BIOLOGISCHE EVOLUTIE

 

 

Evolutie vanuit de aarde naar de geestelijke gebieden ontstaat ook op een biologische wijze, zelfs via onze spijsvertering. Grotendeels door middel van de vegetatie, dat de benodigde elementaire voedingstoffen aan de aarde onttrekt, waar de dierenwereld op haar beurt haar voeding  aan ontleent. Behalve aan het vegetatieve kan de dierenwereld ook een weinig voeding rechtstreeks uit de aarde opnemen, terwijl de grotere dieren ook de kleinere als voedingsbron gebruiken.

De mens van het handelend stoffelijke niveau voedt zich met plant en dier en daarmee indirect ook met de stoffelijke aarde, waar deze uit zijn voortgekomen. Kleinere dieren dienen grotere tot voeding zodat ook deze materieel kunnen overleven. Zo zien we ook dat de mens van het mentale verstandelijke niveau, behalve zijn voeding uit de lagere rijken, ook gebruik maakt van de energie (werkkracht) van getemde dieren, doch ook van de diensten van medewerkers en in onze tijd richt het zich meer en meer op het gebruik van de mechanische natuurwetten. Onder alle omstandigheden wordt steeds het trillingsgetal verhoogd.

 

Telkens wordt op het doodgewone aardse leven het lagere trillingsniveau geofferd aan het hogere en hieruit blijkt dat ook de mens welke een nagenoeg onbewust leven leidt, toch op zijn eigen niveau meewerkt aan de universele verlossing van het gebonden licht. Alleen door gezond te leven en een spijsvertering in stand te houden, werkt alles wat leeft mee aan de verhoging van het trillingsgetal, dat is het principe van de verlossing. Niet alleen de mens, maar de hele aarde evolueert met al haar bewoners naar een hoger trillingsgetal.

Daarnaast is het de bewust levende mens gegeven een individuele positieve bijdrage te leveren, maar altijd blijft een ieder van ons, hoe ver hij ook is gevorderd, een deel van een groot organisme, aan wie we positief of negatief, gewild of ongewild, onze kracht schenken. Dit organisme wordt Universeel bestuurd en al wat leeft maakt op het eigen niveau daarvan deel uit.

 

Zo rond hun 50e levensjaar beginnen velen van onze tijdgenoten aan de schoonmaak der ziel. Deze schoonmaak is een natuurlijk en Karmisch proces en bereikt meestal een meer evenwichtig leven. Dit effect kan bereikt worden door lijden en ziekte maar het kan ook bereikt worden door bewustwording. Overigens is niet bij ieder van ons de intentie aanwezig bewust te leven en daardoor zal bij velen geen sprake zijn van een zichtbare geestelijke vooruitgang. Uiteindelijk, wanneer we nog weer wat ouder zijn geworden, ontvangen sommigen van ons zoveel vertrouwen dat ze hun ego kunnen en durven loslaten. Zo blijkt opnieuw dat één aards leven in opzet een redelijk getrouwe kopie is van ons universele bestaan, waarmee we weer bij het gedachtegoed van de grote Hermes zijn aangekomen: Zo boven - zo beneden, zo groot - zo klein.

 

Uit één aarde komen we lichamelijk gezien voort en het is dezelfde geest die ons allen voortdrijft op ons levenspad. Natuurlijk is de mens op een ander punt van zijn ontwikkeling aangekomen dan bijvoorbeeld een dier of een plant en ook onder de mensen zijn zeer grote verschillen te herkennen. Wanneer we echter kunnen inzien dat de evolutie langs cirkelende wegen gaat, kunnen we onze voorsprong al aardig relativeren. Hand in hand in een cirkel, in een gesloten kring, gaat namelijk niemand voorop en evenmin kunnen we iemand als laatste aanmerken.

Deze cirkel valt op geheel ander niveau ook te ontdekken in versteende bomen en dieren. Zoals de plant zich opricht uit de aarde en deze als voedingsbodem gebruikt zo kan deze bij bepaalde thermische omstandigheden ook rechtstreeks terug keren in de harde materie van de aarde. Overal vinden we fossielen van planten en dieren welke onder werking van druk en temperatuur versteend verder vegeteren. Evolutie is geen rechtdoorgaand proces maar volgt de cirkelende weg van de natuur met een zomers en winters karakter, uiteengaan en groeien, vergaderen en krimpen, keer op keer.

Sleur is ook een goede graadmeter van ons bewustzijn, hoe meer sleur er in ons bestaan is geslopen, hoe onbewuster ons leven is geworden. Lijkt de dag van vandaag erg veel op gisteren, eten we elke woensdag hetzelfde voedsel, dan betekent dit dat we zelfs niet eens meer over ons eten na willen denken. Als we onze maaltijd dan ook nog ongemerkt of gedachteloos naar binnen werken is ons bewustzijn, ons bewuste leven -op dit gebied -op een heel laag pitje terecht gekomen.

Zo kunnen we alle aspecten van ons leven onderzoeken om te ontdekken hoeveel, of hoe weinig sleur er in ons bestaan is geslopen.

 

OPGAAN, BLINKEN EN VERZINKEN

 

In de hiërarchie van de menselijke samenleving is, zoals we hebben gezien, behalve het scheppende afdalen naar lagere regionen, een 'verlossende' strijd naar boven gaande.

Zoals iemand soms in één leven een grote stap in geestelijke richting kan maken, zo kunnen we nu -met ons nieuw verworven inzicht –ook waarnemen dat een ander in hetzelfde tijdsbestek zeer diep kan afdalen in de materie. Gevormd door vele incarnaties moet echter ook de helderziende mens toegeven dat het nog nauwelijks te bepalen is wie meer van boven dan van beneden heeft meegekregen. Oorlogen en volksverhuizingen hebben inmiddels het blanke Terraanse ras over bijna de gehele wereld verspreid en slechts incidenteel kan men een meester ontdekken.

Zo kunnen we grote leiders en vorsten naar de staat der vernedering zien afglijden, terwijl anderzijds uit de massa steeds een nieuwe toplaag tevoorschijn komt. Het zal u opvallen dat deze nieuwe leiders op een eenvoudige wijze kunnen voorzien in hun levensbehoeften, het zijn -materieel gezien - zeker rijke kenniszielen die de plaats van koningen en keizers snel en adequaat kunnen overnemen. Waar enerzijds bij de afdalende mens het verstand het moet afleggen tegen de emotionele krachten en decadentie, daar overwint op de stijgende spiraal het verstand de emotie. Verstandelijk reageren is een stap verder, emotie een stap terug op het pad van de evolutie.

Afdalende zielen beschikken over geestelijke kennis van boven die echter bij het verder afdalen steeds onbewuster wordt. Op het individuele dieptepunt van de stoffelijke materie komt een ommekeer tot stand en kan de nu weer opklimmende ziel zich geleidelijk verheffen boven zijn vorige niveau. In een afdalende hiërarchie zijn de vaders de "goden" die hun kinderen zien afglijden op het materialistische pad, terwijl in de verlossingsfase de kinderen hun ouders overtreffen in wijsheid en inzicht.

 

 

EVOLUTIE VAN HET BEWUSTZIJN

 

 

Wanneer we bewuster willen gaan leven, een beetje bewuster om ons heen willen kijken, als er bij ons geleidelijk een zekere vorm van bewustzijn ontstaat, ontdekken we als eerste belangrijke feit, dat we zelf alles en iedereen vanuit het eigen gezichtspunt beoordelen. Al onze daden en alles wat we nalaten zijn de stille getuigen van onze eigen essentie. Vanuit onze persoonlijke invalshoek, ons eigen innerlijk, onze eigen achtergrond is alles wat we doen of nalaten verklaarbaar. ¹)

Vanuit uw eigen achtergrond kijkt u naar mij. En met dezelfde achtergrond beoordeelt u bijvoorbeeld het boek dat u leest. We reageren altijd vanuit ons eigen bestaan; we kunnen niet anders en dat willen we ook beslist niet.

Dit is ook de reden waarom u iets in dit verhaal of op deze site kunt lezen waar ik bij het schrijven niet aan heb gedacht. We lezen niet alleen een artikel met onze eigen achtergrond, maar letterlijk alles wat we doen of nalaten in ons leven toetsen we aan onze eigen beperkte persoonlijke kennis. Ook ons denken en geloven doen we vanuit het eigen essentiële zelf, we staan op onze geheel eigen manier in de wereld en ervaren vele zaken dan ook totaal anders, dan vrienden of familieleden. Dát te weten en een plaats te geven is naar mijn mening essentieel voor ons bewustwordingsproces

¹) Hoewel het duidelijk is dat door ieder van ons de wereld om hem heen wordt geïnterpreteerd vanuit de eigen karakteristieke achtergrond en dat daardoor deze interpretatie nooit meer dan een gedeelte van de waarheid kan bevatten, bestaat er natuurlijk wél een echte waarheid. Hoe meer we ons verdiepen in de inzichten van de ander, hoe breder onze eigen interpretatie kan worden. Verder op de weg van ontwikkeling kan onze persoonlijke waarheid steeds meer draagkracht verwerven.

 

Wanneer we over bewustzijn nadenken komen we ook al snel aan de tegenstelling hiervan, bijvoorbeeld -het niet bij bewustzijn, het onbewust, of zelfs bewusteloos -zijn. Als we bewusteloos zijn, ervaren we maar heel weinig meer en slechts de onbewuste geest is nog in staat impulsen op te nemen. Daardoor kunnen we nergens meer alert op reageren, we staan buiten de werkelijkheid, we nemen er geen deel meer aan.

Tussen een bewusteloos - en een bewust levend mens bestaat een groot scala van mogelijkheden. Heel veel mensen voelen zich het prettigst als ze maar een klein beetje bewust hoeven te zijn. Zo bewust dat ze het meeste nog wel meekrijgen, maar de nare dingen wel het liefst op een afstandje, het moet niet te dichtbij komen. Ze willen zich ook liever nog niet bewust zijn van hun eigen bewustzijn. De evolutie van een ongeconditioneerde toestand van het bewustzijn naar een geconditioneerde kan heel ingrijpend zijn en zich soms in enkele jaren voltrekken. Door een bepaalde gebeurtenis kan de geest van de mens opleven, waardoor een groter bewustzijn wordt ontvangen. Zoals soms een snelle vooruitgang wordt geboekt, zo verloopt het proces in veel andere levens heel geleidelijk en daarom kunnen we veel stadia van het bewustwordingsproces ontdekken.

 

Bewustzijn komt dus in vele gradaties voor, er zijn immens grote verschillen en de doordenkende mens realiseert zich nog nauwelijks dat anderen zo horizontaal kunnen leven. Toch is elk bestaan, op welk bewustzijnsniveau dan ook, zinvol en bijna ieder mens maakt in zijn leven, op een bepaald onderdeel, wel een belangrijke evolutie mee.

Bewustzijn is weten, zeker weten, wat we eerst al in het onbewuste hebben ervaren. Het wordt ons duidelijk wat er allemaal speelt, soms kan dit als door een bliksemflits tot ons doordringen, maar het kan evengoed op een andere wijze gerealiseerd worden. Wij voelden het wel aan, maar konden het nog niet onder woorden brengen. De bewust geworden mens weet wat zich in het leven, in de wereld, allemaal kan voordoen en hij wil dit verwoorden. Hij streeft een hoger doel na, maar blijft wel met beide benen in dit leven staan.

Natuurlijk kan iemand een zeer hoogstaand leven leiden, hij kan zich terugtrekken op zijn eigen eiland van onberispelijkheid, maar als de golven van emoties de kusten van deze mens bespoelen raakt ook hij in verwarring. Dan wordt hij verdrietig over zoveel geharrewar, zoveel gekibbel, hij schrikt terug voor zoveel profaan verbaal geweld en raakt teleurgesteld in de medemens. Hij had een hoger doel voor ogen en het bleek weer eens niet haalbaar te zijn. De bewust levende mens weet echter dat dit allemaal een onderdeel van het leven is, hij raakt van wat geharrewar dan ook niet meer zo snel in disharmonie.

 

De bewust levende mens weet maar al te goed dat we een volk onderweg zijn, dat we nomaden zijn, dat we bij elkaar zijn neergezet om elkaar soms een beetje bij te staan, maar niet om samen te zwijmelen binnen de veilige muren van een kerk of vereniging. Dat we ons ook niet behoren te verschuilen achter onze zogenaamde wetenschappelijke kennis. De hogere, de modale en de nog op het geestelijk basale niveau levende mens trekken allen gezamenlijk op en ieder werkt op een totaal eigen manier, op zijn eigen niveau, aan de voorliggende levensopdracht. De bewust geworden mens ervaart het leven als een leerschool, waar hij vooral léren moet leren. Wie bewust leeft ervaart wat voor anderen verborgen blijft. Wie bewust gaat leven ontvangt zekerheden die voor anderen vooralsnog onbereikbaar blijven. Bewustzijn wil ook zeggen, dat we de dingen die we doen, bewust ervaren, dat onze handen niet bezig zijn met bepaalde werkzaamheden, terwijl onze gedachten mijlenver rondzweven. Om bewust te leven dienen hoofd en hart en hand op dezelfde golflengte afgesteld te zijn. Niet alleen hoofd en hart en hand, maar ook onze geest moet gelijkgericht zijn. Verder op dit prachtige pad, werken onze bewuste en onbewuste geest samen en worden de mogelijkheden weer groter.

 

Bewustzijn is dat -wat we weten, dat we weten -en soms hebben we het gevoel dat veel van onze medeburgers wat zorgeloos leven, een beetje onnadenkend;­ het lijkt soms of ze zich nergens anders druk over maken dan het eten voor morgen, de nieuwe auto en of ze dit jaar één, twee, of misschien zelfs drie keer met vakantie kunnen gaan. Zo lijkt het aan de buitenkant dikwijls. Veel mensen leven schijnbaar een beetje horizontaal aan de oppervlakte van het bestaan, zonder al te veel na te denken, een gemoedelijk leventje. Maar zelf doen we ook heel veel dingen in ons leven automa­tisch, zonder er bij na te denken. Volautomatisch dikwijls.

Over een klein deel van onze bezigheden denken we echt na. Die ervaren we bewust. Bewust leven wil zeggen dat we onszelf kunnen analyseren en dat we zelf weten over welke zaken we bewust nadenken en welke we in een onbewust ogenblik organiseren. Het is ook het vermogen onszelf te zien op onze plaats in de wereld, hoe we functioneren in het leven. Hoe we zelf functioneren binnen de samenleving en hoe we ons universele leven ervaren.

 

Naast het uitvoeren van de normale levenstaak wil onze onbewuste geest informatie verzamelen in dit aardse leven. Beter gezegd een flink deel van onze levensopdracht bestaat uit het verwerven van kennis. Of wellicht nog beter, onze levensopdracht is niet anders dan onbewuste kennis bewust te maken. De kennis uit ons eigen innerlijk aanboren. Het onbewuste stelt haar vertrouwen in ons, zij moet ons wel vertrouwen, want wij houden al haar verwachtingen in onze handen.

De -voor de persoonlijkheid -onbewuste kennis uit zijn fijnstoffelijke ziel helpt het biologische leven bij het tot stand komen van het lichaam en samen met dit lichaam vormt ze daarna onze bewuste geest en dan moet ze maar afwachten wat de persoon er van terechtbrengt. Hij wordt goed voorzien op de rails gezet en moet nu op eigen kompas verder reizen. Alles wat hij echt nodig heeft kan hij zijn onbewuste geest vragen en zij zal het voor hem realiseren. Als hij echter een beetje onachtzaam leeft en dan eens dit en daarna weer iets anders wil, dan zal zijn onbewuste geest, bij zoveel tegenstrijdige wensen, stoppen met het scheppen van de mogelijkheden. Of wat nog meer voorkomt; deze mens zal de aangeboden mogelijkheden niet herkennen. Een mens die één doel scherp voor ogen heeft en dit volgt zal dit doel ook bereiken, doch zij die wel dít willen en dát ook wel aardig vinden, hoewel... zullen het waarschijnlijk niet ver schoppen in het leven.

Overigens kunnen we natuurlijk ook nog wel van gedachten wisselen over de vraag of iemand zelf schuldig is aan het eigen karakter en persoonlijk denk ik dat er van schuld geen sprake kan zijn, daar er niet iets uit ons kan voortkomen wat er binnen niet aanwezig is. ¹)

 

Wat ons verstand, onze bewuste geest, uitgevoerd wil zien moet de onbewuste geest realiseren. De schepper in onze ziel voert onze opdrachten uit, om hieruit zelf weer de gewenste kennis te kunnen verzamelen. Een en ander uiteraard altijd op het eigen niveau van leven. Tezelfdertijd blijkt hier ook uit dat wij het leven leiden dat onze bewuste geest, ons onbewuste heeft opgedragen en daaruit blijkt weer dat we dus verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor onze daden. ²)

Vervolgens kunnen we hieruit concluderen dat wij niet alleen verantwoordelijk zijn voor wat we daadwerkelijk bewust uitvoeren, maar ook voor wat ons zogenaamd overkomt!

¹) Iedere man leeft samen met een min of meer onbewuste Eva in zijn ziel en elke vrouw heeft in haar hoofd een min of meer bewuste Adam gehuisvest. De man staat

zinnebeeldig voor het extraverte en een zakelijke benadering, de vrouw is het symbool van het introverte, zachtmoedige en emotionele. De man voor bewustwording van de geest, de vrouw voor innerlijke gewaarwording. Uiteindelijk zullen beide elkaar ontmoeten in het ZELF van ieder mens.

²) Hoewel we dus verantwoordelijk zijn voor het eigen leven, zijn we niet schuldig aan het eigen karakter. Wij hoeven ons dus nooit te excuseren voor het eigen bestaan, maar we hebben wel de culturele verplichting te werken aan de eigen mentale ontwikkeling.

 

Schepping

De aarde en de zee, de bossen, de heuvels en de bergen, de zeven wereldwonderen, het zijn alle in de materie gestolde gedachten. Gedachten en ideeën voor eeuwen vastgelegd in de stoffelijke materie. Scheppen is eigenlijk transformeren. De schilder gebruikt materiële zaken als doek, verf en penseel om zijn idee uit te beelden. Ook hier is sprake van schepping. Altijd wanneer uit de bestanddelen geest en materie een nieuwe vorm ontstaat, is er sprake van schepping. Ieder nieuwgeboren mensenkind is een product van geest en materie en derhalve geschapen naar een bepaald idee. Dit idee ligt grotendeels verankerd in de genen van de ouders.

God ¹) zag hoe zijn idee­ën en gedachten zich uitkristalliseerden en –zo schrijft de bijbel -Hij zag dat het goed was. ²) Wij die naar zijn (voor)beeld zijn geschapen hebben wel kleinere mogelijkheden, maar we werken op dezelfde wijze. ³) Onze werken zijn van een andere orde, het formaat is kleiner en soms sluipt er een foutje in, want we zijn nog niet helemaal volmaakt, maar scheppen doen we op dezelfde manier, omdat we een onderdeel zijn van deze universele kracht­.

¹) a) God als de Energie die Schept, Organiseert en Verlost of de Schepper, Onderhouder en Vernietiger. Deze natuurkracht brengt stof en geest bijeen, schenkt dit een bepaalde levensduur en verbreekt daarna het verband.

b) Het geschapen universum en dus ook onze aarde met al wat daarop leeft is een stoffelijke afbeelding van een universele natuurlijke hemelse kracht.

²) De materiële schepping vond haar hoogtepunt tijdens het ontstaan van dinosaurussen, enorme waterslangen, zeemonsters en draken. De verlossing echter vindt straks haar hoogtepunt in de ontwikkeling van de Homo Christos, de etherisch geestelijke mens. Bij de schepping worden de verschillende elementen met elkaar verbonden, de genenpatronen worden langer, maar tijdens het verlossingsproces vindt een ontbinding in factoren plaats, dan wordt geest onttrokken aan de materie, de stoffelijke lichamen worden kleiner en tenslotte zelfs fijnstoffelijk of astraal. Het lichaam van de dinosaurus had enorme afmetingen en ontelbare stoffelijke verbindingen, het uiteindelijke geestelijke lichaam is daarentegen eenvoudig van structuur en opbouw.

³) Hermes Trismegistos: Zo groot - zo klein.

 

Wanneer we begrijpen dat de natuurwetten de werelden kunnen scheppen, en we weten ons een kind van deze schepping, dan kunnen we ook geloven, dat ook wij ons eigen leven, voor een groot deel, zelf kunnen inrichten. Hoewel we natuurlijk onderworpen blijven aan de natuurwetten als zwaartekracht en tijd kan ieder mens zijn eigen leven inrichten, naar eigen vermogen en inzicht en iedereen die dat begrijpt is een bewust mens geworden.

Wanneer we een kleurloos leven leiden, waar we niet gelukkig mee kunnen zijn, maar dat we aanvaarden omdat we denken dat er toch niets aan te doen is, dienen we ons denken te veranderen. We denken misschien dat het slikken of stikken is, dat het onheil ons van buiten wordt aangereikt. Dat anderen ons dit aandoen; dat de omstandigheden de schuld zijn van ons huidige bestaan.

Misschien menen wij, dat we zelf wel van goede wille zijn, maar het kwaad buiten ons, dát verpietert ons leven en maakt ons tot een karikatuur van wat we zouden willen zijn. Ons leven is op dood spoor terechtgekomen en we zouden het allemaal eigenlijk wel willen veranderen, maar ach ­: als je voor een dubbeltje bent geboren, wordt je toch nooit een stuiver meer. Wanneer we bereid zijn onmacht te aanvaarden, is scheppen een utopie geworden.

In het eerste Bijbelboek, Genesis, wordt de schepping van onze aarde besproken en veel korter kunnen we dit grote werk niet formuleren, maar desondanks zijn het toch nog twee verhalen. Het ene verhaal is universeel en bespreekt in enkele zinnen het grote werk van de Transcendente God die als Opperbouwmeester des Heelals de bouwsteen is van al het geschapene. Het andere beschrijft in korte trekken de ontwikkeling van onze aarde binnen het universele gebeuren.

Dit tweede verhaal vertelt ons over de ingreep, van een hoogontwikkeld buitenaards goddelijk persoon, in de genen van een mensachtig wezen, waardoor een hoger ontwikkeld mens kon ontstaan. Dit soort acties kunnen misschien tot stand komen binnen het gezag van het Universum en daardoor zijn het gewone evolutie verschijnselen, waarbij een grotere intelligentie inwerkt op een kleinere. Wanneer door een grotere medische kennis onze gezondheid de komende eeuwen sterk zou verbeteren en daardoor de levensduur drastisch zou verlengen is dit ook een evolutie verschijnsel.

 

 

EVOLUTIE VAN ENERGIE

 

Behalve de mens evolueert de hele aarde. Beter gezegd de aarde evolueert en de mens is daar een deel en onderdeel van. De vier natuurrijken van mineralen, planten, dieren en mensen evolueren alle binnen hun eigen levenscyclus, van geboren worden, opgroeien, verouderen en sterven. Het spreekt vanzelf dat de snelheid van de evolutie gelijke tred houdt met de beweeglijkheid van het betrokken element.

Opgaan, blinken en verzinken, telkens opnieuw wordt deze cirkelgang gemaakt, want ieder leven kent zijn groeiperiode, zijn hoogtepunt en ook de weg naar beneden wordt door allen gegaan. De energie van mineraal, plant, dier en mens gaat echter niet verloren, maar blijft be­staan, want ook de energie van al lang geleden gestorven bomen of planten vinden we terug in erts of in de energie van de moerassen.

Allerlei delfstoffen zijn het product van vroeger levende vegetatie en zo komt koolstof in vele vormen voor. We vinden het in het hout, in steenkool, maar ook diamant bestaat uit zuivere koolstof. Diamant is het ons bekende hardste gesteente. Echter kan onder andere omstandigheden, onder een andere temperatuur en druk, uit dezelfde koolstof het zachte grafiet ontstaan.

 

Een boom die is omgehakt en waarvan van het hout een schrijn is gemaakt, is iets heel anders dan een brok steenkool. Toch hebben beide dezelfde oorsprong. Behalve dat ze totaal ver­schillend zijn, is er nog een belangrijk onderscheid en dat is dat aan het hout van de schrijn de kennis van een mens is toegevoegd. Hierdoor heeft dit hout een meerwaarde gekregen. De schrijn heeft een menselijke ziel ontvangen. Een houten schrijn is in de evolutie verder gevorderd dan een boom in het bos, maar ook verder dan de verkoolde boom diep in de aarde.

De enorme energie van bossen, moerassen, zeeën en dieren kan bewaard blijven in de verschillende delfstoffen; dit zijn allemaal verder gevorderde vormen van koolstof.

Ook de lichamelijke energie van de mens gaat niet verloren, denk maar aan de eerdergenoemde schrijn. Echter niet het werk met de bijl, waarmee de boom werd omgehakt, noch de zaag die de planken op maakte en ook niet het werk met de beitel die het hout bewerkte, geeft de grootste meerwaarde aan dit hout.

Deze wordt namelijk niet alleen bepaald door het verrichte werk, maar meer nog door de geïnvesteerde kennis. De geestelijke kennis van de bouwmeester die eeuwen geleden de schrijn heeft ontworpen, is ook thans nog steeds zichtbaar.

 

De mens bezit het vermogen te leren van zijn medemens. Hierdoor kunnen velen van ons deze schrijn namaken. Hoe groot we dan het werk van de maker van de schrijn moeten beoordelen, valt door ons niet te bevroeden, want dit werk laat door vele eeuwen zijn sporen na. Is enerzijds de lichamelijke energie het best zichtbaar in de bouwwerken, die wij hier op aarde realiseerden, de geestelijke, dat wil zeggen, de zuivere etherische energie, wordt opgeslagen in het info van de mens. Door de werken van de mens wordt de materie van de aarde steeds menselijker en tegelijkertijd wordt door onze geestelijke kennis ook de universele geest steeds menselijker. Door de vele menselijke kennis en wijsheid die wordt ingebracht verandert de universele geest geleidelijk in een universele menselijke geest. Hierbij moeten we wel bedenken dat alleen dat deel van de geest, dat bij onze aarde behoort, wordt bevrucht met de menselijke kennis.

 

Zo ontstaat er geleidelijk een mentale menselijke geest. Deze geest omringt de aarde en ieder die daar ontvankelijk voor is kan rechtstreeks uit deze geest putten. Het is bijvoorbeeld bekend dat in landen waar iedereen fietst kleine kinderen heel eenvoudig leren fietsen terwijl in andere landen dit een enorme krachtsinspanning vergt. Ook weten we dat de huidige jeugd heel eenvoudig een PC kan bedienen terwijl dit vijftig jaar geleden het terrein van hooggeschoolden was. Kinderen kunnen dus onbewust putten uit de geest die hen omringt en als u wordt als een kind kunt u het ook.

 

Naast deze menselijke geest ontstaat ook menselijke materie omdat aan beide menselijke kennis of arbeid is toegevoegd. Menselijke materie is die materie die door toedoen van de mens is gewijzigd. De gebruiksmogelijkheid is veranderd omdat er menselijk intellect aan is toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan een ijzeren brug over een rivier. Dit is menselijke materie en deze materie is verder gevorderd op de weg der evolutie dan het ruwe ijzer in de oergrond. Dit metaal heeft zich dienstbaar laten maken aan de mens en is door menselijke energie veranderd en daardoor nu in staat om als oversteekplaats over de rivier te dienen. De toegevoegde kennis geeft aan dit ijzer een meerwaarde. Zij geeft het niet alleen een hogere gebruiksmogelijkheid, maar door de scheppingsdrang van de mens is dit ijzer verder gevorderd op de weg der evolutie dan het nog niet bewerkte ijzererts.

 

Doordat in dit ijzer de geestelijke en lichamelijke werkkracht van de mens is geïnvesteerd, is het ijzer menselijker geworden, heeft het een menselijke ziel ontvangen. Door de goede werken van de mens wordt menselijke geest­kracht aan de materie toege­voegd. De scheppende mens voegt door zijn werken geest toe aan de materie. De mens is hier op aarde steeds scheppend bezig. Het dringt nauwelijks tot sommige mensen door, maar de bewuste mens is zolang hij bestaat een schepper. Alles wat wordt ontworpen en gerealiseerd, bevat mentaal geestelijke kennis die via het menselijke verstand en energie ter beschikking komt. Een in de zon gebakken steen bevat kennis die het nog niet opgegraven leem ontbeert. Ook het schrijven van gedachten op papier geeft aan dit papier een meerwaarde. Waar er eerst alleen papier en pen waren, beide al producten van de menselijke geest, is er nu door het schrijven opnieuw geestkracht aan toegevoegd.

Wij voegen door onze werken geestkracht toe aan de materie en daardoor wordt de aarde steeds menselijker, het trillingsgetal wordt hoger. ­De conclusie dat de mens door zijn scheppende werk bemiddelt tussen geest en materie, of deze in elk geval bijeenbrengt, is hiermee bevestigd. De taak van de huidige mens is een schepper te zijn.

 

 

DE LEVENSWEG

  

Rondom de leraar zaten zijn studenten in de schaduw van de eeuwenoude boom. Hij sprak met hen over de evolutie en dit in de breedste zin van het woord. Dit sermoen had hij als titel “de Levensweg” meegegeven en hij begon zijn betoog met een degelijke opsomming van allerlei verschillende ervaringen die ieder der aanwezigen had meegemaakt en het hierdoor ontstane verschil in achtergrond van alle aanwezigen. Desalniettemin hadden allen deze middag  plaatsgenomen onder de eeuwenoude acacia en kon worden geconstateerd dat ze een tijdlang op dezelfde weg reisden. Hoeveel onze afkomst ook mag verschillen, wat onze achtergrond of denkbeelden ook mogen zijn, soms trekken we een tijdlang samen op en daarna scheiden onze wegen zich en gaan we weer onze eigen weg, volgen we weer ons eigen plan.

'Er bestaat' zei hij, 'een langzaam pad van de evolutie' daaronder verstaan wij de weg die de hele groep, het hele volk gaat, maar er is ook een sneller pad dat ieder mens individueel kan gaan.

Ook aan de evolutie van de energie werd een deel van deze rede gewijd. Zo kunnen we begrippen als menselijke universele geest en menselijke materie leren begrijpen. De energie en kennis van de mens geeft een meerwaarde aan de materie en geeft een voorsprong op de weg van de evolutie.

 

Langs zeer ver­schillende wegen zijn we hier bijeengekomen. Niet alleen bestaat er verschil hoe we de morgen uren van deze dag hebben doorgebracht, maar het gehele leven dat we tot heden hebben geleefd, is totaal verschillend van ieder ander leven.

Ook onze vorige levens, onze evolutie vanuit het minerale rijk, door plant -en dier - naar het rijk der mensen zijn allen puur individuele eigen variaties op hetzelfde thema: 'de evolutie.'

Wanneer wij alle verschillende achtergronden van de hier aanwezige mensen konden kennen, dan zouden we nog verbaasder zijn, dat jullie die toch een zodanig verschillende weg door de evolutie zijn gegaan, elkaar hier deze middag onder deze eeuwenoude boom ontmoeten.

 Ook ons leven in het nu, in het heden, is niet gelijk. Dat vindt zijn oorzaak in het feit dat we allen in voorgaande levens verschillende informatie hebben verzameld. Doordat we allen andere ervaringen hebben meegemaakt, bezitten we ook allen een verschillende kennis. Omdat we geen gelijke info bezitten hebben we ook geen gelijk karma en verschilt derhalve ook onze levenstaak. Hoewel we hier nu dus bijeen zijn, hebben we allen een andere levensopdracht, maar de opleiding die nodig of nuttig is om deze taak zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren kan soms wel gelijk zijn. Hier voeg ik direct aan toe dat iedere student toch weer zijn eigen specialisme bezit, dus niet iedereen neemt alles op wat hier wordt gedoceerd.

 Wij nemen namelijk alleen maar op wat belangrijk is voor onze huidige levenstaak. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat twee mensen die worden gedwongen tot dezelfde arbeid, de ene op het goede pad gaat en de ander dit werk met tegenzin en tegen het eigen geweten in verricht. Hij voelt dat hij zijn tijd verknoeit met deze voor hem zinloze arbeid, omdat dit werk hem niet verder brengt op het pad der evolutie.

Soms wordt er gezegd dat de toekomst duister en onzeker is. Dat is voor velen zo, maar ons verleden is minstens even donker en onbekend.

 

Zo zeker als het verleden voor ieder van ons verschillend was, zo zeker zal ook onze aardse toekomst dat zijn. Hier echter, op deze plaats en

tijd, kruisen onze wegen elkaar en lopen een wijle parallel. Wij kunnen echter niet op een gezellige gemeenschappelijke toekomst rekenen, omdat we allen vrijgevochten individuen zijn.

We hebben persoonlijk geen gemeenschappelijk verleden en ook een collectieve aardse toekomst gloort er voor ons niet aan de horizon. Geen gelijk pad zullen we gaan, maar ons aller doel blijft wel hetzelfde, want de evolutie voltrekt zich via miljarden variaties, die alle zijn gebaseerd op hetzelfde oerpatroon. Tijdens onze evolutie kunnen verschillende oorzaken totaal andere gevolgen opleveren waarna zij opnieuw de oorzaak zijn van weer een totaal ander gevolg. Al deze variaties zijn gebaseerd op het thema schepping en verlossing. Miljarden verschillende wegen leiden alle naar ditzelfde einddoel: Dat doel is in onze fase van bestaan de verlossing van de geest uit de materie. Het einddoel van dit leven is dat geest en materie het door de schepping aangegane verbond beëindigen. Zo zal het ook de aarde vergaan.

 

De verder geëvolueerde mens begrijpt dat hij een individu is, dat hij uniek is. Hij begrijpt dat hij een deel, een ondeelbaar deel, van de universele geest is. Hij ziet in dat hij een persoonlijke bewegingsvrijheid binnen het geordende universum heeft ontvangen. Deze ruimte, deze vrijheid stelt hem in staat als persoon, als mens, te functioneren. De verder gevorderde mens ontdekt dat het een enorme hoeveelheid energie heeft gekost om hem op dit niveau, dit hoge geestelijke peil, te brengen. Wij zijn in de schepping onderweg naar de verlossing en deze weg bracht ons allen vanmiddag hier bijeen in de schaduw van deze eeuwenoude boom. De lange weg die we allen gingen heeft ons inzicht gegeven in een aantal eeuwenoude esoterische waarheden. Deze hebben in ons de lust opgewekt het pad des levens bewuster te gaan.

Wellicht brengt dit het inzicht met zich mee dat we gaan inzien waarom we het ene wél en het andere niet hoeven mee te maken en ervaren.

Om je te kunnen handhaven in dit leven, heeft de mens ook materiële kennis nodig. De wijsheid van hoofd en hart begeleidt hem door dit aardse leven vol voetangels en klemmen en alleen hij die de wereld kent, kan bewust voortgaan op de weg der evolutie.

Het langzame pad der evolutie is de weg die de grote groep gaat en dat heeft meestal de snelheid van de traagste uit deze groep. Wij echter, die sneller willen gaan, kunnen individueel overgaan naar een hogere groepsgeest. Telkens wanneer een groep ons hindert in de eigen evolutie moeten we deze verlaten om ons eventueel weer bij een andere aan te sluiten. Natuurlijk kunnen we ook alleen verder gaan op de weg der evolutie, maar deze weg der eenzaamheid is niet voor allen het meest geschikte pad.

 

Soms wordt er gezegd dat verder gevorderden ons kunnen helpen. Men zegt dan dat deze zielen hier opnieuw op aarde incarneren om ons verder te helpen, hoewel dat voor hun eigen ontwikkeling niet meer nodig zou zijn. De enige reden, dat deze zielen reïncarneren, zou dan gelegen zijn in het feit dat ze behoefte gevoelden de lijdende mensheid bij te staan. Zij zouden zich geroepen voelen de mensheid te helpen, om de dolende schapen de ware weg naar het Licht te wijzen.

Dit is een zeer nobele gedachte, waarvan ik denk dat ze niet veel waarheid bevat. Het kan volgens ons niet bestaan, want de evolutie is een eeuwigdurende kringloop tussen scheppen en verlossen en er komt nooit een moment waarop de mens kan zeggen: Nu ben ik gereed, nu heb ik het karwei geklaard.

Altijd is er in de scheppingsfase de opdracht kennis en liefde steeds bewuster te maken; daarna in de verlossingsfase laten we deze geest weer gaan en worden daardoor geleidelijk steeds onbewuster.

Deze oorzaak en gevolg situatie van info en karma zijn volautomatische natuurwetten. Alleen degene die het voor de eigen ontwikkeling nodig heeft, om dienend de mensheid bij te staan, kan reïncarneren en deze opdracht uitvoeren.

Ook wij kunnen onze medemens maar heel weinig bijstaan op zijn levensweg. Misschien dat iemand meer inzicht ontvangt door hetgeen we zeggen, maar dat inzicht kan evengoed ontstaan doordat in het voorjaar het groene blad weer aan de bomen verschijnt. Tooit in de lente het groen de velden, of dwarrelt in het najaar het bronskleurige blad schijnbaar doelloos rond, altijd kan er een ziel door worden geraakt. Hij wordt er door getroffen en ontvangt een hoger en dieper inzicht. Doch zij die op dat moment nog niet zover zijn gevorderd op de levensweg, kunnen door honderd sprekers niet tot het inzicht worden gebracht.

 

Hoe donker ook de tijden mogen zijn, altijd zullen er verder gevorderde zielen deze aarde bewonen. Soms leven ze als dienaren van de bevolking, soms trekken ze zich terug om te mediteren. Welke weg ze ook kiezen, welk pad ze ook voor zichzelf uitstippelen, ze gaan deze weg alleen voor de eigen ontwikkeling. Er kan voor de mens geen andere bestaansreden worden gevonden, want we hoeven altijd alleen maar te leren leven met onszelf. We zijn immers altijd zelf de hoofdrolspeler van ons eigen leven. Het leven hier op aarde is er onder andere op gericht, dat we leren, om samen te leven met onze eigen vervelende eigenschappen. Dikwijls verfoeien we onze eigen nare karaktereigenschappen en het is meestal een van de moeilijkste levensopdrachten om met de eigen onvolkomenheden te leren leven. We moeten leren onze eigen tekortkomingen te accepteren, en aanvaarden, dat we nog niet zover zijn gevorderd op de weg der evolutie als we zelf zouden wensen. De grootste wens van ieder vergevorderd mens is, dat hij zich steeds meer verbonden voelt met de universele wetten.

 

Heel geleidelijk gaan we verder over de weg die voert naar de eenheid; iedere weg die uiteindelijk in deze richting voert, is een goede weg. Ieder van ons moet individueel zijn eigen weg vin­den. Door dit leven, door alle levens van zijn universele bestaan, moet ieder mens voor zichzelf een pad ontdekken waarlangs hij kan gaan. Op materieel gebied kan men collectieve voorzieningen treffen, maar op geestelijk gebied is er geen gemeenschappelijke oplossing voorhanden. Ieder zoekt voor zichzelf een pad waarlangs hij kan gaan en zoals gezegd, elk pad dat naar de verlossing voert, is een goed pad.

 

Het leven is beweging en dikwijls heerst er tegenstelling en strijd. Nog steeds is het hier op aarde geen vrede en ook wij zoeken voor onze ontwikkeling de confrontatie. Onbewust weten we dat alleen beweging ons verder kan brengen op de levensweg. We verzamelen kennis en wijsheid en we aanvaarden dat ons leven doel en zin heeft en tonen ons bereid de weg die naar dit doel leidt te volgen. We gaan de weg die karma ons vraagt te gaan en we ervaren dat we deze lange moeilijke weg alleen kunnen gaan wanneer we voldoende kennis, wetenschap en inzicht bezitten. Al die opgeworpen problemen en moeilijkheden, die we elk leven opnieuw moeten verwerken, dienen om ons ervaring te geven en om ons karakter te sterken.

Daardoor kunnen we inventief en liefdevol voortgaan en we ervaren dat tegelijkertijd alle problemen en moeilijkheden zich oplossen waardoor we een vreugdevol leven kunnen leiden.

 

 

EVOLUTIE EN DE BIJBEL

 

 

ADAM EN EVA, KAÏN EN ABEL,

JACOB EN EZAU, SIMSON EN DELILA, JEZUS EN JUDAS

BIJBELSE REPRESENTANTEN VAN DE

EVOLUTIE THEORIE

 

 

 

In de grote werken van Hercules heb ik de evolutie besproken, (het dresseren van de paarden en de stier, het zoeken van de gouden appels, het vangen van de hinde, het doden van een leeuw, etc) maar ook het bijbelse verhaal van de exodus uit Egypte, de bouw van de ark van Noach geven duidelijk aan dat in de bijbel door middel van mythen de evolutie theorie wordt verkondigd.

In dit artikel wil ik daar kort nog enkele voorbeelden aan toe voegen.

 

 

Adam en Eva     : Genesis  1

Kaïn en Abel      : Genesis  4

Jacob en Ezau   : Genesis 27

Simson en Delila: Richteren 16

Jezus en Judas  : Mattheus 26

                              Marcus 14

                              Lucas 22

                              Johannes 13

 

Wanneer u niet al te Bijbelvast bent wil ik u aanraden eerst de bovengenoemde Bijbelverhalen te lezen.

 

De verschillende Bijbelse verhalen leren ons dat er veel strijd bestond tussen de min of meer ontwikkelde mensen, waarmee is aangetoond dat strijd en competitie in een grofstoffelijke wereld een noodzakelijk middel van de evolutie is. Pas wanneer we onze innerlijke agressie overwonnen hebben is oorlog voor ons (persoonlijk) overbodig geworden. Het Oude Testament haast zich daarom ons zo snel mogelijk de mythe van Kaïn en Abel te vertellen.¹)

Behalve met schuldgevoelens begint ook deze nieuwe (uit Adam en Eva voortgekomen) mensensoort weer de dierlijke emoties angst en drift te omarmen. In dit prachtige nageslacht raakte het evenwicht tussen mannelijk en vrouwelijk al heel snel zoek daar ze nog niet de goede manier van leven hadden ontdekt. Ze wisten nog niet hoe ze in deze grofstoffelijke wereld op een mentale menswaardige wijze met elkaar konden omgaan en samen te overleven.

Het achterliggende universele, maar voor de toen levende mens onbewuste doel was een steeds sterker en meer stoffelijk lichaam te verwerven, teneinde te kunnen overleven op het steeds materiëler wordende Terra. De mens heeft zich telkens opnieuw aan moeten passen aan de heersende omstandigheden op aarde en dat ging niet altijd op humaan mentale wijze. Slechts met grote moeite werden allerlei plagen, problemen en tegenslagen verwerkt. Maar ook tegenwoordig zien we nog veel mensen die jammerlijk van honger omkomen, omdat ze zich niet staande kunnen houden in hun mentale samenleving, of omdat ze in de verkeerde samenleving zijn geïncarneerd. Vele eenvoudige zielen hebben nauwelijks voldoende mentale kennis en ervaring, om zich hier op aarde als humaan mens staande te kunnen houden, waardoor nagenoeg hun hele bestaan benut dient te worden om biologisch te overleven.

Een oude ziel, oude ego’s met veel ervaring vinden echter heel eenvoudig de goede weg op Terra. Zij sloven zich niet uit om nog meer geld te verdienen, zitten niet tot diep in de nacht te tellen en te rekenen, want ze kennen andere werkelijkheden. Zij trachten niet nog meer materie aan zich te binden, ze hoeven niet zo nodig nog meer bestuursfuncties, nog meer politieke invloed, want ze weten dat ze alles eens weer achter zullen moeten laten, dat al die materiële zaken hen tot last zullen zijn op zijn weg door het leven.²)

¹) Mag dan in het christelijke denken Kaïn negatief en Abel positief benaderd worden, we moeten bij dit verhaal wel bedenken dat in deze scheppingsfase, de meer stoffelijk ingestelde Kaïn verder was gevorderd op het pad der evolutie dan zijn fijnstoffelijke broeder Abel. Daarom overleefde Kaïn dit gewelddadige treffen! Hij was op de goede weg. Ook dit is een voorbeeld mythe!

Op een ander niveau van denken kan gezegd worden dat Kaïn zijn zachtmoedige (vrouwelijke) tweelingziel Abel afstootte en op een nog mannelijker wijze verder leefde. De ontwikkeling snelde zich in mannelijk stoffelijke richting voort. De Kaïn en Abel mythe is in deze optie een analoog vervolg op het Adam en Eva verhaal. Door de scheiding van dit eerste mensenpaar ontstond er strijd, begeerte en lust. Dit zijn allemaal noodzakelijk voorwaarden om de evolutie op gang te brengen. Ook de latere Jacob en Ezau verbeelden dezelfde materie. Hier verkoopt het lichamelijk sterke (maar domme) mannelijke deel Ezau zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep aan de slimmerik Jacob. Kaïn stoot de zwakke emotionele Abel af en wordt een materieel sterke daadkrachtige man. Jacob ontdoet zich van de materieel sterke dommekracht Ezau en kiest het pad van de slimme Homo Sapiëns.

Dat is Evolutie!

Simson, het mannelijke, het zogenaamde verstandelijke valt voor de charmes van Delila, zij staat symbool voor de oppervlakkige ziel, het emotionele. De mens loopt altijd het gevaar aan zijn begeerten ten onder te gaan!

 

²) De ziel incarneert volautomatisch in een samenleving waarin het ontwikkelingsniveau zodanig is dat er vooruitgang kan worden geboekt. Het zou ook niet zinvol zijn wanneer een nagenoeg animale ziel zou incarneren in een cultureel hoogstaand gezin. Dit kind zou gegarandeerd het buitenbeentje van de familie worden. Hoewel hiermee niet gezegd wil zijn dat dit nóóit voorkomt. (Denk aan het legendarische zwarte schaap van de familie)

 

Adam en Eva

 

Zij zijn de bijbelse symbolen van de scheiding van de fijnstoffelijke androgyne godenzoon Adam in een stoffelijk mannelijk en vrouwelijk deel. Volgens de bijbel gebeurde dit in de slaap van Adam, dat wil zeggen dat Adam zich er niet van bewust was wat er veranderde. Wellicht zijn er tien of honderd duizenden jaren overheen gegaan aleer de volledige scheiding een feit was en al die jaren was Adam een onbewust levend wezen. Geleidelijk is in dit tijdsbestek het dualisme en causaliteit de schepping gaan beheersen. Voorheen was de aarde een gasbol, maar door afkoeling bestaat de aarde nu uit geest en materie. God, de natuur van moeder aarde, bekleedde Adam en Eva met een stoffelijk lichaam! Deze metamorfose van de op aarde levende mens vond uiteraard gelijktijdig met de verstoffelijking van de planeet aarde plaats. Uit een gaswolk ontstond een fijnstoffelijke planeet die door de eeuwen der eeuwen zich ontwikkelde via stoffelijk naar een vaste grofstoffelijke planeet, waarop naast geestelijk ook stoffelijk leven mogelijk was.

 

Kaïn en Abel

 

In deze bijbelse mythe zijn zij de symbolen voor de scheiding tussen lichamelijk sterk en zwak. Hier kiest het scheppingsproces voor het materialisme van Kaïn. Tot dan zijn aan beide aspecten ongeveer gelijke mogelijkheden toebedeeld, maar vanaf dit moment heeft het stoffelijke lichaam van Kaïn meer overlevingskans dan het fijnstoffelijke van Abel, hij delft in dit symbolische treffen dan ook het onderspit. In dit super materialistische tijdsbestek heeft alleen de lichamelijk sterke mens overlevingskansen. In het ruwe klimaat van het aardse scheppingsproces is alleen overleving mogelijk bij aanwezigheid van voldoende lichaamskracht. Hier in deze mythe is dus sprake van Kracht als belangrijkste middel van overleven. In de ongeorganiseerde jungle heeft de sterkste de meeste overlevingskans

 

Jacob en Ezau.

 

Zij zijn de bijbelse symbolen van de ondergang van de sterke domme mens en de overwinning van de verstandsmens. In deze prachtige mythe verkwanselt dommekracht Ezau zijn eerstgeboorterecht voor een bord soep. De slimmerik Jacob verwerft zich de voorkeursrechten middels een hapje eten. Hier zien we de bijbelse symbolen van de scheiding van emoties en verstand. Ezau jaagt achter zijn lusten aan en als hij honger heeft wil hij eten. Dat zien we in het volgende verhaal nog eens. Jacob (de verstandige) wint deze competitie heel eenvoudig. Niet alleen lichamelijk sterk is nu nog voldoende, men dient daarnaast het verstand te ontwikkelen en te gebruiken. Overigens blijkt uit dit verhaal heel duidelijk dat de verworven wijsheid van Jacob nog niet van hoogstaande kwaliteit is en daarom is er wat het resultaat betreft ook nog geen sprake van oogverblindende schoonheid.

 

Simson en Delila.

 

Zij zijn de bijbelse symbolen van wat later goed en kwaad werd genoemd. In deze meeslepende mythe wordt Simson op pijnlijke wijze duidelijk gemaakt dat het volgen van de lusten van het lichaam in strijd is met de evolutie en dat het gegeven verstand met rede gebruikt dient te worden.

Net als Ezau is ook dommekracht Simson een voorbeeld hoe het niet moet, hij loopt als een dwaas achter zijn begeerten aan en valt voor de verleidingen van een mooie vrouw. Hier leidt de emotionele seksuele drift het verstandelijke naar de afgrond! Een man in zijn positie, Richter van Israël, laat zich gaan en ontbeert de benodigde zelfbeheersing, waardoor hij zijn land in gevaar brengt en zichzelf naar de ondergang voert. Natuurlijk, hij heeft kwaliteiten, maar sterft toch met de Filistijnen onder het puin. Beheersing van drift en emotie is van het grootste belang.

 

Jezus en Judas.

 

Deze twee zijn de bijbelse symbolen voor het kiezen van de richting in een meer scheppende –dus materiëler wereld of kiezen voor een meer geestelijke benadering van het leven.

In deze nieuw testamentische mythe komt de volgende keuze mogelijkheid aan de orde. Hier is de keuze tussen leven als een verstandelijke materialist in de materie of leven als een wijs mens in het Licht aan de orde. Wat er geweest is zal er zijn, Adam en Eva evolueerden vanuit het fijnstoffelijke Terra naar de grofstoffelijke Aarde en de Jezus uit het Nieuwe Testament keert (symbolisch) terug naar de fijnstoffelijke hemelen.

In deze mythologische vertelling vervolgt Jezus de evolutie in de richting van de astrale Akasha’s en Judas keert op zijn schreden terug, hij kiest voor de materiële zekerheid van het klatergoud en daarom verraadt hij de godenzoon voor een handvol zilverlingen. Er wordt in deze nieuw testamentische vertelling wel duidelijk gemaakt dat dit gebeuren in de verre toekomst ligt. De mythologische Jezus zoekt de astrale wereld, waar de eerste Adam vandaan kwam, weer op om de gebroken cirkel te sluiten, daarom wordt hij de tweede Adam genoemd. Judas is nog gebonden aan de stoffelijke welvaart en kiest een ander pad.

 

*) Na de scheiding van Adam en Eva, kende de mensheid causaliteit, oorzaak en gevolg in een doorgaande cyclus. Deze dualiteit was noodzakelijk om langs de weg van kennis en kracht, evolutie te bereiken.

 

*) Na de overwinning van Kaïn op Abel, evolueerde de mensheid naar het materiële sterke lichaam. Het astrale lichaam, de ziel, zonk steeds dieper in het stoffelijke lichaam en de levensverwachting daalde sterk. Deze verstoffelijking van het lichaam was nodig om te kunnen overleven onder deze materiële aardse omstandigheden.

 

*) Na de list van Jacob, die zijn broeder Ezau bedroog ging de evolutie van de mensheid naar een meer verstandelijke benadering. Deze mythe leert ons dat het emotionele onderdanig behoort te zijn aan het verstandelijke en het zintuiglijke ten dienste behoort te staan aan het verstand.

Deze overwinning van het verstand geeft aan dat dit de juiste weg van de evolutie is. Het verstand beheerst de emotie, waarna beiden onder leiding van het verstand een verbond sluiten zodat wijsheid kan ontstaan. Toch is in deze fase van ontwikkeling de list van Jacob niet voldoende en daarom beschrijft de Bijbel ook nog zijn worsteling met God. Het ontvangen verstand dient wel op de juiste wijze gebruikt te worden. Tijdens dit gevecht wordt hij lichamelijk gehandicapt, zo leert hij nederigheid en onderdanigheid aan de wetten van de natuur, nu kan hij zichzelf geestelijk bevrijden en pas dan mag hij zich Israël noemen.

 

*) Na de teloorgang van Simson, weet de mens dat hij niet altijd en overal zijn hormonale begeerten kan volgen, maar ook zijn verstand behoort te gebruiken om een evenwichtig vruchtbaar leven te kunnen leiden. Lichaam en ziel dienen een eenheid te vormen, zodat een harmonieus en vreedzaam leven kan worden geleefd. Begeerten behoren onder controle gebracht te worden, want eenzijdige ontwikkeling en het volgen van de begeerten leidt de mens af van het juiste pad van evolutie.

 

*) Na het verraad van Judas, werd Jezus gekruisigd. Zijn ziel keerde terug in de astrale gebieden, terwijl Judas voortmoddert in de grofstoffelijke materie. In dit Nieuw Testamentische voorbeeld verliest het stoffelijke materiële lichaam en wint de fijnstoffelijke ziel met de daarin opgeslagen wijsheid waarmee de cirkelgang van de evolutie is volbracht! Adam is weer thuis. ¹)

¹)Zoals het voorbeeld echtpaar Adam en Eva in een heel ver verleden leefde, zo is de leefsituatie van de mythologische Jezus, na zijn opstanding, in een zeer verre toekomst gelegen.

 

 

 

EVOLUTIE EN OORLOG

 

 

 

Ook in een oorlog is er sprake van evolutie, immers de sterkste wint, of de inventiefste, kortom in een oorlog leeft de soldaat onder hoogspanning en wordt er een beroep gedaan op al zijn mogelijkheden. Tot de tanden bewapend moet hij al zijn energie en overlevingswil aanwenden om de overwinning te bereiken.

Ook wij voeren menige oorlog uit, niet zozeer tot de tanden gewapend, maar met verbaal geweld. Als we innerlijk met onszelf in de clinch liggen, bestrijden we alles wat in onze omgeving ons irriteert of waar we ons aan ergeren, maar zodra we in staat zijn de eigen ongemakken onder ogen te zien én te aanvaarden, hoeven we ze niet meer zo nodig op anderen te projecteren.

Plato wist het al: Oorlogen leven er nog meer in mensen dan in legers en zolang we zelf innerlijk nog gespannen zijn, willen we ons recht, dan zien we onze eigen tekortkomingen bij de ander terug en is hij de grote boosdoener. Onze buren, vrienden of familieleden deugen dan even niet.

Vreemde volkeren en culturen dienen te vuur en te zwaard bestreden te worden evenals diverse minderheden, want zij kunnen onder deze omstandigheden onmogelijk onze goedkeuring verwerven. Oorlog is een symptoom van geestelijke verwarring en innerlijke verdeeldheid, dit zowel van personen als van volkeren en daarom zoeken zij een voorwendsel om een oorlogje te beginnen.¹)

Als wij zelf niet een dergelijk vechtlustig karakter bezitten, bouwen we om ons heen dikwijls een imperium van materialistische zaken. De geestelijke leegheid van ons innerlijk trachten we dan te verbloemen door ons te omringen met een overdaad aan stoffelijke welvaart.

 

Ruzie maken is een manier om het eigen conflict op te lossen, want het ego heeft door de jaren heen een heel positief beeld van zichzelf geschapen en dat kunnen we natuurlijk niet altijd waarmaken. Dus zoeken we een zondebok waar we ons ongerief kunnen neerleggen. Binnen nagenoeg elke familie is wel een zwart schaap die de narigheid (van ons buiten elke proportie uitgegroeide ego) naar het offerblok kan dragen. Dat zwarte schaap is altijd de schuldige, die zadelen we met onze eigen narigheid op. Dit doen we (onder andere) door zelf het beginpunt van het verhaal te kiezen in de lange keten van oorzaak en gevolg. We kiezen zelf het moment dat gunstig is voor onszelf en ongunstig voor de ander. Dan peperen we dat zwarte schaap zijn asociale gedrag even in, we wassen hem goed de oren, we zeggen dat we door hem op onze ziel getrapt zijn, of dat we gekwetst zijn door zijn gedrag.

 

Velen van ons beseffen niet dat ze door hun ego nogal wat problemen aantrekken, ze menen dat hun "uitvergrote ego" hun ziel is. Dit ego zegt hen ook steeds dat ze een goede ziel zijn. Dikwijls wordt ook gedacht dat wat hun eigen ego als norm heeft aangenomen een algemene maatstaf is, ze maken zichzelf tot het criterium van de hele mondiale beschaving, waaraan alles en iedereen getoetst kan worden. De VS zijn hiervan een sprekend voorbeeld.

Alle zwarte schapen van alle families of samenlevingen, dragen het ongerief van de beter gesitueerden met zich mee en zonder uitzondering zijn zij allen een afspiegeling (zij het meestal niet volmaakt) van het andere zinnebeeldige Lam. Alle nog onvolmaakte zwarte schapen ontmoeten elkaar in het ons bekende volmaakte mythologische Slachtoffer.

 

Sommigen denken dat een burgeroorlog, zoals kortgeleden in Joegoslavië woedde, hier in ons beschaafde westen niet mogelijk zou zijn, dat zoiets hier niet kan gebeuren. Dat is echter een heel verkeerde gedachte, het is een illusie, een zinsbegoocheling, een gevaarlijke wensdroom, want wij zijn nog steeds bereid het kwaad in de ander te zoeken. Wij dienen eerst zelf persoonlijk een overwinnaar te worden en pas als we ons zelf hebben overwonnen, is voor ons de oorlog een gepasseerd station. Als we zover zijn geëvolueerd hoeven we niet meer te vechten om ons ego tevreden te stellen. Wanneer we dit gaan inzien, als we aanvaarden dat we zelf verantwoordelijk zijn voor wat ons overkomt, zijn we een bewust mens geworden. Dan hebben we die oorlogen niet meer nodig, want we hebben immers al gewonnen, we hebben ons zelf overwonnen. Dat is het mooiste voorbeeld van evolutie.

 

In zijn "Hegeliaans gebed" verzucht de Poolse dichter Riekus Waskowski: O God, geef ieder mens - tenminste één keer oorlog!

Alles wat we in ons leven meemaken dient tot onze lering en ook van een oorlog (hoe wreed hij ook mag zijn) kunnen we veel leren. Juist de wreedheid van een oorlog kan ons op een harde manier het inzicht verschaffen dat we veel meer ons verstand behoren te gebruiken, inplaats van onze emoties te laten gaan. Oorlog ontstaat meestal doordat gekwetste ego's de emoties te hulp roepen om de heilige strijd aan te binden.

Zijn we godsdienstig? Geen enkel probleem! We graveren -God met ons -in onze koppel en zo vechten we onze vetes uit; dit tot meerdere eer en glorie van God, vaderland en vorstenhuis.

Waskowski ziet de oorlog als een feest van martelen, roven, verkrachten, vermoorden en vernielen. Alle destructieve emoties, die in de mens leven, kunnen zich dan uitleven. Voortschrijdend door de historie vraagt hij om erbarming.

 

Volgens de geschiedschrijver Herodotus wendde Croeses zich op zekere dag tot Cyrus met de opmerking: "Oorlog is anders dan vrede. In vredestijd begraven de zonen hun vader, maar als het oorlog is, begraven de vaders hun zonen". Tijdens een oorlog wordt veel vernietigd en sterft een stuk van de opgebouwde cultuur. Het universum maakt zich er echter niet zo druk over wie van ons als eerste sterft en zij maakt zich ook niet druk over oorlog en vrede. De universele wetten weten dat elk muziekstuk hoge en lage tonen kent, zij weet van mannen en vrouwen in de knop gebroken, de natuur maakt zich niet druk over schepping of vernietiging en ook niet over bijeenbrengen of het verlossen, zij weet alles van de ieder jaar opnieuw ontluikende lente en zij kent het stervensproces als in het najaar het oxaalzuur de bladeren kleurt in rood, brons en bruin; het zijn immers allen onmisbare delen van de grote cyclus.

 

Verdergaand op het pad des levens zien wij dat ook oorlog inderdaad hoort bij de voortgang van de menselijke evolutie, want ook een oorlog trekken we zelf aan. Als het voor onze evolutie noodzakelijk is een oorlog mee te maken, dan maken we er een mee, ook al wordt hij aan het andere eind van de wereld gestreden. Maar alleen de bewust levende mens kan van een oorlog iets zinvols leren. Voor de meeste slachtoffers en daders (de meeste strijders zijn beide om beurten) komen de ervaringen in het onbewuste deel van hun geest terecht en zij mogen hopen dat ze op een goed moment bewust worden, zodat geen herhalingen meer nodig zijn. Alleen de bewust levende mens hoeft alles maar één keer te ervaren. Hij kan voor zichzelf de regels van Waskowski aanpassen: O God geef ieder mens -ten hoogste -één keer oorlog!

¹) Regeringen van landen beginnen dikwijls een oorlog om de verdeeldheid binnen de eigen landsgrenzen op te heffen. Nagenoeg alle Europese landen vochten meerdere binnenlandse en buitenlandse oorlogen uit. Duitsland kende een desastreuze burgeroorlog en had daarna nog twee wereldoorlogen nodig om een eenheid te vormen en een eigen identiteit te ontwikkelen. Nederland voerde oorlogen tegen Frankrijk, Engeland, Spanje en een aantal koloniale oorlogen om dezelfde redenen. Ook de USA voert veel oorlogen om deze reden en ook Israel is nog lang niet aan vrede toe. Voor de oorlog wordt ook dikwijls gekozen om desintegratie - als gevolg van te ver doorgevoerde individualisatie -terug te dringen.

 

JONA

 

Ook de Bijbel legt ons in het Oude Testament uit hoe in vroeger tijden de oorlogen woeden. In het Bijbelboek Jona wordt het prachtige verhaal van Jona in de walvis beschreven. ¹)

Graag wil ik hier op deze plaats een uitleg van dit verhaal geven. Jona of Jonah betekent in het Hebreeuws duif en Jona legt ons in Jona 1:9 uit dat hij een Hebreeuws man is die God vreest. Dit betekent dat wij deze parabel op een Hebreeuwse wijze behoren te benaderen. Een duif staat symbool voor vrede.

"Wat hebt u toch wel gedaan dat wij worden overvallen door deze storm" vroegen de zeelieden hem. Uit het voorgaande verhaal blijkt dat deze vredesduif vergelding diende aan te kondigen in Ninevé, doch hij kreeg angst en sloeg op de vlucht. De vredelievende mens vlucht voor de confrontatie met het kwaad. De vredesduif ontvluchtte de strijd, hij was niet dapper genoeg om voor de vrede te vechten, maar werd op zee overvallen door een gierende storm. Niemand kon in dat tijdsbestek ontkomen aan oorlog en geweld. Tenslotte wisten de zeelieden niet beter te doen dan deze Jona in de woedende golven te werpen, waarna de zee stil werd.

 

Let hierbij op de symbolische betekenis van dit gebeuren: Jona, de duif, de vrede, wordt diep in het water (dat is het domein van de onbewuste geest) begraven. Dit betekent dat de mens, op dat moment van ontwikkeling, niet meer bewust weet wat vrede is, de vrede gaat hier helemaal ten onder en verliest de competitie met de oplaaiende emoties! Water staat immers ook symbool voor emotie!

Door het woeden van de emoties gaat de vrede teloor. De woedende emotie van het water eist een offer en dat is de vrede. De oproep weerklinkt, naar het strijdperk van eer, want het vaderland is in gevaar. Oorlog wordt altijd met eer in verband gebracht, er bestaat zelfs nu nog eerwraak! Randdebielen vermoorden ook nu nog hun zuster, vrouw of moeder voor hun zogenaamde gekwetste eer. Die eer is overigens elk moment gekwetst en te pas en te onpas wordt er geroepen om wraak. De emoties roepen altijd op tot de strijd! Pas als het verstand de emoties kan beheersen en beheren komt aan deze waanzin een eind.

 

Tijdens de periode dat Jona in de zee verbleef was vrede door de enorme emotionele ontwikkelingen een onmogelijkheid. Dát is het verhaal wat hier wordt verteld. Het is het oude verhaal in een andere toonzetting opnieuw verteld. Maar de evolutie gaat verder, niet de mentale cultuur van de mens, maar de universele krachten van de natuur schieten te hulp en sturen een grote vis (de ziel van de zee). Uit de diepzwarte wateren van emotie komt een groot onbewust dier te hulp en slokt Jona op. Uit het binnenste van deze vis schreeuwt de arme vredesduif om redding en deze vis spuwt hem na verloop van tijd op het droge. Hij wordt uitgekotst!

 

Drie dagen duurt de inwijding van Jona in de buik van de Leviathan. Maar “god” keerde het tij en de vredesduif werd uitgekotst op het strand, op de grens tussen water en zand! Daar ligt hij nu op de grens van emotie en verstandelijke vermogens. Een tijdlang (drie tijden) zolang Jona in de buik van de walvis verbleef, was er dus alleen maar oorlog op Terra onze aarde, maar door de terugkeer van de vredesduif Jona op het vasteland is de kans op vrede weer teruggekeerd. ²) Het verstand krijgt een kans. Jona krijgt een herkansing, zal hij deze kans aangrijpen?

 

Jona staat uiteindelijk op en voert zijn opdracht naar behoren uit, hij brengt zijn boodschap aan het volk van Ninevé, maar de inwoners nemen het voor kennisgeving aan. Opnieuw werd het tij gekeerd en dus werd Ninevé niet van de aardbodem verdelgd! In deze fase van de evolutie kon genade gelden waar eerst enkel (oorlogsrecht) en wraak diende te geschieden. De arme Jona, die zoveel had meegemaakt, moest wel even twee keer slikken, hij was het er dan ook totaal niet mee eens en wilde gerechtigheid inplaats van genade. Hij had zijn angst grotendeels overwonnen en de nieuw verworven moed eiste vergelding! Eerwraak!

 

Door Jona uit het water op het droge te spuwen en later in de woestijn te laten verdorren zien wij een analogie met het verhaal van Israël dat door de Schelfzee trok om daarna in de stoffelijke materie van de woestijn te verzanden. Ook zij trokken door een zee van emoties om daarna vol overgave in de materiële woestijn geheel te verzanden.

Jona zit te mokken onder een wonderboom en wil van geen genade meer weten, oog om oog is zijn principe geworden, het volk van Israël danste rond het gouden kalf en wist van de prins geen kwaad. ³)

Doch Jona ontvangt een terechtwijzing, in de schaduw van de om niet geschonken wonderboom moet hij toezien hoe deze binnen enkele dagen verdort, hij raakt zijn voorrechten kwijt. Ook het dansende volk van Israël ontving door middel van de tien geboden een strak gesloten keurslijf.

Het volk Israël bereikt uiteindelijk, na generaties van reïncarnatie, het beloofde land, het boek Jona heeft een open eind. Jona en Mozes bereiken persoonlijk geen van beide het beloofde land, maar hun nakomelingen kunnen zich ontwikkelen tot erfgenamen van het land Kanaän.

Hier is de symboliek dat de mens van het stoffelijk handelend principe nog meer lessen dient te volgen aleer de poort van Kanaän voor hem zal opengaan. Het land Kanaän is natuurlijk ook symbolisch en geeft een toestand van geluk, welvaart en wijsheid aan. Wanneer verstand en gevoel, hoofd en hart een verbond sluiten ontvangt de mens wijsheid als beloning. Jona maakt ons duidelijk dat na het emotionele reageren een lange tijd van puur verstandelijk denken volgt waarna deze twee zich gaan verzoenen en dit dualisme in de mens wordt opgelost. Twee prachtige verhalen die op diep esoterische wijze ons de evolutie willen uitleggen.

Alleen door ons hoofd en hart te gebruiken kunnen we vrede bereiken, emotie roept op tot (heilige?) oorlogen. Alleen door wijsheid kunnen we oorlogen voorkomen en daarom zal de Homo Erectus zich dienen te ontwikkelen tot Homo Sapiëns een denkende mens een nadenkende mens.

 

Jona heeft zijn werk gedaan en de grote stad bekeert zich niet echt maar  wordt desondanks niet verwoest. Onder de wonderboom zit mijnheer Jona de Vrede nu te mokken. Dit betekent dat vrede alleen, op dat moment in de evolutie, nog geen levensvatbaarheid bezit. Altijd is er wel iemand in disharmonie. De mensheid is op dit moment van ontwikkeling nog niet rijp voor langdurige vrede. De natuur wenst echter niet langer dat er alléén maar oorlogen woeden, er behoren ook tijden van vrede te zijn, tijden waarin Tubal Kaïn zijn zwaard omsmeedt tot een ploegschaar, om het land te bebouwen, om er vervolgens, als die oproep weerklinkt, weer een zwaard van te kunnen maken. Op dit niveau wil de evolutie zich bedienen van beide fenomenen, zoals de natuur zich bedient van stormen, aardbevingen en rampen, maar ook van zon en licht en aangename temperaturen. Ook hier is weer de clou van het verhaal dat de Homo Sapiëns Jona behoort in te zien dat oorlog en vernietiging geen vaststaande gegevens zijn, er kunnen andere oplossingen worden gevonden. Hier doen vrede en genade hun eerste stappen in de evolutie. Zoals er ooit alleen maar oorlog was op Terra zo zal er ooit alleen maar vrede zijn. De verdergaande mens zál uiteindelijk zeker het dualisme oorlog en vrede overwinnen.

¹) Jona 1:1 - Jona 4:11 Een prachtig verhaal van een vluchtende, maar later toch dood en verderf predikende en morrende vredesduif. Schitterend geschreven proza vooral Jona 2:1-10

²) Na drie dagen (symbolisch voor drie tijdseenheden) wordt Jona op het droge geworpen. Deze drie dagen zijn te vergelijken met de drie dagen die de zinnebeeldige Jezus -een andere vredesduif -in het onbewuste dodenrijk verbleef. Ook deze drie dagen in het graf doorgebracht moeten symbolisch worden gezien.

³) Dansen rond het gouden kalf wil zeggen, zich geheel overgeven aan het materialisme.

 

 

 

terug naar index