BEROUW EN GENADE

 

 

Hij leefde rond 1920 op het Groningse platteland en was onderwijzer en dichter. Hij was een zeer somber mens. Diepgelovig als hij was zag hij zijn God als een heerser die in de hemel op een troon zat. Neen, erger nog, zijn God zat niet op een troon, maar op een rechterstoel en deze God kon recht­streeks in zijn hart lezen. Die God kon alles lezen wat er in dat bange hart van deze dichter omging en Hij zou over hem oordelen, Hij zou hem veroordelen, daar was deze dichter van overtuigd. In zijn angst en zorg heeft hij er een gedicht over gemaakt.

Een prachtig gedicht! Het is immers bekend: Hoe groter het schuldgevoel, hoe mooier het gedicht!

Willem de Merode werd geteisterd door een enorme schuldenlast, hij had aan schuldgevoelens geen gebrek, want hij was een groot zondaar, tenminste dat vond hij zelf en dan ben je het ook!

Hij vond zichzelf slecht, heel slecht en als je zelf die mening bent toegedaan dan ben je ook heel slecht. Je bent dan immers niet meer getrouw aan jezelf.

 

Op gezette tijden wordt er in de kerk een avondmaal gevierd en als er weer een heilig avondmaal zal worden gehouden, houdt de dominee zijn voorbereidingspreek en hij gaat er stevig tegenaan. We horen het hem zeggen: "Wie onwaardiglijk van dit brood eet en van deze beker drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel"!

Willem de Merode krijgt het tijdens dat sermoen benauwd, de angst slaat hem om het hart, want wie is dan wel waardig van dit brood te eten of van deze beker te drinken? Wie is er helemaal zuiver en rein van hart?

Hij is een dichter en bezit verbeeldingskracht, dus ziet hij het voor zich; hij ziet God op zijn troon zitten, en God heeft zijn hart in beide handen en leest alles wat er in dat hart van hem leeft.

 

Wat leeft er dan wel in dat bange hart van deze dichter? Wat ziet God, waar deze zondaar zo bang voor is? Waar maakt deze onderwijzer uit Uithuizermeeden zich zoveel zorgen over? Hij maakt zich zorgen over iets heel ergs, een gruwelijk geheim. In zijn hart draagt hij een vreselijk geheim met zich mee.

En hij denkt dat God zijn geheim kent, hij denkt dat God hem een zondaar vind. Daar is hij van overtuigd.

God weet alles en God weet ook dat hij homoseksueel is.

En Willem de Merode weet dat dit een doodzonde is. Hij schaamt zich er voor dat hij zo'n grote zondaar is. 

 

Het hart van deze dichter wordt verscheurd tussen de liefde voor zijn hemelse God en zijn, door de heersende cultuur, verboden aardse liefde. Tenslotte vind hij toch rust in zijn christelijke geloof. Hij ziet Jezus op de troon naast God zitten en smeekt om vergeving. Dan gebeurt het wonder; hij ontvangt genade en de rust keert weer.

De geest van de mens is vindingrijk; heeft zijn persoonlijkheid zichzelf enerzijds -met hulp van kerk en samenleving -tot zondaar uitgeroepen dan schept zijn essentie daartegenover een Verlosser.

Dat noemen we genade.

Dit pad gaan alle mensen, want we willen immers allen overleven! We willen niet verloren gaan. We mogen niet verloren gaan. Willem de Merode voelde zich een zondaar en ontving vergeving. Een dankbaar mens schrijft een gedicht.

 

VOORBEREIDING

 

Hun harten voelden zij als boeken

In Gods geduchte hand gelegd

En wisten dat hij al hun slecht

gedrag gerecht zou onderzoeken.

 

Ze lazen bang en hunkerend mee

En zagen wat zijn vingers wezen,

Was er niets goeds? hun angst en vrezen

Groeiden tot een verschroeiend wee.

 

God had de boeken dichtgedaan

en zou het grote vonnis spreken.

Toen dorst hun stem de stilte breken:

O Here Jezus neem ons aan.

 

En 't bonzend hart dat ze in zich vonden

Was vlekkeloos en zonder zonden.

 

Mogen dan schuldgevoelens voor de volwassen mens niet altijd verkeerd zijn, schaamtegevoelens behoren bij het kindbewustzijn. Wanneer we ons ergens schuldig over voelen kan dit verschillende oorzaken hebben. De conditionering van de ouders die bijvoorbeeld aangesloten waren bij een kerkgenootschap, een bepaald sociaal milieu, of een politieke partij. Hierdoor leerden we als kind hoe we ons dienden te gedragen, wat goed of verkeerd was en welke straf men kreeg bij slecht gedrag en welke stoffelijke of hemelse beloning er wachtte voor het goede gedrag.

Zolang we nog niet zelf hebben bepaald wat onze persoonlijke normen en waarden zijn zullen we ons schuldig voelen wanneer we de regels van ouders, kerk of leefomgeving overtreden.

Een andere reden kan zijn dat we zo geïndoctrineerd zijn dat allerlei regelgeving geleidelijk een deel van ons geweten is geworden.

Wanneer we tegen het eigen geweten zijn ingegaan volgen er altijd schuldgevoelens. We behoren ons aan de eigen leefregels te houden.

Niet de waarden en normen van J P B maar onze eigen normen en waarden zijn het criterium.

 

Schaamte is echter een gevoel dat wordt veroorzaakt doordat we, als we nog kind zijn, behandeld worden of we slecht zijn of iets slechts hebben gedaan. Dikwijls werd ook geleerd dat de mens -ieder mens -slecht is. Kan normaal schuldbesef ons motiveren van onze fouten te leren, schaamte over wat we deden of zijn behoort bij het kindbewustzijn.

Willem de Merode geeft in dit gedicht aan dat hij nog gevangen werd gehouden door zijn conditionering, waardoor schaamte ontstond. Hij schaamde zich dat hij homoseksueel was. En hij schaamde zich voor zijn eigen bestaan. Hij schaamde zich er ook voor dat hij eigenlijk zijn leven niet wilde veranderen. Dan zoeken we een andere uitweg. We vragen om genade, tot we weer opnieuw in onze zonde vallen. Dit cyclische proces kan een mensenleven, ja vele mensenlevens volgehouden worden.

 

Willem de Merode vond de vrede voor zijn hart bij Jezus. Als we zo diep zijn gezonken, als we ons zelf zo slecht vinden, dat we smeken om genade, ontvangen we die genade! Daarna zijn we weer even ver als ieder ander en staat een andere levenswijze voor ons open. Telkens als we om genade smeken en dit dan ook daadwerkelijk ontvangen, geeft dat moment ons de gelegenheid als een vrij mens verder te gaan. Want niet het vergeven of vergiffenis ontvangen is het doel, niet de genade is een doel op zich, het zijn slechts middelen om een verkeerd gekozen pad te verlaten.

 

Het doel is: Niet meer beschuldigen. Niet meer veroordelen. Niet meer vergeven. Niet meer vragen om genade. Ook niet meer jezelf beschuldigen, niet meer jezelf veroordelen; dan is er geen noodzaak meer jezelf te vergeven. Ook genade wordt dan overbodig.

 

Gurdjief, de bekende Russische wijsgeer, sprak altijd over essentie en persoonlijkheid. "Onze essentie" zei hij, "dat zijn we zelf, dat is ons diepste innerlijk, ons onvergankelijke deel, maar de persoonlijkheid is iets van dit leven".

In dit leven zijn we dus dié persoon en dat heeft te maken met onze afkomst, de erfelijke genen, onze opleiding, ons sterrenbeeld, onze verstandelijke en geestelijke vermogens etc. Ons dagelijkse bestaan wordt getekend door de persoon die we zijn en als we nu door middel van deze persoonlijkheid, met hulp van de kerk, tot de conclusie komen dat we een grote zondaar zijn, dan staat onze essentie (ons innerlijk) gereed om ons te redden. Onze Essentie begrijpt dat de persoonlijkheid in aanvaring is gekomen met cultuurwetten. Onze essentie weet ook dat iedere cultuur zijn eigen wetten heeft en deze met regelmaat bijstelt en zij stelt daarom de persoonlijkheid gerust door hem vergeving en genade te schenken.

 

Wanneer we dit dualisme in onszelf te beëindigen, en persoonlijkheid en essentie op hetzelfde spoor brengen, vervallen goed en kwaad. Dan zien we de Schepper niet meer als een rechter en hoeven we Hem niet meer smeken om genade, want als we onszelf, ons ZELF, hebben gevonden, zijn we vrij.

Wie zichzelf schuldig voelt en daarom zichzelf veroordeelt, maar de grootheid van ziel ontbeert zichzelf te vergeven, heeft een middelaar nodig.

Wie echter zichzelf aanvaardt (met al zijn lusten en lasten) kan als een vrij mens verder leven. We zijn immers alleen maar verantwoordelijk voor ons eigen leven. Meer plichten rusten er niet op onze schouders.

Minder echter ook niet!

Wanneer je jezelf en alle anderen kunt accepteren, van harte kunt aanvaarden, heb je het inzicht ontvangen, dat we allen onze eigen foutjes maken, dat we allen onze eigen problemen veroorzaken en dat we allen onze eigen levensweg dienen te gaan. Door de ander te aanvaarden worden we zelf een vrij mens! Dan kun je jezelf in een realistisch perspectief zien en sluit je vrede met het hele universum.

 

                                                                                                                 

        Index