terugkeer tegenover de meester en deze sprak woorden van lof, voor het eerst sprak hij over het uitstralende licht. Hercules in deze levensfase is een verlichte geest geworden. Bousiris, de grote verleider, tracht hem steeds opnieuw te ontmoedigen; niemand kan toch iets onmogelijks doen! Dit monster met al die verschrikkelijke koppen, daar is geen beginnen aan. Je moet leren aanvaarden dat je niet alles kunt, wat je wel zou willen. Daar moet je mee leren leven. Later, toen het monster toch door Hercules was verslagen, kwam hij weer en zei: "Die ene kop, maak je daar maar geen zorgen over, die sterft vanzelf. Ga toch mee naar de stad en ontvang je beloning voor het grote werk dat je hebt gedaan. Het volk van Lerna wil je als hun leider en dat heb je verdiend!"

Maar weer luistert Hercules niet naar Bousiris, maar hij begraaft de nog levende kop en vertrekt spoorslags naar Mykenai. Hercules is zover gevorderd dat hij doof en blind is geworden voor de aardse verleidingen. Negen koppen heeft het monster dat Hercules in deze mythe moet be­strijden. Sommigen beschrijven de negen koppen als volgt: De eerste drie zijn volgens hen de zucht naar seks, comfort en geld. De tweede serie van drie betreffen de emoties, angst, haat en machtswellust en de derde serie van drie betreffen de ondeugden van de nog niet verlichte geest: afgeschei­denheid, trots en wreedheid.

Ik vertel weinig nieuws wanneer ik zeg dat deze destructie­ve energie ons nog steeds veel parten speelt. Niemand van ons heeft al deze negatieve energie  volledig onder controle en in goede banen geleid. Doch op een hoger wiel kunnen we er met het innerlijke oog de strijd tussen de nakomeling van de  slang met de mentale mens in herkennen.

De taak die Hercules moet verrichten is gigantisch, want hier in dit verhaal dient hij ook de kunst te leren verstaan om de energie­stromen in zijn lichaam te herleiden naar een beter doel. De negen koppen, "krachten", hebben behalve dat hij middels deze energie kon overleven ook onnoemelijk veel schade aangericht aan de mens in zijn evolutie. Ook in onze eigen hedendaagse maatschappij richt deze energie nog steeds erg veel schade aan. Maar als aan het eind van deze  opdracht, de hogere info het lagere beheerst en onder controle heeft gebracht is een mentaler mens ontstaan. Deze strijdende mens is een geslaagd Homo Sapiëns geworden. Deze mens laat zich niet meer leiden door zijn lusten en lasten, noch door zijn emoties en ook niet door zijn ondeugden. Het onbewuste van zijn geest, met daarin al die verschrikkelijk animale kennis, wordt schoongemaakt. Niet dat nu lusten en emoties helemaal niet meer bestaan, maar ze zijn ondergeschikt gemaakt aan de rede.

In de vergelijkende levensfase dienen wij onze identiteit uit het lichaam te verleggen naar hart en ziel.

Toch is er nog één levende kop overgebleven. De negen koppen van het monster stierven af en daaruit ontstaat dan een tiende kop. Ook deze tiende kop hakt Hercules af met zijn knots en daarna begraaft hij hem onder de rotsen en hier zijn we aangekomen bij de mythe binnen deze mythologische vertelling. Levend onder een rots begraven; daaronder wordt algemeen verstaan dat deze -in dit geval negatieve -energie nooit geheel is overwonnen en gedood.

Vóór deze levensfase waren we ons nog niet zo bewust van deze negatieve eigenschappen, maar Hercules heeft ons laten zien dat deze krachten bestaan, hij heeft ze bewust gemaakt en hij leert ons dat we ze moeten bestrijden en onder controle van onze wilskracht brengen.

Dat we dit allen op onze eigen manier zelf zullen moeten doen spreekt vanzelf. Hoewel Hercules assistentie ontvangt van zijn trouwe neef Iolaos weet hij toch dat het ten diepste zelf moet worden gedaan. Familie, of vrienden kunnen de condities enigszins verbeteren, wijsgeren kunnen deuren voor ons openen, maar we dienen zelf de stap te nemen om binnen te treden in het oude verbond.¹)

¹) Opnieuw bewust een deel te zijn van de broederketen

 

Levenstaak

 

Hercules in dit verhaal staat voor de degelijk levende mens. Hij heeft een zware taak te verrichten, maar hij kan het aan. Ieder mens die innerlijk zijn zaakjes op orde krijgt, wordt gedragen op de vleugels van een arend. Hij ontvangt als beloning vrijheid, ruimte, inzicht en uitzicht.

De strijd speelt zich ook in dit teken weer op twee fronten af. Innerlijk brengt hij zijn emoties, zijn oude angsten, de drakenwereld, onder controle van zijn verstand en in de buitenwereld doodt hij het negenkoppige monster. Kop voor kop slaat hij eraf, maar hij moet toezien dat voorlopig voor elke overwinning twee verliezen staan. Pas wanneer zijn helper te hulp schiet -alleen kom ik niet verder -keert de strijd zich ten gunste van Hercules en worden de koppen afgeslagen zonder dat er weer andere aangroeien. Toch moet hij ervaren dat op zijn niveau van de evolutie de laatste kop niet sterft, maar levend wordt begraven.

 

ZO GROOT - zo klein.

 

In het Hermetische denken is dit tijdsgewricht bestemd om de van oorsprong dierlijke emoties van de ziel te overwinnen. Natuurlijk blijven er nog wel enkele bestaan, natuurlijk is niet alles in een oogwenk geregeld, maar de grote emotionele roerselen, van de van oorsprong animale ziel, worden -in dit tijdsbestek -geleidelijk overwonnen. Het denken waar we in de derde mythe een aanvang mee hebben gemaakt, wordt nu doorgezet. Alle processen van ontwikkeling zijn stadia, of treden van een trap en steeds maken we hetzelfde proces weer mee en telkens is dit op een hoger niveau. Dan weer aan de buitenkant in het stoffelijke bestaan en in dit sterke teken werkt binnen en buiten samen.

Ziel en lichaam zoeken beide naarstig naar beheersing, willen hun denk -en zielskracht versterken en willen beheerst functioneren. Veel mensen stralen dan ook een zelfverzekerde rust en vertrouwen uit. Ze zijn, of worden begenadigd met het hemelse oervertrouwen, het vertrouwen dat hen leert dat ziel en lichaam géén tegengestelde polen zijn van de geheelde mens. Oervertrouwen is een godsgeschenk.


 

Innerlijk blijkt dat de meeste emoties nu achter ons liggen, maar dat ze in de tiende kop toch latent aanwezig blijven.

Het blijft oppassen!

In de eerste vier mythen was emotie de drijfveer van de actie en in de tweede vier mythen kwam geleidelijk het natuurlijke verstand tot ontwikkeling en daarmee werd begeerte de reden van de uitgevoerde werken. Straks in de volgende vier mythen zal het de geest zijn die leiding geeft aan de evolutie. Het hogere vervangt steeds meer het lagere info. Hercules maakt ruimte in zichzelf en daarom ontvangt hij in dit prachtige verhaal het uitzicht van een Adelaar.

 

 

 

 

 

                                                                                            

    Index