EEN BOOM IN DE WIND

 

 

 

Aan de rand van een bos stond een boom die nog jong maar desondanks groot en heel sterk was. Jarenlang stond hij daar in weer en wind, jong en sterk in de kracht van zijn leven weerstond hij de zwaarste novemberstormen. De wind had hem gegeseld en in het najaar zijn bladeren verstrooid, maar zijn stam bleef stevig geworteld in de aarde en elk jaar reikten zijn takken breder en hoger in de blauwe lucht.

Juist door die stormen had hij zich sterk en diep kunnen wortelen in de materie van de aarde. Elk voorjaar voelde hij de nieuwe lente in zich opleven en dat uitte zich in weer méér -en frisser groen. Ieder jaar nam zijn omvang toe en geleidelijk was hij een gerespecteerd lid geworden van de boomgroep waartoe hij behoorde. Kortom hij was een sterke jonge boom en de toekomst zag er rooskleurig uit. Hij voelde zich sterk verwant met zijn medebomen in het woud, hij was één met hen en deelde hun gevoelens, gedachten, gewoonten en verlangens in grote mate.

 

Doch op een catastrofale dag, tijdens een zware storm, sloeg het noodlot toe. Slagregens spoelden een deel van de aarde weg en de boom werd door een windhoos losgescheurd van de aarde, hij werd opgetild en ontworteld en kwam een eind verder neer. Ontdaan van zijn roots, los van aarde én de gemeenschap met de andere bomen vond hij zichzelf terug op een open plek in het bos. Hij was ineens een heel andere boom geworden en geleidelijk werd hij een heel zielige boom, die zijn contact met de aarde was verloren, hij was zijn levensdoel kwijtgeraakt. Hij leefde nog wel, maar voelde zich een vreemde in zijn eigen bos, een ontheemde in zijn eigen lichaam.

 

Maandenlang lag hij in het bos, hij voelde zich treurig en kwijnde steeds verder weg, hij had medelijden met zichzelf en plengde bittere tranen. Hij wilde zó graag weer op zijn vroegere plaatsje in het bos staan, hij had er alles voor over gehad om weer mee te kunnen doen in de competitie om meer en groter. Doch in de loop der jaren ontstond er een inzicht; soms kreeg hij een ingeving en dan ontdekte hij, dat hij niet alleen "los" was van aarde, maar dat hij zich nu ook vrij kon bewegen én daarvan zag hij dan (heel even) het positieve in. Helaas waren deze perioden in het begin maar heel kort, het waren slechts korte flitsen, maar geleidelijk duurden deze gedachten langer en ook de frequentie nam toe. Tijdens een proces van vele jaren ging het negatieve denken steeds meer naar de achtergrond en richtte de ontwortelde boom zijn aandacht op de nieuwe mogelijkheden.

 

Hij wist nu dat hij vrij was, dat hij (als hij het wilde en durfde) helemaal vrij kon zijn. Er was wel veel moed voor nodig om zo maar door het bos te wandelen of over de straat te lopen. Toch begon de boom zich te verplaatsen en de hele wereld te verkennen. Hij ontdekte dat in de natuur van de aarde alles Hermetisch met elkaar is verbonden; dat al het stoffelijke een samenhang, een eenheid kent en hij kwam tot de ontdekking dat hoewel hij nog steeds los was van de aarde, hij wel in de realiteit leefde. Een andere realiteit weliswaar, op een ander niveau en grotendeels tegengesteld aan hetgeen hij eertijds als realistisch had ervaren.

In elk geval voelde hij zich geen ontwortelde boom, geen ontheemde meer, maar meer een vrije (in de lucht gewortelde) boom en hij ontdekte dat er voor hem onder deze omstandigheden toch ook wel een zinvol bestaan mogelijk was. Veel, heel veel, had hij achtergelaten, maar daarvoor in de plaats had hij vrijheid ontvangen. Toen die vrijheid van beweging, van handelen en denken, diep tot hem was doorgedrongen, toen het een reële werkelijkheid werd, wilde hij ook niet meer terug naar zijn plekje in het woud.

 

Tijdens zijn reizen ontdekte hij overal groepjes bomen of zelfs hele bossen die niet ontworteld waren, maar als hij met hen sprak, konden ze hem niet begrijpen, ze beschouwden hem als een vreemde. Hun natuur (om diep in de aarde geworteld te zijn) gaf hun geen mogelijkheid een ontwortelde te begrijpen. Voor hen sprak hij vreemde woorden, ze moesten hem niet en wezen hem af. Ze vonden hem een mislukkeling omdat hij helemaal geen nieuw hout meer maakte. Hij was niet arbeidsproductief!

Hoewel de boom blij was dat hij zich vrijheid had verworven had hij toch grote behoefte aan de geborgenheid van een groep, maar zijn vroegere vrienden wilden hem niet meer in hun midden. Hij kon wel terugkomen als hij maar beloofde zich weer te "wortelen" en niet langer zo vreemd te doen. Geen lange verre reizen meer en hij diende direct te stoppen met al die vreemde verhalen, kortom hij moest gewoon op zijn plek blijven staan en het werk verrichten dat bij zijn boomklasse hoorde, dus zoveel mogelijk hout produceren en verder mondje dicht.

"Dat dit nu juist onmogelijk was wilden de gewortelde bomen niet inzien. Je moest maar flink zijn en je best doen dan kwam alles wel goed. Er was ook een boom bij die zei dat hij een minderwaardigheidscomplex had, dat hij meende dat hij zich moest bewijzen en dat hij daarom door de wereld trok en die bijzondere dingen deed. Maar de ontwortelde sprak hun toe: "kijk toch verder, sluit je niet af, je hebt ook andere verantwoordelijkheden, bevrijd je toch van al die (veel te diepe) wortels, maak je los, maak jezelf vrij" zo riep de boom zijn "vaste" soortgenoten toe. Doch dezen keerden zich meer en meer van hem af, want ze konden hem niet begrijpen.

 

Langzamerhand begon de boom in te zien dat er veel meer ontwortelde bomen rondliepen; zij hadden tijdens hun leven ook een beschadiging opgelopen en waren losgerukt van hun vertrouwde vaste grond. En al die verdwaasde bomen, die verdwaalde zoekers, die niet meer wisten waar ze thuishoorden zeiden tegen hem: sluit je maar bij ons aan.

Hij vond het wel een heel vreemd gezelschap, want ze gedroegen zich soms erg kinderachtig en onvolwassen. Ze experimenteerden overal mee en niets was voor hen heilig; kortom het was een onevenwichtige groep. De ontwortelde boom dacht; wat moet ik hiermee, wil ik dit eigenlijk wel, ik ga ik toch maar liever terug naar mijn plaatsje in het bos. 

Toch besloot de boom het niet nogmaals te proberen en hij ging niet terug naar het woud maar hij sloot zich ook niet aan bij die groep ontwortelden. Zijn vrijheid was hem meer waard, hij was er van gaan houden om zelf zijn route te bepalen, want hij was zelfstandig genoeg geworden om alleen verder te durven gaan.

Hij werd een alleen gaande en hij richtte zijn overgebleven takken als een antenne op het hart van het universum.

Gaandeweg begon hij te begrijpen dat de diep gewortelde hem, echt niet kónden begrijpen. Daarom zou hij (als hij contact wenste) zelf moeten proberen de gewortelde te begrijpen. Het drong tot hem door dat van een diepgewortelde boom in alle redelijkheid niet mag worden verwacht dat hij de gedachten van een vrije boom kan begrijpen, omdat hij een totaal ander zicht op de wereld heeft. Veel diep in de materie gewortelde bomen hebben een heel eigen zicht op de wereld om hen heen en voor hen is dat de enige realiteit.

 

De ontwortelde boom voelde vrede door zich heen stromen, vrede met de hele wereld; nu kon hij de schepping aanvaarden in al haar aspecten en hij kon begrip voor alle schepselen opbrengen. Als de diep gewortelde zich weer eens ergens druk over maakten, of andere, echt belangrijke, zaken onbesproken lieten, probeerde hij dat te begrijpen.

Dankbaarheid stroomde door hem heen wanneer hij merkte dat dit steeds beter gelukte en zelf ging hij ook steeds meer oog krijgen voor het grote kosmische spel van leven en sterven. Hij zag het nu allemaal geheel anders en werd een dankbare boom.

 

Andere ontwortelden zeiden tegen hem, dat hij nu ook dankbaar moest zijn dat die zware storm in januari hem had ontworteld, maar daar was hij op dit moment nog niet rijp voor. Daar had hij téveel voor geleden, daarvoor had hij teveel verloren. De tegenstelling tussen wat hij kwijtgeraakt en dat wat hij teruggewonnen had was te groot. Hij kon beide onmogelijk onder één noemer brengen. Hij kon ze nog niet met elkaar verenigen, nog geen verzoening tussen deze twee uitersten tot stand brengen. Daarvoor waren de wonden te diep en de ervaringen te traumatisch.

Toch verdween (door de tijd die alle wonden heelt) geleidelijk de opgelopen mentale en morele schade steeds meer uit zijn gezichtsveld. Het positieve van de nieuwe situatie begon de overhand te krijgen en tenslotte ging hij zelfs begrijpen dat hij óók dankbaar moest zijn voor die januaristorm, die hem zo gewelddadig had ontworteld. Immers daardoor kon hij nu de majestueuze werkelijkheid van de schepping in al haar schoonheid en eenvoud aanschouwen. Stapsgewijs ging hij inzien dat een in de lucht geaarde boom gemakkelijker een bewustzijn kan ontwikkelen waardoor het zicht op een hogere kennis kan worden verworven. Hij begreep dat het voor een luchtgewortelde boom eenvoudiger is licht door zich heen te laten stromen.

 

Hij keerde terug naar de gewortelde en door zich met zijn luchtwortels voorzichtig weer een beetje aan de aarde te hechten kon hij hen weer begrijpen. Hij leerde inzien dat het Opus magnum van de Opperbouwmeester vele aspecten kent en dat deze, zonder uitzondering, alle goed zijn. Hij ging inzien dat ieder leven verschillend verloopt en dat ontworteld zijn niet beter of slechter is dan een diep geworteld leven, want iedere boom krijgt immers zijn eigen plaats en levenstaak toegewezen. Dat je ontworteld moet zijn, dat je op een ander trillingsniveau moet leven, om een andere werkelijkheid te kunnen ervaren is een gegeven, maar dat je diep geworteld moet leven, om een grofstoffelijke hiërarchieke ordening in stand te kunnen houden staat evenzeer vast.

 

Van het concert des levens krijgt niemand het programma. De ontwortelde boom begreep dat bomen zelf niet uitmaken of ze geworteld, diep geworteld, of zelfs ontworteld door het leven zullen gaan.

Het levensplan van een boom is niet door hem zelf geschreven en zij die het stuk wél hebben gecomponeerd -de God van het Universele scheppende Licht, samen met de Godin van de natuur van moeder aarde, geven geen tekst en uitleg, aan gewortelde noch ontwortelde bomen. Bomen mogen dankbaar zijn dat, wanneer ze het einde van de reis naderen, er weer een aantal stukjes van de puzzel op hun plaats zijn gevallen, zodat ze wellicht het inzicht ontvangen, dat ook dit leven weer een schrede was op de weg naar het ware Licht.

 

 

                                                                                                                

Index