DE GROTE WERKEN VAN HERCULES

 

 

 

 

 

 

 

DEEL EEN

 

 

 

 

 

Inleiding

 

Hercules en de oorlogspaarden

 

Hercules en de stier van Kreta

 

Hercules en de gouden appels

 

Hercules en de hinde

 


 

 

 

INLEIDING

 

 

Behalve het oude en nieuwe testament van de bijbel willen ook de mythen van Hercules het verhaal van de evolutie van de mens vertellen. Meer nog dan in de bijbel komt hier tot uitdrukking dat de mens zijn eigen meester is binnen het raam van een voortstuwende wereldorde. Ik hoop en vertrouw er op dat u deze verhalen ook steeds meer inhoudelijk zult bewonderen.

 

Heracles is ongetwijfeld een van de grootste mythologische helden uit de Griekse literatuur. Hij was een onwettige zoon van Zeus en groeide op in het landschap Argolis waar Hera de heerseres was. Zij ziet in deze Heracles echter een ernstige concurrent voor haar zoon Eurystreus.

Als jongeling doet Heracles op zijn reizen ook Thebe aan en daar bevrijd hij de bevolking van de belasting welke de wrede Orchomenos hen had opgelegd. Creon, de vorst van Thebe schenkt hem uit dankbaarheid zijn dochter Megara tot vrouw. Er volgde een periode van voorspoed. Maar na enige tijd wekte de jaloerse Hera bij Heracles een vlaag van krankzinnigheid op en in de waanzin doodde hij zijn vrouw en kinderen.

Het orakel van Delphi legde hem daarop de plicht op om in dienst van zijn neef Eurysteus twaalf opdrachten uit te voeren. Eurystreus bedacht twaalf levensgevaarlijke opdrachten zodat hij van Heracles zou worden verlost. Heracles voerde echter alle opdrachten uit en hierdoor verwierf hij onsterfelijkheid.

Op iedere middelbare school werd en wordt wel vrij veel aandacht besteed aan de Griekse literatuur, maar dikwijls kwamen we niet veel verder dan: mooi geschreven onbegrijpelijke idiote verhalen uit de oertijd. Kennis van de literatuur, en zeker ook van deze Griekse mythologie is in onze huidige maatschappij echter nog steeds van zeer grote waarde.

Het is echter veel beter dat we ons trachten te verplaatsen in de tijd waarin dit allemaal werd geschreven, dat zal het begrijpen van deze prachtige mythen zeker bevorderen. De vraag wat de schrijvers van deze mythen wilden vertellen kan toch veel belangrijker zijn dan alleen de literaire waarde van de geschreven tekst. Kenners van de literatuur en deskundigen van de Griekse historie zijn meesters op hun gebied, maar aan de volgende fase waagt de wetenschap zich liever niet. Zodra wij gaan inzien dat Hercules een metafoor is voor de evoluerende mensheid zijn we weer een grote stap gevorderd op ons pad tot bewustwording.

Dan kunnen we deze prachtige verhalen op een filosofische wijze benaderen en een betekenis geven aan deze mythen. Daar houden we ons in dit deel mee bezig. Geen literatuur, geen beschrijvende kennis, maar inzicht in de innerlijke Schoonheid van deze verhalen.

 

Dit deel wil dus de betekenis van dit Opus Magnum van de legendarische metaforische held Heracles aan u voorleggen. Zoals het ten diepste onbelangrijk is of Jezus als persoon wel of niet op aarde leefde, zo is het ook van geen enkel belang te weten of Heracles echt in de materie heeft geleefd en al deze werken daadwerkelijk uitvoerde. In mijn optie is hij een schepping van de schrijver(s) die langs deze versluierde weg de evolutie wilden uitbeelden.

De oude Griekse filosofen wisten precies wat er in de mens omgaat, ze kenden al zijn onhebbelijkheden, zwakheden en gebreken. Alle hindernissen welke ons leven soms zo moeilijk, maar dikwijls ook zo boeiend kunnen maken, werden door hen in gelijkenissen weergegeven. De aardse weg door dit leven en het geestelijke pad door vele levens, verwoordden zij lang geleden in mythen die ogenschijnlijk nergens op slaan. De oppervlakkige, zintuiglijk ingestelde mens kan er echt niet al te veel mee. Toch, en dat is de kracht van deze mythen, kan ieder mens op het eigen bewustzijnsniveau genieten van deze prachtige verhalen.

 

Nog veel mooier en inhoudsvoller worden de goddelijke overwinningen van Heracles -die we zullen volgen onder zijn Romaanse naam Hercules -als we de achtergrond, de diepere bedoeling er van begrijpen. Wat moet je nu met een verhaal over Hercules, die als baby in de wieg al twee slangen wurgde, als je er niet mee bekend bent dat een slang symbolisch de beenderloze mens verbeeldt? In de wieg ontwikkelde Hercules al een beendergestel en liet daarom de vroegere beenderloze mens achter zich. Homo Erectus richt zich op! Daarnaast worden slangen geboren uit een ei en zijn ze koudbloedig. Hercules echter werd warmbloedig levend geboren. Zo overwon hij dus twee slangen!

Wanneer u straks de Herculesmythen leest kunt u inzien dat telkens de individuele evolutie als wel het grote evolutieproces, van het organisme mensheid, wordt gesitueerd bij één persoon –Hercules - in zijn aardse omgeving. Bijvoorbeeld; het onder controle brengen van onze drift en agressie wordt verbeeld door het temmen van de wilde mensenetende paarden. Als uiteindelijk de paarden zijn getemd en als nuttig werkdier voor de wagen worden gespannen, wil dat zeggen, dat de mens die zijn drift en agressie heeft overwonnen nu ook zelf als een nuttig lid van de samenleving kan functioneren.

De mythen van Hercules kunnen dus Nieuw Testamentische genoemd worden. Niet alleen Nieuw Testamentische, maar ook willen ze ons het begrip bijbrengen dat de mens het Licht van de Goden in zich draagt. De mens is de opvolger van "god" en als zodanig behoort hij het licht dat in hem is en hem voortdrijft uit te dragen. Hij behoort zelf een licht te zijn.

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte klonk een stem die sprak¹). Zo laat ik de mythen van Hercules beginnen en met een stem wordt altijd een kracht bedoeld; er is dus een kracht die Hercules aanspoort dit werk aan te vangen. Is dat een kracht van buiten, of binnen in hem, die hem oproept voort te gaan op des levens weg?

Hercules hoort een innerlijke stem, een innerlijke kracht drijft hem verder door de evolutie. De stem van de Kosmos wordt als een innerlijke stem ervaren, wat niet verwonderlijk is als we weten dat we allen een ondeelbaar deel van de kosmos zijn.

¹) Met het Woord, uit bijvoorbeeld Johannes 1 wordt een kracht bedoeld. Een energie. Het bijbelwoord in Johannes 1 kan dan als volgt worden begrepen: In den beginne was er energie (kracht). Deze was tot God gericht. Alles wat gemaakt is kwam door deze ene energie tot stand. Ook het leven kwam uit deze energie voort. En het leven was het licht der mensen.

Terug naar de mythe lezen we dan: Vanuit de onmetelijke ruimte klinkt een stem die roept: waar is de mens? Waar is het vleesgeworden woord? Waar de gemanifesteerde Lichtenergie? Waarom werkt hij niet aan zijn evolutie? Geef hem een opdracht! Geef hem een Taak! Laat hem werken aan zijn levenstaak! Laat hem beitelen aan zijn ruwe steen! Die stem klinkt uit de onmetelijke ruimte van het nog onbewuste innerlijk van Hercules.

Omdat wij thans alles in spiegelbeeld zien, is voor ons de ruimte buiten, maar in werkelijkheid is de ruimte ook in onszelf te vinden. Alles wat er te vinden of op te merken is, in schepping en verlossing, zullen we uiteindelijk ook allemaal binnen in onszelf moeten ontdekken. Eenvoudig zal dat niet zijn, maar ergens anders is het niet te vinden. Daar liggen ook de antwoorden op de hu nog niet gestelde vragen en daar zullen we dan ook het Licht ontdekken dat ons voortdrijft door de evolutie.

 

De bijbel spreekt over een hemel en een hel, daar hebben veel mensen heel bijzondere en soms zelfs bizarre ideeën en gedachten over. Dat is niet nodig want het valt voor iedereen goed te begrijpen, tenminste als we willen inzien dat de hemel een levenssituatie voorstelt waarin liefde woont en de hel een leven symboliseert van eenzaamheid en liefdeloosheid. De hel uit de bijbel is niets anders dan een plaats waar liefde is vervangen door angst en drift. De hel is leven in een wereld, waar voor liefde geen plaats meer is. De hel wordt verbeeld door de "God is dood" situatie.

Ieder die liefde schenkt, ontvangt liefde en leeft in het paradijs, maar wie niet in staat is tot geven, kan ook geen liefde ontvangen¹)²).

Wie zichzelf niet kan wegschenken wordt verdreven uit de hof der hoven, om tenslotte in kille eenzaamheid zijn dagen te slijten. Hij wordt gedwongen in diepe duisternis zijn pad aan gene zijde af te leggen. Wie zegt dat God (de liefde) dood is, kan ook niet inzien dat hij alleen al, door mens te zijn op aarde, een bijzonder begenadigde persoon is, hij vindt het allemaal maar heel gewoon, het dringt niet tot hem door dat hij elke dag dankbaar zou moeten zijn voor het leven, dankbaar voor de kansen die hem weer gegeven zijn. Liefde is de specie die het bouwwerk bijeenhoudt op de weg door de evolutie; zij houdt niet alleen ons drievoudig lichaam in stand, maar ook laat zij ons deel zijn van de gemeenschap van alle mensen, aan deze of gene zijde van ons bestaan, waardoor we bewuster gaan leven.

¹) We moeten eerst liefde schenken alvorens we kunnen ontvangen. Eerst dienen we uit te ademen alvorens we verse lucht kunnen opnemen.

²) Volgens Freud is liefde een grove overschatting van seks. Daar kunnen we het -op basaal niveau -wel mee eens zijn. Liefde is immers ook de kracht die verbintenissen wil leggen op laag stoffelijk niveau. Daar wordt deze drang tot eenheid door de seksuele aantrekkingskracht tot uiting gebracht. Ook hier geldt echter het oude axioma: Zo groot - zo klein. Waar in het stoffelijke deel van ons leven liefde tot uiting kan worden gebracht door de seksuele samenleving, komt op geestelijk gebied een andere liefdesrelatie tot stand. De ene beleving hoeft de andere niet in de weg te staan want het ervaren van liefde heeft steeds een sterke relatie met ons functioneren binnen de hiërarchie der mensheid.

 

Mythen en legenden

 

De mythe begint steeds –metaforisch - op het moment dat de Schepper van de mensenkinderen uitkijkt over de aarde en aan de horizon een klein lichtje aanschouwt.¹)

"Wie is dat kleine lichtje daar aan de horizon" zo vroeg hij de meester die in zijn nabijheid was. Deze antwoordde: "Het is een ziel die op zijn levensweg het licht zoekt". "Laat hem voortgaan", sprak de Schepper en wederom gingen er eeuwen en eeuwen voorbij. Toen sprak de Schepper opnieuw tot de meester en zei: "Laat nu deze zoekende ziel komen en geef hem zijn opdracht".²)

De meester sprak: "Zo zal het geschieden Mijn Heer" en dus liet hij de zoekende mens bij zich brengen en vroeg hem: "Wie zijt gij?" Deze antwoordde: "Ik ben Heracles maar meestal noemt men mij Hercules".

 

"Welnu Hercules, ben je bereid en in staat om de levensopdracht op je te nemen en je taak te volbrengen, welke je door de twaalf poorten van de zodiak zal voeren op weg naar de waarheid"? zo vroeg de meester.

Hercules antwoordde: "Ja Heer, ik sta gereed, welke is mijn taak"? "Je dient" zo sprak de meester, "door de twaalf poorten te gaan en de twaalf daarbij behorende opdrachten uit te voeren. Na iedere opdracht breng je verslag uit en alle moeilijkheden en tegenslagen welke je op je pad ondervindt moet je overwinnen teneinde je eigen ziel te zoeken en die te vinden". "Meester, wat is een ziel"? Vroeg Hercules en de meester sprak: "Dat zul je weten als je alle opdrachten hebt uitgevoerd".

¹) Bedenk dat Schepper mythologisch is bedoeld. Hiermee wordt de kracht aangeduid die de evolutie start, onderhoud en ooit zal voltooien waarna een nieuwe cyclus van manifestatie volgt.

²) De doelloos zoekende nomade ziel, de zwerver, wordt door deze opdracht een doelgerichte monade ziel, de zwerver wordt een zoeker, de zoeker evolueert ten slotte naar vinder.

 

ZO GROOT - zo klein

 

In het Hermetische denken, waarin boven en beneden, groot en klein aan elkaar gelijk en of gelijkwaardig zijn, kunnen we deze werken dus ook in kosmisch verband bezien. Dan zien we dat de gehele beschaving ook telkens op een ander en hoger niveau komt.

Het is een geleidelijke vooruitgang op deelgebieden. Wanneer hij tenslotte al deze proeven heeft afgelegd, draagt zijn arbeid rijke vrucht en zien wij hem evolueren naar Homo Christos. Dat is het blijde vooruitzicht van de Nieuw Testamentische gedachtegang. Duidelijk zal zijn dat de gehele mentale beschaving nog lang niet op dit niveau is aangekomen en deze laatste beelden kunnen dan ook als toekomstvoorspellend worden beschouwd.

De eerste vier werken kunnen in verband worden gebracht met de leerling de tweede vier met de gezel die de wereld intrekt en het laatste kwartet symboliseert een vrije mens die uiteindelijk terugkeert in het anonieme universum.

 

1

 

  HERCULES EN DE MENSENETENDE PAARDEN

 

 

 

Inleiding bij de mythe

 

In het begin leefde hij nog onbewust, maar dan ineens duikt hij op. Hercules! Hij heeft een naam! Hij is de kracht van het voorjaar, wild, onbezonnen en levensverwekkend. Homo Erectus en Homo Sapiëns in staat van wording; Deze primitieve Hercules is de eerste, hij opent de rij. Daar is veel moed en temperament voor nodig. Het paard staat symbool voor drift en een mensenetend paard staat voor een destructieve, zelfvernietigende agressie. Deze oerdriften, dit met gevaar voor eigen leven, overal op afstormen, leven ook nog volop in de primitieve oermens. Deze agressieve krachten onder controle brengen is de eerste taak van Hercules. U zult hier de Aries energie in herkennen.

Wat betekent dit allemaal? Wat is het werk dat moet worden gedaan? Wat het einddoel? Wat mag in 's hemelsnaam hiervan de esoterische betekenis zijn?

Hercules krijgt de opdracht de mensenetende paarden te temmen en bruikbaar te maken voor de evolutie. Het wrede dier moet een bruikbaar lid van de samenleving worden. Door de paarden te temmen komt de ziel Hercules dichter bij de mentale materie. Hercules groeit naar het dier en uiteindelijk gehoorzaamt het paard hem. Het dierlijke, de animale materie wordt ondergeschikt gemaakt aan het mentale.

 

                                                                           

De mythe

 

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Roep de zwervende mensenzoon en geef hem een opdracht waardoor hij doelgerichter kan voortgaan op het pad der evolutie".

"Zo zal het geschieden Mijn Heer" sprak de leraar.


 

 

Daarna riep hij Hercules bij zich en vroeg deze: "Hercules ben je gereed om door de eerste poort te gaan"?

Daar stond hij dan, Hercules de eenvoudige mens, een Homo Erectus, niet ontwikkeld maar desondanks opgemerkt omdat hij zich had afgewend van de groepsgeest. Hij had huis en haard verlaten en was op zoek gegaan. Een man als Hercules die de confrontatie zocht, dat is de goede wegbereider en hij stond dan ook te popelen om zijn eerste grote werk aan te vangen.

"Welke is mijn taak Heer"?  Vroeg Hercules de leraar en deze sprak: "Haal de oorlogspaarden van Diomedes en breng ze naar Mykenai".

 

Ver, heel ver naar het westen, nog voorbij de brede rivier die om de aarde stroomt, heerste Diomedes, de zoon van Ares, met wrede hand over het volk van Thracië. ¹)

In zijn stal hield hij vier mensenetende paarden. Deze wilde beesten werden niet gevoed met haver maar met vreemdelingen die ongelukkigerwijs zijn koninkrijk bezochten. Want hoewel gastvrijheid het grootste goed is op aarde, schond deze koning dit op een wrede manier.

 

Hercules stormde de poort uit, maar dichter bij het doel aangekomen ging hij omzichtiger te werk. Hij benaderde langs omwegen de stallen en maakte de bewakers een voor een onschadelijk. Toen bracht hij met hulp van zijn helpers de paarden naar een weide niet ver van de zee. Daarna werkte hij een heel jaar lang om de dieren te temmen en te dresseren en als er tenslotte een zekere betrouwbaarheid is ontstaan, vangt hij de tocht naar Mykenai aan.

Hij trok met zijn vierspan over bergen en door dalen en in een mooi dal bleef hij enige tijd uitrusten van de zware reis over de hemelhoge bergen. Hier in deze vruchtbare streek ont­moette hij voor het eerst Bousiris die hem trachtte over te halen zich voorgoed in deze vallei te vestigen.²)

 

"Hier bij deze mooie boom kun je een eigen woonstee bouwen, waarom zou je nog verder gaan? Je hebt je werk toch geheel uitgevoerd? Vestig je toch hier en laat ook je vriend Abderis hier bij je komen wonen" zo sprak Bousiris tot hem. Daar had Hercules wel oren naar en hij bleef dan ook zeven heerlijke lange jaren in dit vruchtbare dal wonen. ³)

Maar toen sprak hij tot zijn vriend: “Abderis let jij op de boerderij want ik ga op reis naar Mykenai om hen daar te vertel­len hoe voortreffelijk het allemaal is verlopen”. Vrolijk en opgewekt ging hij nu op reis maar hij was nog maar weinig gevorderd toen de boerderij door rovers werd overvallen. Bij het gevecht werd Abderis zwaar gewond en de paarden vlucht­ten naar de bossen.

Teruggekeerd, nadat hij het droevige bericht had ontvangen, begroef Hercules zijn inmiddels overleden geliefde vriend en zocht de paarden weer bijeen. Hij spande ze voor de wagen en vervolgde zijn reis naar Mykenai.

Nog steeds bedroefd ging hij door de eerste poort en de meester sprak: Het werk is voltooid, je hebt er heel lang over gedaan, maar de taak is toch volbracht.

¹) Thracië was een, in het zuidoosten van de Balkan gelegen schiereiland dat werd begrensd door de Zwarte zee, de zee van Marmara, de Dardanellen en de Egeïsche zee.

²) Bousiris speelt in deze mythen de rol van de grote verleider.

³) In de mythologie wordt met zeven jaren, dikwijls zeven levens, bedoeld. Zeven is echter het getal der volheid; daarom kunnen we het ook uitleggen als de tijd welke nodig is om tot een bepaald inzicht te komen; welk tijdsbestek voor ieder individu dan ook verschillend kan zijn.

 

 

Een uitleg bij de mythe

 

Hercules probeert door zijn werken, die puur aards en fysiek zijn, toch iets van zijn goddelijke inslag te etaleren. Impulsief als hij is, want hij is een extravert type dat niet lang nadenkt over het hoe, wat en waarom, stormt hij naar buiten. De kosmische kracht stroomt bij hem ook van binnen naar buiten en dat uit zich in zijn extraverte gedrag.

Diomedes is een negatief en ongastvrij mens die de evolutie van de mens tegenwerkt. Hercules maakt een eind aan de ongekende wreedheid van deze koning en nu kan ook het rijk der Bistonen de weg der evolutie volgen.

Het is een zwaar en gevaarlijk werk en daarvoor is een dapper mens nodig. Voor het temmen van die wilde paarden heb je een held nodig en dat hij een held is bewijst hij, want samen met zijn helpers brengt hij de paarden naar een weiland dicht bij de zee. Met veel geduld dresseert hij de dieren en na een jaar ¹) van hard werken spant hij ze voor de wagen en begint aan de tocht terug naar Mykenai.

Over hoge bergen, waar overdag de felle zon steekt en 's nachts de bittere kou zijn lichaam teistert, gaat de reis voort. Als Hercules in een mooie vallei is aankomt vestigt hij zich daar en neemt hij een tijdje rust. Daar ontmoet hij  direct de grote verleider Bousiris die hem zegt hoe goed hij het allemaal heeft gedaan en dat hoort hij wel graag, daarom blijft hij zeven heerlijke jaren in het groene dal. Toch steekt daarna steekt de onrust weer de kop op, iets zegt hem dat hij naar Mykenai moet gaan, maar omdat hij ook de boerderij wil behouden sluit hij een compromis met zichzelf: Abderis past op de landerijen en hij gaat op reis naar Mykenai om zijn grote succes te melden.

(Er ontstaat een begin van dualisme. Eén deel werkt op het land en het andere deel wil zich op hoger niveau presenteren).

Nog maar net is hij aan de reis begonnen of Abderis wordt overvallen en sterft. Wanneer Hercules het droeve bericht ter ore komt keert hij terug naar huis en diep bedroefd begraaft hij zijn dierbare vriend.

 

Op het moment dat hij in zijn onschuld denkt lauweren te gaan oogsten stort zijn wereld ineen. Hij begrijpt dat hij heeft gefaald.


 

Hij heeft gefaald maar vlucht niet weg, want hij begint opnieuw en -zegt de mythe - begon hij de eerste keer vol zelfvertrouwen, nu vangt hij de taak bedroefd en nederig aan. Deze keer doet hij het helemaal alleen en hem blijft helder voor de geest staan dat hij heeft gefaald, dat het werk nooit meer een groot succes kan worden. Met een verdubbelde inzet lukt het hem toch zijn opdracht uit te voeren.

 

Levenstaak

Hercules is een super extraverte persoon. Al zijn aandacht is naar buiten gericht. Dat moet veranderen! Onbewust is hij natuurlijk innerlijk bezig zijn driften te beteugelen. Door tegelijkertijd in de buitenwereld te werken aan het temmen van wilde paarden bevredigt hij zijn, binnenin hem, sluimerende culturele begeerte.

 

 ZO GROOT - zo klein.

 

In het Hermetische denken zien we in deze ontwikkelingsfase van de mensheid een volk van nomaden, dat nog niet is gesetteld, levend van wat de ongecultiveerde natuur voortbrengt. Men temt de dieren die straks de veestapel zullen vormen en men trekt met de seizoenen mee over het continent, van noord naar zuid en weer terug.

Groot en klein zijn ook hier analoog aan binnen en buiten, want wat in de mens leeft komt op de een of andere manier naar buiten. Leeft de mens innerlijk kleinschalig; hij zal geen grote projecten ontwerpen.

Omgekeerd kunnen we dus aan het buitenleven van de mens zien wat er in hem leeft. Door innerlijk een redelijk mens te worden, worden in de buitenwereld de paarden waardevolle krachten. Hercules gaat geleidelijk de dierenwereld beheersen en analoog hieraan wordt de hartstochtelijke drift in de mens getemd. Een deel van zijn animale ziel evolueerde naar mentaal. Zodra we innerlijk een lam zijn geworden zijn ook de wilde paarden getemd en omgekeerd, want als de paarden tam zijn, is tegelijkertijd de man nederig geworden. Daar heeft hij vele levens voor nodig. Maar uiteindelijk keert een tot inkeer gekomen Hercules terug binnen de poorten van Mykenai.

 

 

2

 

  HERCULES EN DE KRETENZER STIER

 

 

Inleiding bij de mythe

 

Hercules krijgt in deze mythe de opdracht de tot dan ongetemde oerkracht van een dolgeworden stier te temmen. Pas wanneer deze bruisende, woedende energie in goede banen is geleid kan er een geordende samenleving opgebouwd worden.

Hercules vangt de stier van Kreta en zijn eigen losgeslagen en dolgeworden seksuele potentie wordt tegelijkertijd door hem zelf beteugeld en in betere banen geleid. Hij drijft het dier over de aarde en door de zee en schept zo een betere wereld. Hij is nog geen verlichte geest, daarom brengt hij de stier naar het land der Cyclopen. (Bij hen is het derde oog reeds geopend!) Hij vangt en dresseert de ongetemde stier van Kreta, maar dit gaat nog meest op een onbewuste wijze. Door de seksuele kracht te onderwerpen, in betere banen te leiden, ontstaat een leefbare wereld. Een wereld waarin mannen, vrouwen en kinderen gelukkiger kunnen zijn. Hercules stuurt de ongetemde seksuele oerkrachten in goede banen waardoor de evolutie voortgang kan vinden. Hij slaat de fundering voor het gebouw van een hemel op aarde. Zo bereikt hij eenheid tussen zijn seksuele behoeften en zijn liefde voor zijn omgeving en tenslotte ontpopt hij zich als een betrouwbaar mens.

 

De mythe

 

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Is de zoekende mensenzoon gereed om door de tweede poort te gaan? Geef hem dan een opdracht waardoor zijn zelfbeheersing groter wordt".

 

"Zo zal het geschieden Mijn Heer" sprak de leraar.

Daarna riep hij Hercules bij zich en vroeg deze: "Ben je zover dat je door de tweede poort kunt gaan om je tweede opdracht uit te voeren?" "Ja Heer, ik sta gereed", sprak Hercules. "Welke is de tweede opdracht?" "De tweede opdracht luidt", sprak de leraar, "breng de heilige stier van koning Minos van Kreta naar Mykenai."¹)

 

Koning Minos had de God Poseidon beloofd dat het eerste dier dat uit de zee zou oprijzen aan hem zou worden geofferd, want zelf bezat hij geen dier dat waardig genoeg was om als offer te dienen voor een dergelijke belangrijke God.²)


 

Poseidon liet daarom een bijzonder mooie en krachtige stier uit de zee oprijzen en toen koning Minos dit prachtige beest zag liet hij hem snel naar zijn stal brengen en offerde Poseidon een andere stier. Deze werd hierover zo boos dat hij de mooie stier razend liet worden. De stier verbrak de touwen, sloopte de stallen, vertrapte alles wat in zijn omgeving kwam en raasde door de velden. Het volk leefde in angst voor deze dolgeworden oerkracht. Deze stier vangen en naar Mykenai brengen was de tweede opdracht.

 

Alleen en nog steeds somber en triest door zijn gedeeltelijk mislukte missie in de eerste mythe, maar zich toch sterk bewust van de noodzaak deze taak te volbrengen, ging Hercu­les met gebogen hoofd, berouwvol door de poort. Buiten de poort gekomen zag hij het gouden zonnelicht over het eiland vallen en hij begaf zich naar de plaats waar de stier, die gevangen moest worden, verbleef.

Vastberaden ging hij op jacht om de stier te vangen en daartoe dreef hij het dier over het hele eiland, vooreerst zonder enig resultaat, maar rustig volhardend ging hij voort en telkens als hij ergens het dier ontdekte joeg hij het op zowel dag als nacht. In de nacht kon hij het dier vinden omdat er licht straalde uit zijn oog en dat licht volgde hij. Zo kon hij uiteindelijk het dier zoveel afmatten dat hij het in een hoek kon drijven en vangen. Nu temde hij met veel geduld het dier en daarna klom hij op zijn rug en bereed de stier alsof het een paard was.

Bij het licht van de maan reed hij over het eiland en daarna dreef hij het getemde dier de zee in. Hij dreef hem dwars door de golven naar het vasteland en daar aangekomen nam hij een rustpauze.

Bousiris kwam bij hem op bezoek en sprak: "Dat heb je heel goed gedaan Hercules. Knap van je, dat had ik niet verwacht, maar je bent toch veel beter dan ik had gedacht, je hebt deze taak voorbeeldig uitgevoerd, werkelijk heel goed, prima! Nu kun je hier mooi een nederzetting beginnen want dit is een prachtige plaats vlak bij de zee. Hier heb je binnen korte tijd een grote kudde vee, je hebt immers al zo'n mooie stier, dat is een goed begin. Ook voor je vriend Abderis is hier vol­doende plaats."

"Neen, dat doe ik nu niet" sprak Hercules eenvoudig, "ik ga voort op de weg naar Mykenai". Er was nog een lange weg te gaan, maar met het rustige doorgaande tempo dat de nog steeds sombere Hercules aanhield, bereikte hij toch nog vrij snel Mykenai. Daar gaf hij de stier van koning Minos aan de bewakers van de heilige tempel en keerde terug naar de meester en zei: "Heer ik heb mijn taak uitgevoerd. De stier is in de heilige tempel van Mykenai".

De meester sprak: "Deze taak was ook niet eenvoudig, maar is heel goed uitgevoerd. Rust een weinig en maak u daarna gereed voor de derde opdracht".

¹) Ongeveer 1600-1400 voor Christus, leefde het koninkrijk Mykenai, Mycene of Mykene in een voortdurende strijd met het Kretenzer Minoistische koninkrijk. In deze mythische vertellingen dient Hercules steeds zijn buit, welke in vijandig gebied is veroverd, af te leveren in het Griekse Mykenai. De materiële aardse wereld verbeeldt hier het vijandige buitengebied en de geestelijke wereld is de thuisbasis Mykenai.

²) Poseidon is in de mythologie een héél belangrijke god van de zee. Hij was een volle broer van Zeus en bewoonde samen met zijn schone echtgenote Nereïde Amphititrè een gouden paleis op de bodem van de zee.

 

Een uitleg bij de mythe

 


 

In deze mythe krijgt Hercules een afgepaalde begrensde taak want nu hoeft hij niet de hele wereld te bereizen, omdat hij exact weet waar het probleem ligt dat moet worden opgelost. Het eiland Kreta is zijn werkgebied en daarna moet hij de stier nog naar de overzijde, naar het land van de Cyclopen brengen. Het is een overzichtelijke op­dracht die met geduld en doorzettingsvermogen is uit te voeren. De gevangen stier die door Hercules uiteindelijk onder controle is gebracht, staat in deze mythe voor de seksuele verleiding, de nog ongeordende biologische lichamelijke aantrekkingskracht tussen het mannelijke en het vrouwelijke potentieel.

In de vorige mythe hebben we gelezen hoe de zeer eenvoudige Hercules halverwege faalde maar desondanks zijn taak toch heeft volbracht. Ook deze Hercules heeft nog geen idee welke obstakels hij zal ontmoeten op zijn pad naar vervolmaking.

Hercules berijdt het dier ook door de golven, dat betekent niet alleen dat het dier ondergeschikt is gemaakt aan de mens, maar dat hij door de hele evolutie heen moet gaan. Eerst rijdt hij over het eiland, de aarde dat is het mineralen, dieren en plantenrijk en dan drijft hij het dier de zee in, dat is het rijk van de emotionele ziel. Hij rijdt bij het licht van de maan, dat is onze zielszijde, het is innerlijke arbeid die in deze mythe wordt verricht. Door het zware werk in de buitenwereld cultiveert hij zijn ziel.

Vergeefs tracht Bousiris deze Hercules te verleiden om te kiezen voor de mooie materialistische kant van ons aardse leven. Bousiris weet wel dat de Hercules van deze mythe een goed oog bezit voor de mooie dingen van het leven. Hij weet te genieten van de schoonheid die het aardse leven heeft te bieden.

 

Levenstaak

 

Hercules bezit een grote behoefte de destructieve oerkracht die in hem -de Homo Erectus -leeft om te zetten in positieve energie. Deze introverte Hercules acht zich geroepen een veilige wereld te stichten voor zijn omgeving. Hij manifesteert dit door in de buitenwereld een dolgeworden stier te vangen en dit oergeweld te neutraliseren. Ook hier komt weer de geestelijke intentie materieel naar buiten. Het dolgeworden dier, dat in ieder van ons heeft geleefd, moest onder controle van de wil worden geplaatst.

 

ZO GROOT - zo klein.

 

In het Hermetische denken komt in deze levensfase van de mensheid als geheel, de vestiging van boerenhoeven aan de orde. De nog eenvoudige mens zoekt behalve bevrediging van zijn lusten nu ook bewust naar voortplanting en instandhouding van zijn familie, hij zoekt voeding, beschutting en bescherming voor zijn kleine samenleving. Het eindeloze trekken van noord naar zuid, wat we thans nog kennen uit de vogeltrekroutes, verdwijnt geleidelijk en men blijft overwinteren in de gematigde klimaatzones. Men ontwerpt zelf, hoe eenvoudig ook, beschutting tegen koude en vocht. De boer omheint een stuk land en exploiteert de animale wereld. Eerst werden de paarden ondergeschikt gemaakt en daarna werd het rund ingezet ten nutte van de mensheid. Hier wordt een begin gemaakt het lagere dienstbaar te maken aan het hogere. Analoog hieraan doden we het dier in ons zelf ook niet, maar we maken het onderdanig aan de rede. De animale ziel wordt steeds een stukje mentaler.

Over de aarde, dat is ons bewuste deel, en door de zee, dat is ons onbewuste deel, drijft Hercules het dier naar het heilige land. Onze innerlijke strijd, komt in onze werken tot uitdrukking.

 

 

3

 

  HERCULES EN DE GOUDEN APPELS

 

 

Inleiding bij de mythe

 

De Hercules van deze mythe mist nog het echte oervertrouwen en is onrustig, hij zoekt en onderzoekt, geen detail is te klein, maar altijd doet hij dat buiten zichzelf. Aan zichzelf komt hij nog niet toe, daar begint hij niet aan.


 

Hij leeft een beetje in het wilde en wordt uiteindelijk een pure materialist, dat zien we ook thans nog wel gebeuren bij beroepszoekers. Hij laat zich ontzettend graag verwennen, maar het is juist zijn levenstaak de ander te helpen en bij te staan. Dat begrip is nog niet tot hem doorgedrongen, daar heeft hij nu nog niet veel behoefte aan.

Hij zoekt naar materiële voorspoed en geluk. Pas verder, veel verder op het pad richt zijn aandacht zich -heel mondjesmaat -op het geestelijke aspect van het leven. In de mythe symboliseert hij de boom der kennis, meer nog het zoeken van kennis, hij kijkt naar links en naar rechts en nog eens naar links en twijfelt.¹)

Hij berekent het voor de zekerheid allemaal nog maar eens, maar zo duurt het wel erg lang voordat hij gaat inzien dat een goed verstand te weinig is om te overleven. Bovendien, zo gezond is zijn verstand in deze levensfase ook nog niet. Hercules is in deze mythe nog lang geen echt redelijk, objectief en verstandelijk denkend mens. Hij gaat op zoek naar de gouden appels. Wanneer hij die -bij toeval -in zijn bezit krijgt is de taak volbracht. Zo zal de huidige mens, op dit niveau, het echte geluk ook door een onbewuste ingeving dienen te vinden. Als hij bereid is zijn pijnlijke hersens even stil te zetten, zijn ogen even te sluiten en een moment niet zo opgefokt en geforceerd rond te kijken, ontvangt hij de gouden appels. Dat hij niet zo eenzijdig moet zijn, maar een brug dient te slaan naar zijn subjectieve zijde (zijn gevoelens en emoties) dringt echter maar moeilijk tot hem door.

¹) In de astrologie is dit de Gemini fase, waar het zoeken naar kennis aan de orde is. Let wel, in deze levensfase gaat het om kennis, niet te verwarren met Wijsheid.

                                                                           

 

De mythe

 

 

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Is de mensenzoon die de eerste twee opdrachten heeft uitgevoerd gereed om door de derde poort te gaan? Geef hem een opdracht waardoor zijn inzicht groter wordt".

 

"Zo zal het geschieden Mijn Heer" sprak de leraar.

Daarna riep hij Hercules bij zich en gaf hem de derde opdracht. "Haal de gouden appels van de Hesperiden en breng ze naar Mykenai".

 

Toen Zeus en Hera zich met elkaar in de echt verbonden ontvingen ze vele geschenken en ook Gaia -Godin van Moeder Aarde -¹) gaf hen een geschenk. Zij liet op een geheime plaats, in een ver gelegen land aan de einden der aarde, een heilige boom opschieten en aan deze boom groeiden vijf gouden vruchten. Vier Hesperiden, dochters van de nacht, bewaakten de boom en zijn vruchten. ²) Overal in de wereld was dit bekend, maar niemand wist precies waar deze boom zich bevond of zelfs maar in welk land deze boom stond. Ook Hercules wist van het bestaan van deze heilige boom en zijn gouden appels.

Zoek de boom, pluk de vruchten en breng ze naar Mykenai, zo luidde de opdracht.

 


 

Hercules ging vol vertrouwen door de derde poort en trok het gehele land door. Van oost naar west en van noord naar zuid doorkruiste hij het hele gebied en overal waar hij kwam stelde hij vragen over de boom en de gouden vruchten. Maar niemand wist zijn vragen te beantwoorden en zo ging een heel jaar met vruchteloos zoeken voorbij. Al zijn zoeken was tevergeefs, hij vond geen boom, geen appels, geen aanwijzing, helemaal niets. Er was nog maar weinig systeem te bespeuren in het zoeken van deze jongeling. Daardoor werd hij moedeloos en dan is daar natuurlijk onmiddellijk Bousi­ris. Deze aartsbedrieger kon zo mooi praten dat Hercules met open ogen in de val liep. Hij werd een van de meest trouwe volge­lingen van Bousiris en daarna als zijn discipel verkondigde hij dezelfde materiële waarheden als zijn geliefde leermeester.

Hercules heeft een lange tijd in de ban van het goud geleefd, maar hij maakt zich nu toch weer vrij van Bousiris en hij vervolgd zijn zoek­tocht. Daarom gaat hij eerst op bezoek bij Nereus, de god van de zee. Van hem was immers bekend dat hij alles wist en dat bleek een waarheid, want deze vertelde Hercules dat de boom met de gouden appels in het land Libië stond. ³)

Daar in een tuin op een berg stond de boom met de gouden vruchten. Zelfverzekerd en overtuigd dat het werk nu snel ten einde liep, trok hij door bossen en velden in westelijke richting.

Doch toen hij de berg heel dicht was genaderd en helemaal zeker was van zijn overwinning, zag hij Atlas en deze reus wankelde onder de last der hemelen die hij op zijn schouders torste. Hercules kreeg medelijden met deze sterke reus en stormde, zonder er eerst diep over na te denken, op af en nam de last van hem af en legde ze op zijn eigen schouders. En ziet, het wonder gebeurde, want de last viel van zijn schouders en nu waren ze beiden vrij.

De vier schone Hesperiden kwamen nu en schonken Hercules de vijf gouden appels en zeiden tegen hem: Slechts door te dienen krijgt gij inzicht en alleen door te geven zult ge ontvangen.

Hercules bracht daarop de gouden appels naar Mykenai en de meester sprak: "Het was een lange reis, de opdracht was moeilijk, maar ook deze derde taak is goed uitgevoerd".

¹) Iedere mythe kent meerdere lezingen, doch van deze mythe zijn zeer veel verschillende versies bekend.

²) De vier Hesperiden, dochters van Atlas bewaakten samen met de honderd koppige draak Landoon de gouden appels.

³) Door de Grieken werden deze "goden" tot het eigen begripsvermogen teruggebracht en ze werden dan ook als Grieken beschreven. Zij werden aan hun leefomstandigheden aangepast. (Libië was een vreemd, ver, maar toch niet geheel onbekend land). Aannemelijker lijkt het echter dat de godenzoon Hercules de boom met de gouden appels uiteindelijk in het inmiddels verzonken Hyperboreesche –Noordelijke - Atlantis heeft gevonden.

 

 

Een uitleg bij de mythe

 

Twee sterren begeleiden deze Hercules, dat zijn Castor en Pollux. Castor wordt beschouwd als de sterfelijke en Pollux wordt gezien als het onsterfelijke deel van dit duo. Deze twee sterren symboliseren Hercules in deze mythe. Het tweeslachtige in de mens komt in dit verhaal sterk naar voren en wordt hier geaccentueerd. Ziel en lichaam zijn geen eenheid en functioneren nog gescheiden. Hij moet nog veel leren en groeien in geestelijk opzicht, hij moet zijn lichaamskracht gebruiken maar tegelijkertijd ook zijn verstand ontwikkelen en hij moet trachten verband te leggen tussen zijn verstand en zijn hart. Hij dient door een beheerst gedrag zijn onstuimige innerlijk tot rust te brengen.

Vol goede moed tuint Hercules in de val die Bousiris voor hem had opgesteld. Deze beloofde hem zekerheid, finan­cieel materialistische zekerheden en daar is hij dan een groot deel van zijn leven heel tevreden mee, totdat hij uiteindelijk inziet dat ook dit bedrog is, waarvan hij zich slechts ten koste van een zeer grote inspanning weer kan verlossen.¹)

In het zoeken naar de gouden appels zit een grote behoefte verborgen, het is het verlangen om "goed" te zijn.

De beproevingen waar wij in het vergelijkende deel van ons leven voor komen te staan liggen voor een gedeelte op het geestelijke vlak, want verstandelijke kennis dient te worden verworven. Eerst de kennis en velen van ons staan dan ook bekend om hun nieuwsgie­righeid en ook Hercules ging al vragend op pad.

 


 

De mythe verhaalt ons verder dat Nereus hem de gouden tip geeft en dat hij daarna, als in een –positieve -black out, Atlas spontaan te hulp komt en zo de gouden vruchten nog heel eenvoudig in zijn bezit krijgt.

Ieder van ons zal moeten leren dat je alleen maar "goed" kan worden door goed te doen. Als we klaar staan voor de ander, om hem te helpen zijn we op de goede weg. Als we gaan zien dat die ander dikwijls heel dichtbij is, dat we daar niet voor naar een ver land hoeven te reizen en dat daar geen grote woorden of vergaderingen voor nodig zijn, kunnen we de helpende hand toesteken. Slechts door dienst kunnen we de gouden appels in ontvangst nemen en slechts door goed te doen kunnen we goed worden.

¹) Dikwijls wordt dit zo uitgelegd dat wanneer in een mythe gesproken wordt over een lange zoektocht en een lange tijd tevreden zijn met puur materiële zaken dat er dan zeer vele incarnaties nodig zijn om het gestelde einddoel te bereiken.

 

Levenstaak

 

Hercules in deze mythe is in tweestrijd. Innerlijk is hij hartstochtelijk op zoek naar vriendschap en bezinning en wil hij zo graag vanuit zijn verstand en vanuit zijn gevoel leven, maar altijd staat dit beginnende verstand zijn gevoelens in de weg. Ook de informatie van zijn pas ontwikkelde zintuigen brengt meer onrust mee dan goed voor hem lijkt te zijn, want alles wat hij ziet, hoort of ervaart brengt hem in verwarring. Angst en drift zijn nog niet volledig omgezet in moed. Telkens vraagt het stemmetje hem: wat zijn de consequenties? Wat betekent dit? Zou je het wel doen? Heb je er wel goed over nagedacht? Heb je het nagerekend? Maar als hij soms –onbewust - gevoelsmatig, iets oplost komt het goed. Hij moet nog niet té veel nadenken, dan raakt hij maar in verwarring. Pas als hij in een impuls Atlas te hulp schiet, zonder na te denken, zonder het eerst te berekenen en te beredeneren, maar spontaan te hulp schiet, ontvangt hij de zo vurig begeerde beloning. Goed nabuurschap wordt beloond! Van deze Hercules worden geen grote daden verwacht, hij moet zich aansluiten bij de gemeenschap en daarvan een werkzaam deel zijn.

 

ZO GROOT - zo klein.

In het Hermetische denken komt in het menselijke geslacht de verdere ontwikkeling van de zintuigen en het verstand aan de orde. Nu wordt niet meer uitsluitend vanuit een onbewuste innerlijke drang gewerkt, maar er wordt nagedacht over de gevolgen van de eigen daden. Als ik dit doe gebeurt er dat, men krijgt een beetje begrip voor de gevolgen van de eigen daden. Primitief, zeker, maar alle begin is moeilijk en Hercules moet leren zijn verstand te ontwikkelen, kennis te verzamelen én hij moet leren deze kennis over te dragen aan het volgende geslacht. Dat is het voorliggende doel. Toch mag hij bij deze mentale ontwikkeling zijn gevoelens niet verliezen en daar ligt de grote moeilijkheid in dit beeld. Er is een groot gebrek aan spontaniteit.

 

 

4

 

 HERCULES EN DE KERINITISCHE HINDE

 

Inleiding bij de mythe

 

Hercules verbeeldt in deze mythe de kwetsbare mens en daarom stelt hij zich meestal gereserveerd op. Zoals hij in de vorige mythe buiten ronddoolde, zo zoekt hij het nu liever in zichzelf. In deze mythe is hij doorgaans niet zo reislustig, hij zoekt het liever in de eigen ervaringen. Zo tracht hij diep door te dringen in het eigen wezen. Diep in het zachte deel van zijn wezen, aan de buitenkant beschermd door een stevig pantser, komt hij tot zichzelf en leert hij te berusten in het ritme van het heelal. Cancer is het sterrenbeeld wat met deze mythe in verband wordt gebracht.

Hercules in deze mythe wilde dan misschien wel graag rustig en vredig in zijn eigen huisje mediteren, maar de meester heeft toch iets anders voor hem bedacht. Mogelijk bezit deze jonge man een diepgeworteld minderwaardigheid -of schuldcomplex en daarom stuurt de meester hem er op uit. Hij moet opnieuw de grote wijde wereld in, niet zozeer onder de mensen, maar in het veld achter een hinde aanrennen, domweg gehoorzaam zijn en doen wat hem wordt opgedragen.

 

                                                                   De mythe

 

Een stem klonk door het universum, vanuit de onmetelijke ruimte werd een stem gehoord die sprak: "Waar is de mensenzoon die door de derde poort is gegaan? Is hij gereed voor de vierde opdracht? Geef hem een taak waardoor hij nog meer inzicht verkrijgt en ook gehoorzaamheid kan leren".

 

"Zo zal het geschieden Mijn Heer" sprak de leraar. "De vierde opdracht", zo sprak de leraar tot Hercules, die inmiddels de poort was genaderd, "is het vangen van de Kerynitische hinde. Vang deze hinde en breng haar naar Mykenai". Hercules was blijmoedig en opgewekt naar de vierde poort gekomen, maar toen hij deze opdracht hoorde was zijn opti­misme geheel verdwenen.

 

De hinde was een prachtig dier met een gewei van goud en koperen hoeven. Ze hield zich op in de omgeving van Arcadia en ze bewoog zich lichtvoetig en was sneller dan de wind. Mismoedig ging Hercules op weg. Waar moest hij haar zoeken? Hoe moest hij haar vangen? Waarom moest hij haar vangen? De hinde deed toch niemand kwaad? Hercules begreep het niet, maar ging desondanks op zoek.

 

De hinde was de lieveling van Artemis, de godin van de maan en deze wilde haar behouden. Het leek zo'n zinloze opdracht, niemand ondervond enige hinder van dat prachtige dier. Niets anders dan gehoorzaamheid doet hem uiteindelijk beslui­ten de jacht aan te vangen, maar nergens was de hinde te vinden en Hercules viel moedeloos in slaap. In een droom verscheen Artemis en zij sprak tot hem: "De hinde is van mij! Raak Haar Niet Aan! Ze is van mij en dat moet zo blijven". Daarna verscheen hem Diana in zijn droom en ook zij eiste de hinde op. Ten slotte sprak ook Apollo nog tegen hem en hij zei op een toon die geen tegenspraak duldt: "De hinde behoort aan de Schepper, vang haar en breng haar naar de heilige tempel van Mykenai".

Een heel jaar lang achtervolgde Hercules het ranke dier, maar de hinde zweefde over de aarde, liet hem steeds dicht­bij komen en stoof dan weer weg.

Moedeloos legde Hercules zich te rusten en toen hij ontwaak­te lag de hinde niet ver van hem slapend in het gras. Voorzichtig naderde hij het diertje en nam het in zijn armen. Zij verzette zich nauwelijks en Hercules droeg haar dag en nacht bij zich.

Bousiris sprak Hercules aan en zei: "Dat heb je heel goed gedaan Hercules. Volgens de wet is de hinde nu van jou, niemand heeft meer recht op de hinde dan jij. Geef dit prachtige dier nooit af want hij is van jou"!

"Het zoeken is voorbij, de hinde is van mij" zong Hercules, maar toen hoorde hij een stem die sprak: "De hinde is niet definitief van een mensenzoon, breng hem naar de heilige tempel van Mykenai". "Waarom? Ach waarom?" sprak Hercules, maar toch bracht hij na enig aarzelen het dier naar Mykenai.

Artemis en Diana weenden, doch Hercules gaf het prachtige dier af aan de tempeldienaren en keerde terug naar de vierde poort. Terwijl Hercules de meester begroette met de woorden: "Ik heb de taak uitgevoerd, de hinde is in de heilige tempel van Mykenai", lieten de tempeldienaren de hinde weer gaan.

"Ga toch nog eens door de poort", sprak de meester en dus ging Hercules opnieuw door de pilaren en daar zag hij op een groene heuvel van Arcadia de hinde staan. Het gouden gewei schitterde in de zon, wanneer ze zich lichtvoetig bewoog.

Hercules keerde terug naar de meester en vroeg: "Heb ik het werk toch niet goed gedaan, want de hinde staat weer op gindse heuveltop".

"Steeds opnieuw", sprak de meester, "moeten de mensenkinderen de hinde vangen en naar de heilige tempel brengen. De vierde opdracht is uitgevoerd. Leer de les die bij deze taak behoort en keer daarna terug voor de vijfde opdracht".

 

Een uitleg bij de mythe

 

Hercules jaagt achter een gouden reekalf aan. Iedere esotericus weet dat hiermee een astraal dierlijk wezen wordt bedoeld. En ook U zult begrijpen dat dit niets anders dan zijn eigen astrale ziel kan zijn. De beschrijving van de hinde is dermate lyrisch dat er wel sprake moet zijn van een lichtvoetig astraal wezen. Dit wezen, deze ziel bewust binnen het mentale deel van de mens brengen, er mee integreren is de levenstaak van deze Hercules.

Aan het eind van het leven geeft hij zijn weergevonden ziel weer af aan de dienaren van de tempel. Een volgend leven zal in deze fase van ontwikkeling grotendeels gelijk verlopen. Hercules dient in te zien dat alle twaalf werken, ieder leven opnieuw, onze levenstaak vormen. Elk leven temmen we de paarden, drillen de stier, zoeken de gouden appels, en jagen we achter de hinde aan.

Hercules moet nog leren dat hij uit verschillende componenten is opgebouwd en dat een daarvan zijn astrale, van oorsprong animale, ziel is. De hinde was aan Artemis (instinkt) gewijd. Maar ook Apollo (intuïtie) en Diana (intellect) eisen haar op. Het dierlijke in de mens is het instinctieve, het is een lagere bewustzijnsvorm die ons in moeilijke lichamelijke omstandigheden zeer goed van pas kan komen om te overleven.

Artemis eiste de hinde op omdat zij van mening was dat de hinde stond voor in­stinkt. Diana was echter van mening dat het reekalfje het intellect vertegenwoordigde, want voor haar was de hinde een deel van het leven dat onder leiding van het gezonde verstand en rationele denkwerk ressorteerde.

Door te sterven liet hij zijn astrale ziel achter, maar hem werd een blik gegund in het onpeilbare mysterie van het Eeuwige Oosten, waardoor hij de hinde -zijn eigen ziel -opnieuw zag zweven over de groene heuvels van Arcadia.

 

Levenstaak

 

Hercules in dit verhaal is een zeer introvert type. Maar onbewust bezit hij de intentie, een grote geestelijke behoefte, om uit zijn schulp te komen. Innerlijk, in zijn onbewuste, heeft deze -in zichzelf gekeerde -een groot verlangen de andere zijde van de medaille -het extraverte -te leren kennen. Hiertoe laat de meester hem een leven lang in de buitenwereld achter een hinde aan hollen.

Op het moment dat hij zijn ruimtevrees beheerst, ligt het hertejong naast hem in het gras. Wanneer de angst is overwonnen, komt liefde als een vervulling van de wet.

 

ZO GROOT - zo klein.

In het Hermetische denken komt in deze fase van ontwikkeling de versterking van de ziel aan de orde. De van oorsprong animale ziel der mensen heeft ontwikkeling van node, om het pad van evolutie verder te kunnen gaan. Daartoe dient de persoonlijkheid gedisciplineerd te leven. Ligt in het ene beeld, het mannelijke, het accent meer op de stoffelijke en verstandelijke ontwikkeling, in de vrouwelijke beelden dient de ziel op hetzelfde niveau gebracht te worden.

Wanneer de innerlijke strijd is gestreden, is de stoffelijke beloning nabij. Hercules ontvangt nog het inzicht dat het een tijdelijke beloning is. Als we innerlijk onze angst overwinnen, en in het open veld durven gaan slapen, ligt daar de beloning op ons te wachten. Het trefwoord is: Vertrouwen.

 

 

 

                                                                                            

    Index