DE EERSTE MENSEN
Mammie, de moeder der goden ontwierp de nieuwe mens en de selecties werden daarna puur wetenschappelijk uitgevoerd, het proces was daarnaast een natuurlijk gegeven, daar de nieuwe schepping zich moest kunnen handhaven binnen de heersende mogelijkheden die de samenleving van moeder aarde bood. Het spreekt vanzelf dat alleen door streng te selecteren tenslotte een enigszins aanvaardbaar mensenras kon worden geschapen.¹) Duidelijk zal zijn dat deze "goden" het primitieve schepsel aanzienlijk lager in schatten dan wij ons huisdier.
¹) Een en ander volgens de overlevering van de Sumeriürs. Tijdens de scheppingsperiode is een natuurlijke selectie van groot belang, er dient immers een zo goed mogelijk functionerend ras opgebouwd te worden. Wanneer dit doel is bereikt, kan tijdens het verlossingsproces meer aandacht voor de zwakkeren in de samenleving ontstaan. Dan wordt de aandacht verlegd van het biologische naar het geestelijke functioneren.
Uit dit scheppingsverhaal kunt u zelf opmaken dat zowel de evolutietheorie als het bijbelse scheppingsverhaal juist kan zijn, want het lijkt waarschijnlijk dat er meerdere keren van buitenaf is ingegrepen in de evolutie teneinde dit proces te versnellen of te wijzigen. Dit ingrijpen, kan zowel daadwerkelijk als geestelijk geschieden. Het is mogelijk dat intelligenties uit de ruimte hier invloed hebben uitgeoefend op het evolutieproces. Daar wijst in elk geval de inhoud van een aantal Sumerische teksten op.
De verschillende mensensoorten vermengden zich en geleidelijk ontstond er een type mens, dat redelijk aan de verwachtingen voldeed, maar toch nog te weinig levensvatbaarheid vertoonde. De schepping van de mens is een versnelde stap in de evolutie geweest en mede daardoor is dit project -vanuit menselijk oogpunt gezien - dan ook zeker niet probleemloos verlopen.
Ook nu is de wetenschap opnieuw terug op het niveau dat men door gen -mutatie en klonen in kan grijpen om het leven te beļnvloeden of totaal te wijzigen, doch ook hiervan zijn de nadelige gevolgen nog onbekend.
Zoals de "goden" primitieve mensen terechtstelden, zo offerden later de mensen ook hun eigen kinderen. Tenslotte heeft een "god" Abraham zover gekregen dat hij inplaats van zijn zoon een offerdier slachtte op het zelfgebouwde altaar.¹) + ²)
Zoals velen thans in een dier nog geen wezen kunnen zien dat beschermd dient te worden, zo zagen de "goden" in deze prémensen ook absoluut geen redelijk wezen. In de hiėrarchie bemande de lagere adel de posities tussen de "goden" en de mensen en van enige vorm van democratie was geen sprake. Na verloop van tijd werden de meer "geslaagde" mensen -de eenvoudige Homo Sapiėns -dienaren van de goden en zij waren, in tegenstelling tot de gewone mensen, niet meer geheel vogelvrij, maar genoten tot op zekere hoogte bescherming. Doch ook zij regeerden op hun beurt weer met harde hand over hun onderdanen en soortgenoten.
Hierdoor ontstond binnen deze vroege menselijke samenleving geleidelijk ook een hiėrarchie, echter dikwijls gebaseerd op geweld. Toch voldeed het selectie proces niet altijd aan de normen die gesteld mochten worden en daarom lieten de goden (de natuur zo u wilt) zonder te waarschuwen of in te grijpen bij natuurrampen grote groepen mensen omkomen. Ook werden er oorlogen georganiseerd waar deze eenvoudige lieden elkaar met landbouwgereedschappen te lijf gingen. Hierdoor werd telkens de onderlaag van de bevolking uitgedund. De vroege Tubal Kaļn was immer bezig ploegscharen om te smeden tot zwaarden en omgekeerd, want oorlog en arbeid wisselden elkaar af in een monotone sleur. ³)
¹)Het altaar waarop we ons offer willen brengen is altijd zelfgebouwd!
²)De latere wetten van Israėl bevatten veel regelgeving, wanneer, welk dier geofferd diende te worden; het doel hiervan kan tweeledig zijn, enerzijds werd duidelijkheid gebracht in een wankele samenleving, er werden codes vastgesteld en anderzijds werd door deze regelgeving het mensenoffer eindelijk verleden tijd. Doch ook nog vele eeuwen daarna werd in sommige samenlevingen met een mensenleven zeer vrijblijvend omgegaan. Pas veel verder in de tijd werd door mentale regelgeving ook het mensenleven daadwerkelijk beschermd.
³) De oorlog is de vader van alle dingen leert Heraclitus ons en als we dit goed begrijpen zien we in dat dit een van de grootste fundamentele wijsheden is. Ik vrees dat ik hier niet veel vrienden mee maak, maar een oorlog en welk ander conflict of spanning op de polen van ons polaire bestaan brengt levensenergie voort en stelt de vooruitgang van de evolutie veilig.
Ons huidige aardse leven van zeventig, tachtig of misschien negentig jaren is een getrouwe kopie van het universele bestaan. We worden verwekt door materie en geest, groeien op en leren onze lessen, we zijn een periode werkzaam en daarna ontstaat er een zekere rust en levenswijsheid. Het sterven bevrijdt ons tenslotte van ons pijnlijke lichaam dat terugkeert naar de stof. Onze ziel maakt zich op voor een nieuwe ronde door de materie. Zoals ons eigen leven verloopt, zo verloopt ook het grote plan van schepping en verlossing en opnieuw schepping en verlossing, de ene levensgolf komt, de andere gaat, elementen worden met elkaar verbonden, waarna ze weer uiteenvallen in factoren. Gedachten worden uitgewerkt en verbonden aan de stof en daarna bevrijden ze zich weer van de materie, keer, op keer, op keer.
Een oorzakelijk verband houdt schepping en verlossing in evenwicht en beweging, waarbij schepping de oorzaak en het gevolg van de verlossing is en verlossing eveneens gevolg en oorzaak is van schepping, of op ons dagelijkse niveau: de geboorte is zowel de oorzaak als het gevolg van het sterven en de dood is oorzaak en gevolg van de geboorte. Grote wielen en kleine wielen, boven en beneden; alles is altijd slechts een deeltje van het grote geheel, ingekapseld binnen een groter verband, deel van een groter verbond.
Door de dappere mensen, de strijders, in rang boven het werkende deel der mensen te verheffen, was er steeds ruim voldoende belangstelling om in het leger te functioneren. Dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven.
De hiėrarchie werd aldus samengesteld; bovenaan in de piramide stonden de "goden" en allen die van Faėton afkomstig waren. Daaronder de halfgoden die als landvoogden de bescherming van de "goden" genoten. Zij hadden een leger ter beschikking om de orde te bewaren. Direct onder de officieren van het leger waren de gilden en de handwerkslieden geplaatst en geheel onderaan was voor de soldaat en de werkman een plaats ingeruimd.
Voor deze eenvoudige van geest was het, zoals altijd, een zeer gecompliceerd bestaan, want zij moesten in vredestijd de akkers bewerken en zodra de oproep weerklonk, dienden ze klaar te staan voor de strijd. Hun waarde bestond alleen uit hun lichamelijke werkkracht en vechtlust en daarnaar werden ze beoordeeld. Bij gerichte twijfel daaraan moesten ze zich in de arena bewijzen. Naast deze redelijk geordende groepen leefden nog duizenden families en stammen in de dun bevolkte area. Hier heerste de wet van de jungle, waar ook alleen de sterksten overleven. In iedere oorlog werden de minst geslaagde evoluties gedecimeerd of totaal uitgeroeid. De verschillen in mogelijkheden behoefden daarvoor niet groot te zijn' slechts enkele procenten beter, sterker of geavanceerder dan de tegenstander was meestal voldoende om de strijd in het eigen voordeel te beslechten.
¹) Het is voor velen nog steeds moeilijk te bevatten dat de arbeid van "God de Vernietiger" even belangrijk is als die van "God de Bouwmeester" en van "God de Onderhouder". Deze drie goden kunnen we in de natuur herkennen in Voorjaar, Zomer en Najaar. Na een stille winterperiode hervat de bouwmeester in de lente zijn arbeid.
"God de Bouwmeester" formeert de stoffelijke planeet Terra = Moeder Aarde. "God de Onderhouder" heeft zijn handen van het astrale Faėton afgetrokken en wijd zich nu geheel aan het stoffelijke Terra. Zoals "God de Bouwheer" ook mensen gebruikt om zijn aarde op te bouwen, zo maakt ook "God de Vernietiger" gebruik van mensen om weer af te breken. (Jeremia 1:10)
Cultuurgebonden als we zijn zullen we soms de werken van de Bouwheer bejubelen en daarna kunnen we ons wel weer vinden in het vernietigende werk van "God de Vernietiger". Hebben we eenmaal een goede positie verworven dan vertegenwoordigt: "God de Onderhouder" voor ons het goede. Voorbij het duale denken in goed en kwaad ontdekken we dat in de Opper Bouwmeester des Heelals deze drie aspecten zijn verenigd.
Index